Tandbederf neemt af onder volwassenen maar niet bij kinderen

Volwassen Nederlanders in de leeftijd van 30 tot 55 jaar hebben minder last van tandbederf dan de 30- tot 55-jarigen van tien jaar geleden. De dalende trend die eerder al bij de jeugd optrad is nu ook bij deze volwassenen zichtbaar. Bij zes- en twaalfjarigen laat onderzoek zien, in tegenstelling tot steeds terugkerende berichten dat tandbederf bij jonge kinderen toeneemt, dat kinderen evenveel tandbederf hebben als hun leeftijdsgenootjes in het begin van de jaren negentig. (Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde, dec 2003)

De opleidingsgraad van de moeder blijkt bepalend voor de gebitstoestand van hun kinderen. Kinderen van moeders met een hoge opleidingsgraad hebben minder tandbederf dan proefpersonen waarbij de moeder minder onderwijs heeft genoten. Kinderen waarvan de moeder in Turkije of Marokko is geboren blijken gemiddeld meer cariës te hebben dan kinderen met een Nederlandse moeder. De ouders en hun leeftijdgenoten uit deze streken hebben daarentegen juist gezondere gebitten dan hun Nederlandse leeftijdsgenoten.

De onderzoekers wijzen op een aantal problemen in het tandheelkundig bevolkingsonderzoek die in de toekomst gebitstoestandvergelijkingen met eerdere generaties bemoeilijken. Röntgenfoto's mogen, op basis van ethische uitgangspunten, niet meer worden gebruikt waardoor de gepubliceerde gegevens een te gunstig beeld geven. Veel gerepareerde gaatjes zijn, door het gebruik van de huidige, tandkleurige vulmaterialen, makkelijk over het hoofd te zien, zodat waarnemingsfouten onvermijdelijk zijn. Volwassenen zijn verder steeds minder bereid aan bevolkingsonderzoek mee te doen. Oorzaken daarvan zijn onder meer gebrek aan motivatie en tijd, en schaamte voor de toestand van het gebit. Het gevolg is dat er sprake is van grote selectie waardoor de onderzoeksresultaten eveneens te positief uitvallen.

De onderzoekers stellen vast dat, hoewel de huidige gebitstoestand van jeugdigen en de dalende cariëstrend bij de volwassenen tot zekere tevredenheid stemmen, het tandbederfprobleem in ons land nog lang niet is opgelost. Blijvende aandacht moet worden besteed aan kinderen uit de lagere sociaal-economische klassen alsmede de oudere populatie van boven de 65 die niet in het fluoridetijdperk is opgegroeid.