Strafwerk, maar nuttig

De wereld van het onderwijs bestaat uit vele werkelijkheden. In de rubriek Uit de school geklapt wordt de blik gericht op kleine maar belangrijke aspecten van het schoolbestaan. Vandaag: straf.

`Kinderen zijn veranderd', zegt Nelleke van Dijk (40, groep 3). `Ze zijn mondiger geworden, geven nu ook commentaar op wat ík doe. Ze komen voor zichzelf op. Dat is wel goed, hoor.'

`Ja, maar ik ben wél de docent', zegt Monique Meijer (35, groep 8). `Als een kind `huh' zegt in plaats van `wat zegt u, juf', dan accepteer ik dat niet.'

Van Dijk: `Met twee woorden spreken, dat moeten ze bij mij in de les ook.'

Op een groot vel in de gang van de katholieke Dominicusschool in Rotterdam hangen de tien `gouden gedragsregels', waaraan de kinderen zich moeten houden. We schelden niemand uit en gebruiken geen scheldnamen, staat er. En: Samen spelen is fijn, dus kan er niemand uitgesloten zijn.

Meijer: `Soms wil iedereen wat vertellen. Ze beginnen al echt een eigen mening te krijgen.'

Van Dijk: `Door de gedragsregels beginnen ze elkaar te corrigeren. Dat werkt heel goed.'

Strafwerk is verleden tijd, zegt Van Dijk. `Kinderen moeten weten waarom ze iets verkeerd hebben gedaan, anders komt dat gedrag vanzelf weer terug.' Maar tegelijk vragen ouders strengere regels. `De sfeer in het onderwijs was lange tijd dat alles mag. Nu vinden ouders het weer prettig dat we duidelijke regels hebben.'

Meijer: `Een kind de klas uit sturen doe ik bijna nooit. Dan zitten ze niks te doen.'

Van Dijk: `Ik laat ze opschrijven wat ze hebben gedaan. En waarom dat niet mag.'

Meijer: `Dat kan in mijn klas niet. Daar zijn ze te blasé voor.'

Van Dijk: `Bij het buiten spelen ook, als ze vechten of heel wild zijn. Ik wil niet dat ze alleen zeggen: `Ik zal het nooit meer doen', maar ook dat ze er even over nadenken.'

Meijer: `Soms geef ik wel strafwerk. Maar dan nuttig. Dan zet ik ze in het computerlokaal en moeten ze iets opzoeken over iets wat ze zelf leuk vinden. En een jongen met een lelijk handschrift heb ik laten oefenen met netjes schrijven. Dat leek me ook wel nuttig.'

Van Dijk: `Ik heb op de pabo geleerd dat je goed gedrag moet belonen. De conditioneringstheorie van Pavlov is dat. Bijvoorbeeld vier poppetjes op de tafels van de kinderen leggen en telkens een poppetje weghalen als ze in een oude fout vallen, zoals hard schreeuwen. En als ze aan het einde ook poppetjes overhouden, dan beloon ik ze met een plaatje.'

Meijer: `Daar hoef ik in groep 8 niet mee aan te komen. Kinderen van die leeftijd hebben wel een gesprek nodig. Vanaf negen jaar kunnen ze zich beter inleven in andere kinderen. Ik kan vragen: Hoe zou jij het zelf vinden als je gepest werd?'