Schuldgevoel en gekrenkte trots rond Parma

Het lijkt er zo rustig, in het Parma van de kaas, de ham, de melk. Maar de stad is nu het epicentrum van een financiële miljardenfraude. De pastoor doet een poging moeders en kinderen uit de wind te houden.

,,Een keiharde stomp, recht in de maag.'' Zo heeft de stad Parma volgens zijn burgemeester Elvio Ubaldi het ineenstorten van het frauderende Parmalat-imperium ervaren. ,,Je hoorde wel eens wat. Dat Parmalat liquiditeitsproblemen had bijvoorbeeld, vanwege de vele aankopen van bedrijven overal in de wereld. Maar dit hadden we echt niet verwacht. We zijn verrast. Maar vooral in onze trots gekrenkt.''

Want Parmezanen zijn trots. Trots op hun lange geschiedenis als onafhankelijk hertogdom.

Trots op hun al eeuwenoude hoogstaande cultuur, op hun Romaanse dom en het baptisterium, de villa's en kastelen.

Trots op componist Giusseppe Verdi en filmregisseur Bernardo Bertolucci die hier zijn opgegroeid.

En ook fier op de voetbalclub Parma die dankzij de miljoeneninvesteringen van Parmalat in veertien jaar tijd acht bekers won, waaronder de UEFA Cup en de Europa Cup 2.

Maar het liefst laat de Parmezaan zich voorstaan op zijn kaas, de parmezaanse kaas, en op de parmaham die vanuit Parma over de hele wereld worden geëxporteerd. Met name vanwege deze hoogstaande producten is de stad – uitgerekend één dag voor de Parmalatkrach – aangewezen als zetel voor de nieuw te vestigen Europese Voedselautoriteit.

,,Was Parmalat een maand eerder onderuit gegaan dan hadden we die trofee wellicht misgelopen'', zegt Ubaldi nu. De burgemeester is ervan overtuigd dat het ineenstorten van Parmalat de stad niet zal ruïneren. ,,We zijn niet als Turijn na de crisis bij Fiat eind jaren zeventig. Het economisch systeem van Parma is veel groter dan alleen Parmalat. De werkloosheid is hier maar 2,7 procent.'' Vanuit Parma werken veel meer grote gezonde bedrijven, zoals de pastagigant Barilla en veel innovatieve bedrijven op het gebied van de landbouw. Parma vangt de klap wel op als Parmalat niet kan worden overgenomen en definitief failliet zou gaan, zo denkt Ubaldi. De enkele honderden personen die hun werk zouden kwijtraken, vinden wel elders een baan.

Het enige waar Parma echt voor vreest is beschadiging van het imago van de stad. ,,Parmalat, dat haar hoofdvestiging niet hier maar in het naburig dorp Collecchio heeft, leende niet voor niets de naam van onze stad Parma voor haar bedrijfsnaam. Parma wordt geassocieerd met kwalitatief hoogstaand voedsel. We hopen dat dit niet verandert door de krach.''

Sprekend over bestuurder Calisto Tanzi komt bij Ubaldi het beeld van Jeckyll en Hyde op. Naar nu blijkt had Tanzi een verborgen Januskop. Hij stond bekend als een zeer correcte en toegankelijke heer. Een serieus ondernemer die niet te koop liep met zijn rijkdom. ,,Hij leek betrouwbaar te zijn en zelfs zijn voetbalclub Parma stond bekend als een correct bedrijf.''

De donkere, frauderende, misdadige kant van Tanzi kende niemand. ,,Van menig ander ondernemer zouden we zoiets misschien verwacht hebben, maar niet van Tanzi.''

Fausto Tonna, de financieel directeur van Parmalat en het brein achter het geknoei met miljarden, was in het geheel niet bekend in de stad Parma. Hij had de absolute macht binnen de financiële tak van Parmalat, maar was daarbuiten een weinig opvallend heerschap, zo vertelt Ubaldi.

,,Het bestaat eigenlijk niet dat vier boekhouders – Tanzi was ook boekhouder – allemaal afkomstig uit het boerendorp Collecchio de gehele financiële wereld aan het wankelen hebben gebracht'', zo zegt hij met een bittere glimlach.

In dat boerendorp Collecchio, in de wintergrauwe laagvlakte tien kilometer van Parma, staat een gigantisch betonnen staketsel naast de oefenvelden van voetbalclub Parma. Het gebouw in aanbouw moet de nieuwe hoofdzetel van Parmalat worden. Voor nu zijn de werkzaamheden stilgelegd.

Dat geldt niet voor de fabriek van Parmalat. Zelfs vandaag en zondag zal er worden doorgewerkt, om te voldoen aan de toenemende vraag naar Parmalatproducten. Dankzij een regeringsdecreet kan het bedrijf verder produceren, terwijl de financiële situatie wordt doorgelicht.

Onbevoegden komen het terrein niet op. Bij de wisseling van de productieploegen rond één uur in de middag blijkt dat de meeste arbeiders bang zijn en niet willen praten. Alleen melkflessenvuller David, die zijn achternaam niet wil geven, is bereid zijn auto aan de kant zetten en zijn raampje open te draaien. Hij zegt dat de rust enigszins is teruggekeerd en dat men gelooft dat het bedrijf zal worden gered. ,,De mensen zijn eerder bitter dan boos over de gang van zaken. De arbeiders hopen op het beste voor de toekomst en werken hard door.''

In het dorp zelf met grote lelijke huizen is het stil op straat. Hier niet de mondaine rijkdom die je overal in Parma tegemoet straalt. Wel grote geslotenheid. Alleen pastoor Don Alfredo Chiarizi, die onlangs nog een nieuw kerkorgel kreeg van Parmalatbaas Tanzi, blijkt bereid te praten.

Parmalat bracht de afgelopen veertig jaar zekerheid in het dorp, zo vertelt hij. ,,Nu is het dorp zijn zekerheid verloren en bovendien voelen velen zich medeschuldig aan de problemen die de goede naam van Parma hebben bezoedeld. Want niet alleen de wieg van Parmalat staat hier, ook de fraude is van hieruit gepleegd. Vierhonderd van de elfhonderd arbeiders in de fabriek wonen hier, maar hoe je het ook went of keert, ook de meeste mensen die nu zijn gearresteerd komen uit ons dorp.''

De pastoor vertelt dat de mensen eerst niet konden geloven wat er gebeurde. Nu wacht men af totdat de rechters alles hebben uitgezocht. De vrouw van financieel directeur Tonna is een keer lastig gevallen in de supermarkt, maar voor de rest is er geen sprake van onderlinge agressie.

,,We moeten elkaar helpen. De kinderen die hun vaders hebben zien wegvoeren komen bij me. Die hebben het natuurlijk zwaar. Ze zijn vaak nog klein. Het is een groot lijden voor hen. Als hun vaders schuldig zijn, zullen ze moeten boeten, maar ik heb de gemeenschap opgeroepen de kinderen en hun moeders te steunen.''

Ook de pastoor spreekt over Tanzi als een hoffelijk, maar gereserveerd man die nooit in de roddelbladen opdook. Hij voorzag de school gratis van melk. Scholen en bejaardenhuizen van heinde en ver konden melk die vanwege het naderen van de houdbaarheidsdatum niet meer verkoopbaar was gratis komen ophalen.

Op de vraag hoe en waarom het gigantische bedrog in dit kleine boerendorp kon ontstaan, antwoord Don Alfredo Chiarizi: ,,Dit dorp beschikt over grote experts als het gaat om het verwerken van tomaten, melk, het maken van kaas en ham, maar toen men zich met haute finance is gaan bemoeien ging het mis. Het probleem is dat Tanzi erg gehecht was aan zijn wortels en vrijwel alleen vertrouwde op zijn vrienden en familie, ook toen het bedrijf zulke enorme proporties aannam. Het was natuurlijk veel beter geweest als hij goed geschoolde internationale managers in het bedrijf had opgenomen.''

Volgens burgemeester Ubaldi van Parma kan de geslotenheid van de Collecchio-kliek alleen de complexe zwendel niet verklaren. Hij verdenkt de grote banken ervan dat ze de Parmalat-directie op dit foute pad hebben gezet. En ook de officieren van justitie in Milaan en Parma lijken die richting op te denken nu ze hun vizier steeds meer richten op banken als Bank of America, Deutsche Bank, Capitalia en de bijna veertig andere banken waarmee Parmalat contacten onderhield. De vraag is hoe de grote financiële wereld en dit eenvoudige boerendorp elkaar ooit hebben kunnen vinden.