Politie moet niet wijzen op voorbeeldrol

Het is niet aan de politie om bestuurders te wijzen op hun voorbeeldfunctie. Dat is de mening van de burgemeester van Amsterdam, J.Cohen. Hij steunt wethouder R.Oudkerk in het zogeheten achterlichtincident.

Rond Kerstmis vorig jaar hekelde de leiding van de Amsterdamse politie publiekelijk het gedrag van verscheidene prominente Amsterdammers nadat zij waren aangehouden voor verkeersovertredingen. Politiewoordvoerster E.Florax verwees daarbij, in een artikel in De Telegraaf, naar wethouder R.Oudkerk, stadsdeelvoorzitter S.Willing en advocaat P.Nicolaï. Deze Amsterdamse notabelen gingen volgens de politie tekeer tegen de agenten die hen verbaliseerden. ,,De manier waarop ze zich hebben gedragen, hoort niet bij gezagsdragers'', zei Florax. ,,Zij hebben een voorbeeldfunctie. Als ze het er niet mee eens zijn, moeten ze de zaak voor de rechter laten komen.''

Burgemeester Cohen in een brief aan Oudkerk hierover: ,,Het is niet aan de politie om dergelijke kwalificaties naar buiten te brengen, het is in deze kwesties aan de politie om de wet te handhaven. Ik heb dat aan de korpsleiding medegedeeld en gezegd dat ik die opvatting ook naar buiten zal brengen.''

Florax bevestigde journalisten van De Telegraaf desgevraagd dat voormalig president W.Duisenberg van de Europese Centrale Bank was aangehouden voor het rijden onder invloed. ,,Duisenberg heeft een ernstig verkeersmisdrijf begaan, maar werkte in ieder geval normaal mee'', zei de Amsterdamse politiewoordvoerster.

Nicolaï gedroeg zich volgens de politie ,,recalcitrant'' toen agenten hem bekeurden voor rijden onder invloed. Willing werd zelfs aangehouden en geverbaliseerd voor belediging nadat hij agenten die hem bekeurden, omdat hij midden op de Dam stond geparkeerd, onheus had bejegend. Volgens de politie werd Oudkerk kwaad nadat hij een bekeuring kreeg voor het fietsen zonder achterlicht.

Oudkerk zegt dat hij de boete zonder morren heeft betaald. ,,Maar de agent maakte een opmerking over mijn voorbeeldfunctie. Ik zei hem dat hij daar niets mee te maken had en mij gewoon de bekeuring moest geven. Maar hij ging hij verder met insinuaties over politieke uitspraken van mij - hij duidde op de `kut-Marokkanen'. Daarop heb ik hem gezegd dat ik daar niet van gediend was, en dat zei ik niet vriendelijk.''

Uit onderzoek van de politie is niet gebleken, schrijft Cohen aan de wethouder, dat deze tijdens zijn bekeuring `scheldend en tierend' is opgetreden. De politie: ,,We hebben verder geen commentaar''.