Pestvogel

De wierde van het dorp Warffum in het vlakke noorden rijst op; hier moet ik aan zanger Ede Staal denken en zijn lied `Het hogelaand': `dat is mien laand, mien hogelaand'. Groningen is melancholie, vandaag. In de boomsingels toont zich de achttien centimeter grote pestvogel, Bombycilla garrulus. Bij strenge winters kunnen zij in een ware invasie ons land aandoen. De middeleeuwse mens dacht bij deze wolken van pestvogels aan de naderende, zwarte dood. De pestvogel heet in het Engels onschuldig Waxwing en in het Duits Seidenschwanz, ofwel lak- en zijdenstaart. De vogel leeft van lijster- en jeneverbessen, rozenbottels, insecten. Aan de bovenzijde is hij bruingrijs, de onderkant is gekleurd met een helroze gloed. De kuif en de rode, gele en witte vleugelpunten zorgen ervoor dat hij tussen de takken scherp is waar te nemen. Zijn roep is een zwak maar helder, trillend `siirrr'.

freriks@nrc.nl