Pan-nen-koe-ken...pan-nen-koe-ken...

In IJsland worden één keer per jaar alle schapen en paarden uit het hooggebergte gedreven om weer `thuis' de winter door te brengen. Een enkele boer gedoogt een toerist in zijn groep.

Uit de brochure:

This tour provides the unique experience of participating in an Icelandic roundup of sheep and horses. This is a hardworking adventure only for experienced riders - you can expect many hours in the saddle!

Vorig jaar april besloten we te gaan. De informatie die we kregen was schaars – een brochure en een elektronische beschrijving van de zogenoemde roundup. Geen flauw idee wat dit `drijven van vee' te paard in werkelijkheid zou zijn, het was gewoon een droom die al jaren in mijn hoofd zat. Dit jaar leek het te gaan gebeuren.

Rijden op een IJslander is iets anders dan rijden op een gewoon paard of een pony. Het IJslandse paard heeft namelijk vijf gangen in plaats van drie. Naast stap, draf en galop kan een IJslander ook tölten en telgangen. Vooral de tölt is belangrijk. Het paard zet de benen in een verschrikkelijk hoog tempo na elkaar naar voren. Als het goed gaat, kun je de hoeven heel ritmisch horen galmen: pan-nen-koe-ken...pan-nen-koe-ken...pan-nen-koe-ken. Het voelt alsof je op een luchtkussen zit en nog harder gaat dan in een galop. Als je niet kunt tölten, kom je IJsland niet in.

Dus, waar leren we zo snel mogelijk (weer) goed rijden op een IJslander? In Nederland zijn maar een paar plaatsen waar ze op IJslanders lesgeven. Ik had geluk, vlakbij mijn eigen woonplaats trof ik Broodje (Brodhir is IJslands voor `broer') en Kundry. Geen manegepaarden maar paarden van zulke enthousiaste mensen dat ik (Kom zondag maar: 10.00 uur) mocht komen rijden. Ook de twee vriendinnen die ik had overgehaald mee te gaan naar IJsland, trainden dag en nacht: te paard, op de fiets of gewoon door uren te wandelen met de hond. Conditie en veel rijervaring. Dat waren de enige voorwaarden om deel te nemen aan de jaarlijkse roundup in september.

In het vliegtuig naar Reykjavik kwamen de eerste kriebels. Waar zijn we aan begonnen? We wisten dat de groep zou bestaan uit Scandinaviërs maar verder was alles een raadsel. Op de afgesproken plaats werden we inderdaad opgehaald door een jeep met twee zwijgzame mannen. We gingen niet naar Eldhestar in Hveragerdi (de organisatie waarbij we ons hadden opgegeven en waarmee we zouden gaan rijden), maar naar een boerderij in West-IJsland. Een boerderij in West-IJsland? Ruim twee uur rijden? Van de zenuwen begonnen we de mannen maar een beetje te zieken in onze veilige eigen taal. En ohhh, wat vielen we door de mand toen de bestuurder van de jeep een Vlaming bleek te zijn die voor Eldhestar werkte en alles letterlijk had verstaan. Het ijs was gebroken, dat wel.

Gelukkig was de spanning weg toen we in Oddsstadir aankwamen. Doe alsof je thuis bent, daar is jullie kamer, over een uurtje wordt er geluncht. Zaten we een paar uur eerder nog met man en kind de week door te nemen, nu zochten we onze meisjeskamer op met paardenposters aan de muur en talloze bekers en medailles van de dochter des huizes in de kast. Voor een week werden we toegevoegd aan het gezin van Gugga en Oddur Ragnarsson. Zij hebben 90 paarden en bijna 300 schapen. In 1978 hebben zij het boerenbedrijf van zijn ouders overgenomen, nadat Oddur als landbouwkundig ingenieur was afgestudeerd aan de Universiteit van Hvanneyri en tevens meester hoefsmid was geworden. Met hem gaan we op stap.

De groep bestaat inderdaad uit Scandinaviërs, we blijken de eerste Nederlanders op de boerderij. De tocht voor de volgende dagen wordt doorgenomen en op maandag volgt meteen de eerste oefening. Een zwerm paarden stormt ons tegemoet en Oddur reikt iedereen een paard aan. Het ene paard nog mooier dan het andere. Het bijzondere van IJslanders is dat zij nooit zullen trappen, bijten of schoppen. Zij hebben een heel lief karakter en zijn van nature oersterk. In 1783 werd bijna heel IJsland onder lava bedolven. De ramp kostte het leven aan de helft van de koeien (12.000), 75 procent van de paarden (18.000) en schapen (190.000) en een vijfde (10.500) van de IJslandse bevolking. Alleen de allersterkste dieren overleefden en daarom zijn de IJslanders heel zuinig met het paardenras dat overleefde. Om ziekten en andere ongelukken te voorkomen, mogen IJslandse paarden wel worden uitgevoerd maar niet worden ingevoerd. Heeft het paard eenmaal het eiland verlaten, dan keert het dus nimmer terug.

Hródmar Bjarnason (45), een van de oprichters van Eldhestar in 1986 en nu algemeen directeur van zowel de organisatie die alle rijtoeren organiseert als het vorig jaar geopende Hotel Eldhestar, is het nog steeds eens met het invoerverbod van IJslandse paarden. Bjarnason: ,,We verkopen graag aan het buitenland hoor. Alleen raak je daardoor je paarden wel voor altijd kwijt. Voor professionele wedstrijdruiters is dat ernstiger. Want ga je bijvoorbeeld naar de Wereldspelen of andere wedstrijden in Denemarken of Duitsland, dan moet je na afloop je paard verkopen. De Duitsers en de Denen berijden dus onze toppaarden. Het bizarre, en soms ook frustrerende is dat wij altijd rijden tegen onze eigen favorieten.''

De roundup heeft niets met wedstrijdrijden te maken. Het is een jaarlijkse traditie om met alle boeren uit de wijde omgeving samen de schapen en paarden uit het hooggebergte te drijven. De schapen hebben daar ongeveer vijf maanden mogen grazen en zijn overgeleverd aan elkaar en aan de natuur. Voordat de winter invalt, moeten ze terug naar de stal en – daar gaat het vooral om – de lammeren moeten van de schapen gescheiden worden. De lammeren zijn handel en voor de boer een belangrijke bron van inkomst.

's Morgens vroeg komen de eerste boeren in beweging. Te paard en met enkele `handpaarden' (reservepaarden die via een teugel aan de hand worden meegenomen), trekken zij langs alle boerderijen om de andere boeren op te halen voor de lange rit. Wij worden aan het einde van de middag opgehaald door vier groepen boeren. Zingend, drinkend en kletsend tölten we de bergen in. Al snel splitsen we op. Het hele gebied moet de volgende dag uitgekamd worden en ieder groepje heeft zijn eigen positie. Bij het vallen van de nacht rijden we langs een bergmeer terwijl de maan hoog aan de hemel staat. We hebben een hoogte van bijna duizend meter bereikt als we de paarden afzadelen en voor de nacht achterlaten, terwijl we zelf worden teruggebracht in een oude stadsbus naar de boerderij om daar nog even snel wat te eten voordat we de volgende morgen om 4.30 uur alweer aan het ontbijt worden verwacht. We worden om 5.30 uur door Gugga teruggebracht naar de paarden en de boeren die in houten hutjes in hun slaapzak de nacht hebben doorgebracht. Zij hebben niet geslapen – te koud en te dronken. Dan gaat het grote werk beginnen. Om precies 6.30 uur zitten we op het paard. We kijken elkaar aan en voelen ons cowboy en boer tegelijk. Laatste instructies en bemoedigende woorden. Zie jij al een schaap?

Door moerassig vulkaanlandschap – wat een tegenstelling lijkt maar na enig wegzakken toch echt de werkelijkheid blijkt te zijn – klimmen we nog hoger. Als we de eerste schapen zien, komen we in actie. In een lange lijn benaderen we het nomadenvolkje en volgen de acties van `onze' hond Paw. Deze bordercollie en Oddur zijn onafscheidelijk. Zij doen samen het moeilijkste werk, en wij nemen de schapen over en drijven ze al joelend naar de andere schapen toe. De groep schapen wordt steeds groter en we worden er om de beurt op uitgestuurd om ook nog een kijkje achter een andere heuvel te gaan nemen. Ieder schaap moet mee. Het is een vreemde gewaarwording om echt álle spreekwoorden en gezegden met een schaap of lam erin, tot leven te zien komen. Als een schaap niet mee wil of zich verstopt in een rots waar je als paard en mens niet bij kan, moet je het schaap achterlaten. Oddur: ,,Een schaap kan totaal in paniek raken als hij zich in het nauw gedreven voelt, je moet hem dan met rust laten, anders doet hij zichzelf wat aan. Hij wordt letterlijk gek.'' Als we later langs een rivier rijden en het zielloze lichaam van een schaap stroomafwaarts zien gaan, is Oddurs conclusie duidelijk. Dit schaap is van een rots gevallen, doordat hij in paniek het water verkoos boven de kudde.

Gekke schapen die achterblijven, komen twee weken later in de herkansing als een klein groepje boeren opnieuw de bergen intrekt om de verloren schapen op te sporen. Als laatste check zoekt daarna een vliegtuigje met opsporingssensoren nog een keer het hele gebied af.

Van alle kanten komen nu boeren en schapen. We wachten nog op een kudde van rechts die maar niet komt. Ze móéten komen, want dat is een afspraak die zo'n veertig jaar geleden gemaakt is en dat kun je niet zomaar negeren. Zonder woorden en met een heerlijke gelatenheid en zonder een druppel regen (we waren uitgerust met zware regenpakken en bijzondere laarzen tegen het noodweer) rijdt iedereen langs elkaar, naast elkaar, geheel alleen in de richting van de rivieren of gewoon te voet met het paard aan de teugel om het even te laten rusten. Gelukkig, daar verschijnen wat witte wolkjes. Rechts is gearriveerd en we mogen verder, de groep is nu op zijn grootst en telt ongeveer drieduizend schapen en dertig verwilderde paarden.

Aan het einde wacht nog een rivier waar alle schapen overheen moeten en dan is er het hek. De King, de gekozen voorzitter van de boerenstand, opent het en laat alle schapen binnen: terug in de bewoonde wereld. We drijven de kudde naar de boerderij en laten ons om 19u30 van het paard glijden – na ruim twaalf uur achter elkaar in het zadel.

Voldaan proosten we bij het diner op de goede afloop. Het is het eerste glas wijn dat we drinken – alcohol is onbetaalbaar op IJsland. Op het terras drinken we 's nachts met de dierenarts en anderen uit de groep alle jenever en port op die we als cadeautjes hadden meegenomen. We worden verrast door het noorderlicht dat als gekleurde schichten voor ons opkomt en weer wegduikt. En almaar komt het terug. Dan weer voor de boerderij, dan weer achter. We hollen van terras naar terras. Het is te indrukwekkend voor woorden.

De volgende morgen arriveren de eerste autobussen, de dorpen zijn uitgelopen om naar het einde van de roundup te komen kijken. Zelfs de schoolkinderen hebben er vrij voor gekregen. De duizenden schapen staan in een groot weiland voor `onze' boerderij en worden in groepjes van honderd in de kraal geleid. Dan begint het grote spel: zoek je schaapjes. Per boer ongeveer driehonderd. Te herkennen aan een nummer en een inkeping ergens in het oor. Het duurt uren voordat iedereen zijn schapen heeft gevonden. Prachtige kleuren, vette ruige wol.

In tölt verlaten we het land en wuiven naar de cowboys die morgen weer gewoon boer zullen zijn.