Opera als mediashow avant la lettre

Opera is sinds zijn ontstaan rond 1600 een extreme kunst, een opstapeling van tal van kunstvormen: muziek, zang, drama, vormgeving van decors en kostuums, vaak ook nog ballet. Het onderwerp van de opera moest dan ook extreem zijn, zoals de verhouding tussen goden en mensen in bijbelse verhalen, de mythologie en de antieke Griekse tragedie. Veel opera's behandelen kwesties van leven en dood rondom de hoogstgeplaatsten in de samenleving. Pas in Verdi's La traviata (1852) zag speelden `gewone' mensen in een eigentijds decor.

Nog extremer en visueel aantrekkelijker was het zo'n operaverhaal te situeren in een ver land, met een exotische cultuur en een afwijkende, vaak rigoureuze visie op leven en dood. Zo speelt Puccini's Madama Butterfly in Japan en zijn Turandot in China. Samen met opera's als Mozarts Die Zauberflöte, Rossini's L'Italiana in Algeri en Verdi's Aida en Otello zijn het voorbeelden van het oriëntalisme in de opera. Die `oriënt' reikte ver, van Noord-Afrika, het Midden-Oosten tot de Stille Oceaan. De grenzen van de exotiek waren ook flexibel: Bizet verplaatste zijn Parelvissers van Mexico naar Ceylon.

Zó gewoon is het oriëntalisme in de opera dat de kleine en nauwelijks opzienbarende tentoonstelling La Scala, de Opera en de Oriënt in het Van Gogh Museum en De Oriënt in de Opera Nu in het Theater Instituut gaan over een fiks deel van het ijzeren repertoire. Het bijzonderste lijkt zelfs dat een deel van het collectie van het museum van het wereldberoemde Milanese Scalatheater uit de periode 1780-1930 nu is te zien in het Van Gogh Museum. Van Gogh was inderdaad een bewonderaar van operacomponisten als Berlioz en Wagner. Maar voor het Van Gogh Museum past zo'n expositie vooral in het brede beleid om tal van aspecten van de negentiende eeuw te tonen.

Via luidsprekers overgoten met operafragmenten ziet men in het Van Goghmuseum oude ontwerptekeningen van exotische decors opgehangen aan bamboestengels, waarachter nog wat kostuums zijn te zien. Een operavoorstelling was een multimediashow, die voor de historische film en massatoerisme een suggestief beeld gaf van ongeziene verre vreemde landen en volkeren in het heden en het verleden. Soms lijken de kleurige kostuumtekeningen voor Madama Butterfly en Turandot bladen uit een zeer verantwoord volkenkundig plaatwerk.

Echt interessant zijn alleen de pure architectuurfantasieën, de illusoire werkelijkheid zoals die alleen in het theater mogelijk is. Daar ziet men feitelijk onmogelijke maar quasi-antieke bouwwerken van zuilen, galerijen en atria van ontwerper Alessandro Sanquirico. Opmerkelijk is een ontwerp uit 1826 van Giovanni Pedroni en Gaspare Galliani voor Mozarts Die Zauberflöte. Het is een tempelinterieur, waarbij het plafond vanuit een paar zuilen wijd uitkraagt. Als men er lang naar kijkt, ziet men opeens zo'n fictieve trappenconstructie van M.C. Escher.

Het ouderwets nauwkeurig herscheppen van de geïdealiseerde realiteit, zoals dat vroeger in de Milanese Scala gebeurde, is tegenwoordig geabstraheerd. Dat ziet men op het vervolg van deze tentoonstelling in het Nederlands Theater Instituut. Recente voorstellingen van de Nederlandse Opera, zoals Aida, Madama Butterfly en Turandot, zijn hier al museaal. Super-esthetisch is de Butterfly van Robert Wilson. Curieus is de Aida van Pierre Audi, die zich gedeeltelijk afspeelt in Las Vegas, dankzij hotels als piramiden en oosterse paleizen een hedendaags exotisch pretpark.

Tentoonstellingen: La Scala en de Oriënt: t/m 8/2 Van Gogh Museum Amsterdam. De Oriënt in de Opera Nu: tot 19/4 Theater Instituut Nederland, Herengracht 168 Amsterdam. Publicatie: speciaal nr Kunstschrift.