Op de Horecava krijgen we te horen dat alle levende wezens drinken, maar beschonken mensen richten de meeste schade aan

De rokers worden nu door de overheid keihard aangepakt, maar met drank kan iemand anderen meer tot last zijn dan met tabak, constateert Maarten Huygen.

Dat jonge olifanten dronken en baldadig worden van een bepaalde gistende Afrikaanse vrucht, is kennelijk een populair verhaal in horeca-kringen. Ik had het net gehoord van een wijnhandelaar, toen bioloog Midas Dekkers dat feitje tijdens een forum over de voordelen van matig alcoholgebruik nog eens opdiste. Ook fruitvliegjes bezatten zich aan gegiste vruchten, zei hij. Die beginnen dan wild te dansen. Vlinders raken hem stevig. Kramsvogels kunnen in dit magere winterseizoen alleen maar rode, gegiste vruchtjes van de duindoorn eten en missen daarna wel eens een tak waar ze iets te enthousiast op af zijn gevlogen. Vooral die laatste opmerking bracht mij en de horeca-ondernemers in de zaal aan het lachen. Alcohol is puur natuur. Dat hoorden wij, bezoekers van de grootste horeca-tentoonstelling van het jaar, graag. Beneden in de Rai-hallen wachtten de gratis tapperijen. Gezondheid!

Maar helaas is alcohol voor de mens minder onschuldig dan voor het dier. Benevelde automobilisten missen wel eens een bocht waar ze iets te enthousiast aan zijn begonnen. Dat loopt voor hen en voor hun slachtoffers slechter af dan voor die fladderende kramsvogels.

Met drank kan iemand anderen meer tot last zijn dan met tabak. Wie een sigaret opsteekt, kalmeert. Dat geldt niet alleen voor psychiatrische patiënten. Over de schade die de uitgeblazen tabaksrook toebrengt aan niet-rokers, bestrijden deskundigen elkaar nog met statistische marges, terwijl de gevolgen van alcohol gemakkelijk zijn te meten in verkeersdoden, doodslag, mishandeling en knokpartijen. Toch wint tabak het niet van drank, want tabak is alleen maar ongezond en een paar glaasjes per dag zijn juist goed voor hart en bloedvaten.

In ons horeca-forum vertelde dr. Aafje Sierksma van TNO hoe ze aan de snelheid van de bloeddrukgolf na een hartslag kon meten dat de aderen van matige drinkers minder dichtslibben. Ik kreeg meteen zin in een koel glas bier. Haar onderzoek was weliswaar deels gesponsord door de alcoholbranche, maar ik geloof het graag, want ze hoefde alleen maar oorzaken te zoeken voor verbanden die internationaal al ruimschoots met overlijdensstatistieken worden ondersteund.

Ik ga ervan uit dat de meeste mensen bij onderzoeken minder glazen opgeven dan ze drinken, dus ik dacht dat het nog wel wat meer kon. In de grafiek zag ik bij mannen de drukgolfmeter al na zeven glazen per week omhoogspringen, terwijl we er van het TNO in die periode wel 21 mogen drinken. De volgende spreker, internist dr. A van de Wiel, waarschuwde dat slempen juist slecht is voor het hart. Na meer dan vier en vooral acht glazen achter elkaar gaat er van alles mis en is de kans op allerlei infarcten meer dan twee keer zo groot, afgezien de schade die je anderen kunt berokkenen.

Van alcohol kun je dus hooguit excessen bestrijden, maar dat is moeilijker dan verbieden of ontraden. Terwijl de overheid ons doorzaagt over niet roken, meer beweging en minder vet, durft ze het nut van alcohol niet te melden. Te omstreden. Een neut of een glaasje wijn of bier zou eigenlijk bij het dagelijkse voedingspakket moeten horen, behalve dan voor mensen die door aanleg na een slok niet meer kunnen ophouden. De TNO-afdeling voeding doet mee aan fora, maar de drankindustrie zelf moet volgens de reclamecode de blijde boodschap verbreiden: ,,Geniet, maar drink met mate''. Zoals de vos die de bevrijding van kippen propageert. De brouwerij zal er alles aan doen dat wij ons niet aan dit advies houden.

Maar verbod of onthouding is weer starre orthodoxie. Midas Dekkers vertelde over de voortplantingsfunctie van drank: een onervaren jongen wil zijn overvloedige zaad kwijt en een glas of wat geeft hem de durf om het aan te leggen met een meisje. Inderdaad, dacht ik, in culturen waar alcohol niet mag, bedisselen de ouders met wie hun kinderen trouwen. Geef mij maar de vrijheid van alcohol.

Het verbaasde mij te horen dat in Amerika gemiddeld evenveel wordt gedronken als in Nederland, acht liter zuivere alcohol per persoon per jaar. Maar bijna alle Amerikanen die ik ken, drinken bijna niets. Hier moet het altijd, daar is drinken een teken van zwakte, behalve onder jongeren. Een enkeling waagt zich wel eens aan een glaasje wijn, sinds hij heeft gelezen dat het gezond is. Veel geheelonthouders. Om tot hetzelfde nationale gemiddelde te komen als hier, zijn er dus veel meer zware alcoholisten in Amerika, ook veel tieners die het illegaal doen. Dat komt nou van een krampachtige houding tegenover genotmiddelen. In Amerika heerst ook een zwaarder taboe op vet en cholesterol, dus lopen er meer dikke mensen rond die dagelijks kilo's vetvrij eten. Volgens de laatste onderzoeken schijnt zware corpulentie evenveel levensjaren te kosten als roken, dus komen de dikkerds, rook- en vetvrij, weer terug bij af.

Volgens de wetenschappers maakt het voor de gezondheid niets uit wat voor alcohol je drinkt, maar op de Horecava wordt al snel duidelijk dat het wel zo is. Bij de wijnhandelaren heerste een esoterische, bijna wetenschappelijke sfeer. Eerbiedige stilte. Aan lange tafels kon je wijnen proeven en vervolgens weer in een bak uitspugen – oei, je zou eens iets inslikken. Op de kaart werd de streek aangewezen waar het vandaan kwam.

Dan was het bij de bier- en jeneverdrinkers gezelliger. Bonkende muziek, zoals het wel eens in je hoofd kan bonken en mensen die, om elkaar te kunnen verstaan, dicht opeen stonden, het glas met schuimkraag in de hand. Roulette, glinsterende gokapparaten. Een nieuw soort café-leverworst. Het schijnt dat het tijdens de Horecava altijd druk is op de Amsterdamse Wallen. Ik zag die verlegen, bepukkelde jongen met die pet weer terug, nu enthousiast lachend en pratend met een vriend aan een glas Budel-bier, het rode petje achterop het hoofd geschoven. Breezers, cocktails. Hè hè, het zware werk bij de wijnen was voorbij.

Hier zaten ook drugpushers die per hectoliter verkopen, zoete drankjes aan jongeren slijten maar geen boodschap hebben aan matigheid. Als de tap-aders maar niet dichtslibben. Hoe moeten al die jonge drinkers worden opgevoed bij zoveel commercieel geweld? Niet met onthouding, maar met goede gewoonten en op tijd nee zeggen.