Omar Sosa

Het lijkt bijna een nieuw genre in de jazz: babymuziek. Het zijn vooral jonge vaders die inspiratie putten uit de geboorte van hun kind. Terwijl moeder de vrouw in de weer is met onplezieriger zaken als luiers en nachtelijke voedingsbeurten, wentelen zij zich in lofbetuigingen aan het nieuwe leven. En omdat al die vertedering het kritische vermogen niet ten goede komt levert het vaak zoetige rommel op.

Het hoesje van Omar Sosa's A New Life – echoscan, handafdrukje, hartritmegrafiek, afgekloven kreupelrijmpje – doen op dit gebied het ergste verwachten. Maar het valt alleszins mee. De Cubaanse pianist heeft in slechts één nummer een sample gebruikt van de hartslag en het eerste gekraai van zoontje Lonious Said en dat nummer heeft een contemplatieve, bijna donkere inslag. Op de rest van het album doet de Cubaan verder wat hij het beste in is: het vermengen van stijlen uit de Cariben, West-Afrika en de westerse jazztraditie. En omdat het hier een geïmproviseerd solo-album betreft is het geluid nergens gezwollen of overdreven.

De nieuwe Keith Jarrett is Sosa (nog) niet maar hij weet indruk te wekken met een stevige toucher en Monkiaans hoekig spel dat soms plotseling uitdraait in een zwierig lyrische slinger. De improvisaties lijken op het eerste gezicht bedriegelijk simpel maar blijken bij nadere beluistering knap gelaagd.

Omar Sosa: A New Life (Skip Records, SKP 9041-2) Distr Culture.