Net kleine jongetjes

Veel scholen raden leerlingen die eindexamen havo hebben gedaan af om door te stromen naar het vwo. Niet omdat zij die jongens en meisjes dat vwo niet gunnen, maar omdat de niveaus van die schooltypen in de loop der jaren zo ver uit elkaar zijn komen liggen, dat die doorstroming, die een van de pijlers was van de mammoetwet, niet langer haalbaar is.

Wat doen nu de jongens en meisjes met een havo-diploma die toch naar de universiteit willen? Voor hen heeft ons Wetenschappelijk Onderwijs een alternatieve route bedacht: ga met havo naar hbo, haal daar de propedeuse en kom vervolgens naar de universiteit. Wat de school voor vwo in twee jaar niet lukt, kunnen de wonderdoeners van het hbo namelijk in één jaar: een havist voorbereiden op het wetenschappelijk onderwijs. En nog meer dan dat, want op grond van de propedeuse krijgt de havist ook nog eens vrijstellingen. De wereld op z'n kop? Jazeker, en dat niet alleen hier. Voor de overgang van mavo naar havo geldt namelijk precies hetzelfde.

De kloof tussen mavo (dat is dus de naam die vroeger gold voor wat nu heet de theoretische leerweg in het vmbo, maar in de praktijk nog steeds mavo genoemd wordt) en havo is eveneens praktisch onoverbrugbaar geworden. Dus gaan leerlingen met mavo die naar het hbo willen, niet eerst het daartoe vereiste havo-diploma halen. Dat is te moeilijk. In plaats daarvan gaan ze naar het mbo om vervolgens, via een vergelijkbare procedure, versneld door te stromen naar het hbo.

Mavo, havo, vwo, ze zijn qua niveau steeds verder uit elkaar gegroeid. Nu zijn daar twee mogelijke verklaringen voor. Of het niveau van vwo is ontzettend gestegen, of dat van de mavo ontzettend gedaald. Want, let wel, het gaat om twee niveauverschillen die vroeger heel wel overbrugbaar waren, en die dat inmiddels niet meer zijn.

In het verleden was de middelbare school het kwaliteitsscharnier waar alle onderwijs om draaide. Met zijn toelatingseisen bepaalde het het eindniveau van de basisschool en met de eindexameneisen het niveau van de studenten die instroomden in mbo, hbo of wetenschappelijk onderwijs. Als gevolg van de hier geschetste ontsnappingsroutes is het voortgezet onderwijs die functie kwijtgeraakt. De kwaliteitsbewaking is komen te liggen bij instellingen die er belang bij hebben het niet zo nauw te nemen met de niveau-eisen. Want de ROC's, hogescholen en universiteiten willen maar één ding en dat is groot groeien. Ten profijte van de bestuurders. Want dat zijn echt, heus waar, de enigen die daar belang bij hebben. Kees de Both heeft treffend beschreven hoe dat in zijn werk gaat. In een roman, getiteld Modern Management. Die gaat over liefde, relaties, ongewenste intimiteiten en de blinde drift om hogerop te komen. Dit alles speelt tegen de achtergrond van fuserende hbo-instellingen, en is realistisch beschreven want de auteur zat er zelf middenin.

De drang om de grootste te zijn, tot de grote jongens te horen, heeft in die kringen ziekelijke proporties aangenomen. Hoeveel omzet hebben jullie? Net kleine jongetjes, wie heeft de grootste. En dat zou allemaal niet zo vreselijk zijn als inmiddels niet het dagelijkse onderwijs werd kapot bezuinigd ter wille van de absurde salarissen van bestuurders, prestigieuze kantoorinrichtingen en statusverhogende activiteiten op het gebied van internationalisering of het universiteitje spelen, compleet met leerstoelen, door het hbo. Hoewel in al die instellingen natuurlijk ook fatsoenlijke mensen rondlopen is het zelfreinigend vermogen blijkbaar te gering om uitwassen te voorkomen. Zoals ook bleek bij de fraudes met studentenaantallen in al die instellingen en waar iedereen van wist. Ook de leden van de HBO-raad. De voorzitter zit er nog steeds.

prick@nrc.nl