Muiterij op de Bounty door wrede straffen kapitein Bligh

In zijn column over `De vertrutting van Nederland' (NRC Handelsblad, 2 januari) schrijft Max Pam dat Captain Bligh de muiterij op de Bounty over zich afriep omdat hij zijn ondergeschikten de schuld gaf van zijn eigen fouten.

Dat is een misverstand. Bligh was een kundig zeeofficier, getuige alleen al de riskante tocht van 3.500 zeemijlen in een open sloep waarmee hij de hem trouw gebleven bemanningsleden behouden van Tofoa naar Timor wist te brengen.

De oorzaak van de muiterij wordt algemeen gezocht in de zelfs voor die tijd wrede straffen die Bligh zijn bemanning oplegde, maar dat verklaart nog niet waarom tweede stuurman Fletcher Christian zich aan het hoofd van de muiters stelde. Daarvoor is wel gesuggereerd dat Christian niet langer bereid was Bligh seksuele gunsten toe te staan, zeker niet nadat hij op Tahiti zijn droomprinses had ontmoet, een van de latere stammoeders van de bevolking van Pitcairn Island.

Pam is misschien in de war met die andere beroemde muiterij, beschreven in `The Caine Mutiny' van Herman Wouk, waarin captian Queeg wel zijn eigen falen afwentelt op zijn officieren en op grond van dit paranoïde gedrag voor de krijgsraad zijn ondergang over zich afroept. Maar dat was fictie, terwijl Bligh en zijn Bounty echt hebben bestaan.