Hof neemt terreurzaak op

Het Amerikaanse Hooggerechtshof gaat uitzoeken of een in de Verenigde Staten geboren strijder van de Afghaanse Talibaan zonder vorm van proces voor onbepaalde tijd opgesloten mag worden. De zaak van de 22-jarige Yaser Esam Hamdi werd begin dit jaar in hoger beroep afgewezen.

Het besluit van het Hof om de zaak van Hamdi in behandeling te nemen is een belangrijke overwinning voor Amerikaanse burgerrechten groeperingen die van mening zijn dat Washington in zijn strijd tegen de terreur voortdurend de grondwettelijke rechten van Amerikanen schendt. Volgens de regering is Hamdi geen krijgsgevangene, maar een vijandelijke combattant die geen recht heeft op een regulier proces. Een federaal Hof van Beroep gaf de regering in februari nog gelijk en bepaalde feitelijk dat een president in oorlogstijd het recht heeft Amerikaanse staatsburgers hun grondrechten te ontnemen.

Het Witte Huis had er bij het Hooggerechtshof op aangedrongen de zaak tegen Hamdi niet op te nemen en zich niet te mengen in terreur gerelateerde zaken.

Hamdi, een in de VS geboren Saoediër, werd eind 2001 in Afghanistan opgepakt na de Amerikaanse aanval op dat land. Sinds april verblijft hij in een militaire gevangenis in het Amerikaanse Norfolk, Virginia. Toegang tot juridische bijstand is hem geweigerd en er zijn geen aanklachten tegen hem ingediend. Een federale rechter in Norfolk had in augustus 2002 bepaald dat de Amerikaanse regering meer bewijzen zou moeten leveren om de detentie van Hamdi te rechtvaardigen.

Vorige maand leed het Witte Huis al een nederlaag toen een Hof van Beroep bepaalde dat de regering niet het recht heeft om een tweede Amerikaanse man die van terreur is beschuldigd, Jose Padilla, te behandelen als vijandelijke combattant.