Hoe mooi moet het leven eigenlijk zijn?

Lamu wil wel toeristen maar geen westerse naaktlopers. Het eiland is conservatief. Een dilemma voor de `parel van de Keniaanse kust'.

Met gekruiste benen zit de oude Ahmed op een tafel voor zijn theehuis. Twee met koraalsteen beladen ezels trippelen in het nauwe steegje voorbij, gevolgd door een ezel die een loodzware berijder torst.

In de nauwe straatjes van de stenen stad van Lamu dringen mens en ezel om de ruimte en strijdt de geur van pis uit het open riool met die van wierook uit de antieke huizen. De oude Ahmed met zijn lichtbruine gezicht en zijn lange neus lijkt wel een Arabier. Hij herinnert zich de goede tijden, toen er vele zeilschepen uit het Midden-Oosten voor de kade dobberden. Toen waren de tradities van Lamu nog heilig voor de 20.000 bewoners.

Breeduit kan hij praten over de schoonheid van het eiland. ,,Dit is een paradijs voor toeristen. Lamu bekoort de buitenstaander. Met een dhow, een oud zeilschip, ga je drie dagen de golven op, van eiland naar eiland. Je vangt vis, kijkt naar de ondergaande zon, roostert je vangst op het strand en brengt daar onder een sterrenhemel de nacht door.'' Maar dan zegt hij met een zucht: ,,Maar voor ons is het al lang zo mooi niet meer. Wij, bewoners van Lamu, zijn tegenwoordig dood van binnen, want onze cultuur wordt ontmanteld.''

Buiten de haven glijdt een houten zeilboot voorbij, in de waan van het verleden. ,,Wil je een uurtje komen varen'', schreeuwt de kapitein naar een slenterende toerist op de kade, ,,voor slechts 20 euro per uur''.

Sommige hotelletjes, gevestigd in de oude huizen, hebben een dakrestaurant. Daar kun je eten met uitzicht op de azuurgroene zee en de mangrovemoerassen. ,,Geniet u van de rustieke sfeer van Lamu?'', vraagt de ober. Hij heeft een donkere huidskleur en is overduidelijk afkomstig van een stam in de binnenlanden, Hij kwam naar Lamu voor werk in de toeristensector. ,,Toeristen vinden het heerlijk om ergens te verblijven waar de tijd lijkt stil te staan. Zonder wegen en auto's. De enige twee auto's op Lamu zijn van de districtscommissaris en van het ziekenhuis. Verder gaat al het vervoer per ezel. Lamu telt drieduizend van die lastdieren.''

Met Lamu wordt in de toeristenwereld geadverteerd als de parel van de Keniaanse kust. Tot voor kort veranderde het leven er met de snelheid van een ezel. Het eiland met zijn eeuwenoude stad ligt geïsoleerd van wereldlijke centra. Slechts één verharde weg, die enkele weken per jaar onbegaanbaar raakt door overstromingen, leidt naar de kust tegenover het eilandje. De eilandbewoners waanden zich veilig voor de vergankelijkheid, hun cultuur leek zo solide als de dikke muren van hun antieke huizen. Vermoedelijk bestond de stad al rond 1200 of eerder en groeide die uit tot regionaal centrum voor de handel in ivoor, mangrovehout, vruchten en andere waren naar het Midden- en Verre Oosten. Tussen 1650 en 1900 bereikte Lamu grote bloeiperioden, het eiland behoorde met Zanzibar en Mombasa tot de belangrijkste stedelijke centra langs de kust.

De blik van de Oost-Afrikaanse kustbewoners was altijd gericht op de buitenwereld voorbij de horizon in zee, met de binnenlanden onderhielden ze nauwelijks banden. Sinds duizenden jaren kwamen Arabische, Perzische en Aziatische handelaren in hun zeilschepen op de moessonwinden aanwaaien, om enkele maanden later met handelswaar te vertrekken. Sinds ongeveer duizend jaar geleden mengden Arabieren zich met zwarte Afrikanen, waaruit het mengras de Swahili voortkwamen. Maar ook de Portugezen en Chinezen deden de eilanden aan en lieten delen van hun DNA in de genen van de bewoners achter.

Het centrum van die Swahili-cultuur lag op en rond Lamu. Deze onderscheidt zich door haar taal (die de voertaal van Oost-Afrika werd), door haar poëzie, architectuur en timmerkunst. Het werd een fragiele cultuur, omdat Lamu klein en kwetsbaar is en de economische basis uit het glorierijke verleden verdween. Alleen door zijn isolement kon het vasthouden aan zijn verleden.

Lamu is de best bewaard gebleven oude Swahilistad. ,,Dit eiland is een levend monument'', zegt Ibrahim Mohamed, de curator van het museum op Lamu. Vorig jaar riep UNESCO de stad uit tot een World Heritage Site. ,,We zijn daar trots op en gaan Lamu weer een plaats geven op de wereldkaart. We zetten de cultuur van Lamu in het zonnetje.''

De 80-jarige Abdallah Skandar was zijn leven lang timmerman. De vader van 29 kinderen maakte prachtige bedden, balkons, stoelen, deuren en boten, in de traditie van zijn voorvaderen op Lamu. ,,De cultuur van Lamu is al dood'', spreekt hij de curator tegen. ,,Door de armoede zijn die goede tijden sinds Kenia's onafhankelijkheid in 1963 definitief voorbij. We lijden door werkloosheid en door een vloed nieuwkomers van het platteland. Nee, het leven is hier zo mooi niet meer.''

Nostalgisch praat de oude man over de bloeiende handel van weleer in mangrovehout, schilden van zeeschildpadden en ivoor, nu uit milieuoverwegingen verboden. ,,Mijnheer, we kapten mangrove al vóór de komst van de zeevaarder Vasco da Gama. Die vrijheid hebben onze nieuwe heersers in de hoofdstad Nairobi ons ontnomen. Vroeger was Lamu zowel voor ons als voor de toerist beter, we gingen op het vasteland met de toeristen olifanten schieten.''

Er ontspint zich een discussie over de tanende cultuur. ,,Jonge toeristen liggen te vrijen op de daken en lopen naakt door de straten. Walgelijk. Hierdoor raken onze jongeren beïnvloed, daarom bestaat er nu misdaad op ons eiland. Niemand poogt de bezoekers tot goed gedrag te dwingen'', zegt de een. ,,Zo gaat dat nu eenmaal met culturen, ze veranderen constant en wij op Lamu hebben altijd opengestaan voor invloeden van buitenaf'', maant een ander.

Ahmad Omar Sagaff werkt als conservator in het oude fort van Lamu aan grootse plannen om met de verkregen status van World Heritage Site restauratieprojecten op te zetten. ,,Hopelijk krijgen we nu veel donorgeld. Japan heeft ons al beloofd de open riolering te verbeteren. We gaan onze oude waarden nieuw leven inblazen'', predikt hij. ,,We moeten hier geleid toerisme introduceren, we willen hier geen Westerse homofielen en naaktlopers. We gaan de toeristen duidelijk zeggen dat wij conservatief zijn.''

Lamu maakt onderdeel uit van een archipel waar nog oudere rijken floreerden. Paté op het eiland met dezelfde naam was destijds zo'n machtige stad, met ruïnes daterend uit de achtste eeuw. Kapitein Ali Hippie vraagt voor het tochtje met zijn speedboot naar Paté het kolossale bedrag van 120 Euro. Na lang onderhandelen doet hij het voor ietsepietsie minder. ,,Omdat je mijn vriend bent'', zoals afzetters van toeristen het doorgaans uitdrukken.

De tocht naar Paté biedt een grote schoonheid van rotsen en koraalriffen, vrolijk springende dolfijnen, prachtige vogels en verlaten eilandjes of eilandjes met verlaten stranden. Een paradijs, want hier wordt de toerist niet lastig gevallen zoals in Lamu. In het dorpje Paté zijn nieuwe huizen gebouwd op de ruïnes, net als toen met koraal- en kalksteen. De reiziger wordt hartelijk ontvangen, gastvrijheid kost geen geld.

Op de terugweg naar Lamu gaan enkele inwoners van Paté mee terug. Sommigen lijken Portugees, anderen Chinees, of Arabisch, allen maken zij deel uit van de unieke mengeling van rassen en stammen die de geschiedenis deze archipel heeft gegeven.