Het schaatstalent Tuitert lijkt eindelijk te ontluiken

Wie kan Mark Tuitert nog van zijn eerste Europese titel afhouden? Op de openingsdag van het schaatstoernooi voor allrounders overtrof de Holtenaar zichzelf en sloeg hij een bres in het klassement ten aanzien van zijn directe concurrenten Carl Verheijen en Jochem Uytdehaage. Vooral de 5.000 meter van Tuitert was opzienbarend. ,,Normaal verlies ik op deze afstand ten opzichte van mijn tegenstanders zeker vijf seconden, nu maakte ik zelfs tijd goed'', jubelde hij. De vijf kilometer reed Tuitert in een persoonlijk record (6.27,63) dat hij nota bene ooit had aangescherpt op de hooggelegen baan van Calgary. Met zijn coach Jac Orie werkte hij dit seizoen aan een verbeterde techniek. Een sneller bewegingsritme in de bochten evenals het langer rijden met de handen op de rug wierpen gisteren hun vruchten af.

Het talent Tuitert lijkt eindelijk te ontluiken. In 2001 in Baselga di Piné stevende hij ook af op de titel, maar toen voorkwam een val een vroege machtsovername. Na een jaar van kommer en kwel, waarin hij de ziekte van Pfeiffer kreeg, was hij ook vorig seizoen al in de buurt van de hoofdprijs (derde achter Romme en Ritsma). Nu lijkt er geen kruid meer gewassen tegen Tuitert. In Erfurt won hij onlangs in een wereldbekerwedstrijd voor het eerst in zijn leven een prijs. In Heerenveen ligt de lauwerkrans van de EK voor hem klaar.

Ondanks de comfortabele voorsprong die hij opbouwde, wilde Tuitert zich echter niet rijk rekenen. ,,Ik sta er goed voor, maar daar is alles mee gezegd'', probeerde hij niet al te optimistisch over te komen. ,,Ik moet waakzaam blijven. Een sporter is nooit zeker van zijn zaak. Verheijen en Uytdehaage kunnen (vandaag, red.) ook een goede 1.500 meter rijden.''

Op de schaatsmijl moeten de beide Nederlanders echter respectievelijk 2,52 en 2,85 seconden goed maken. Met deze voorsprong zou Tuitert op de 10.000 meter van morgen zestien seconden mogen verliezen. Het stemde Verheijen wat somber. Want tijdens de NK allround in Eindhoven bewees Tuitert eind vorig jaar ook al een goede tien kilometer te kunnen rijden. Op de half open baan verloor Verheijen toen ongeveer elf seconden op de nummer twee van de nationale kampioenschappen.

Niettemin keek Verheijen met enige voldoening terug op de eerste dag in Thialf. De sprint reed hij in een persoonlijk record (37.14 seconden). De 5.000 meter bouwde hij verstandig op. In tegenstelling tot Jochem Uytdehaage die zich vergaloppeerde. De olympisch kampioen had in zijn hoofd dat een tijd van 6.26 op het Thialf-ijs mogelijk moest zijn. Uytdehaage begon ambitieus met ronden van 29 seconden, maar dook na drie kilometer al in de 31'ers om met 33.4 in de laatste vierhonderd meter te eindigen. Daarmee verspeelde hij waarschijnlijk zijn kansen op de Europese titel. Gegokt en verloren. ,,Ik ben iets te enthousiast geweest'', erkende Uytdehaage. ,,Al in de eerste ronde heb ik te veel energie verspeeld. Van tevoren dacht ik: niet geschoten is altijd mis. Ik weet niet of ik nu boos op mezelf moet zijn. Ik kan gewoon nog niet goed inschatten welke snelheid ik moet aanhouden.''

Kort na de ineenstorting van Uytdehaage pasten Verheijen en zijn coach Gerard Kemkers het schema razendsnel aan. ,,Het ijs is wel goed, maar de lucht in de hal maakt het onmogelijk om lange tijd lage rondetijden te rijden'', vermoedde Verheijen vooraf. Dat had hij ook geconstateerd tijdens de rit van de verrassend sterke Rus Ivan Skobrev, die eveneens voortvarend startte maar zijn rondetijden aanzienlijk zag oplopen. Verheijen won de vijf kilometer, maar bleef Tuitert slechts 1,2 seconde voor. Ten opzichte van Uytdehaage constateerde Verheijen wel een goede uitgangspositie. ,,Het verschil met Jochem is nog nooit zo gunstig geweest'', aldus de zoon van de voormalige topschaatser Eddy Verheijen . ,,Op de 1.500 meter hoef ik tegenwoordig niets meer voor hem onder te doen.''

De stayer Verheijen transformeerde de afgelopen jaren tot een degelijke allrounder. Als hij zijn sprint verder weet te perfectioneren, moet Verheijen ook een keer in staat worden geacht een allroundtitel op te eisen. ,,Ik heb geleerd vier afstanden beheerst te rijden'', vertelde Verheijen gisteravond in Thialf. ,,Mijn korte afstanden zijn sterk verbeterd omdat ik veel train met de sprinters Beorn Nijenhuis en Gerard van Velde.''

Na een niet al te sterke sprint staat Gianni Romme, de Europees kampioen van vorig jaar, nog op eerbiedige afstand. De hoop dat hij zijn titel zou kunnen prolongeren, moest hij gisteren al laten varen. ,,Er moeten dan wel heel gekke dingen gebeuren.'' Romme moet na twee afstanden nog twee Russen voor zich dulden. Jevgeni Lalenkov (vijfde) en Ivan Skobrev (vierde). De laatste zou wellicht in de toekomst een aanval kunnen openen op de Nederlandse suprematie. Skobrev, twintigjarige zoon van twee schaatsers en vorig jaar tweede op de WK voor junioren, reed gisteren een goede sprint en kan ook op de lange afstanden, redelijk uit de voeten. Met het oog op de komst van twee overdekte Russsische kunstijsbanen lijkt dat een lichtpuntje voor het internationale allroundschaatsen.