Geen lokalen, geen cijfers, geen examens

Nederland heeft meer dan 70.000 voortijdig schoolverlaters. Praktische opvangopleidingen kunnen alsnog een nuttig diploma opleveren.

De gasten aan de tafels mopperen een beetje. Uit de keuken klinken opgewonden geluiden en er zijn al drie serveersters met hoogrode wangen servetjes op tafel komen leggen. Resultaat: een hoge toren van papier. Maar het moet gezegd: uiteindelijk staat er een smakelijk driegangen menu op tafel. Het is een inventieve combinatie is van gerechten uit verschillende windstreken: gekookte bloemkool met Turkse salade, een sudderlapje en rijst.

De koks en kelners zijn jongeren van het project Werken met de Stad, een leerwerktraject van het ROC Friesland College in Leeuwarden. Een speciaal traject voor jongeren tot 24 jaar zonder diploma voortgezet onderwijs op niveau 1. De helft van hen is asielzoeker. De opleiding draait al vier jaar en won in 2003 de Onderwijsprijs vanwege de goede resultaten: tachtig procent rond de opleiding af en gaat werken of doorleren. Projectleidster Akke Overzet: ``Juist voor voortijdig schoolverlaters moest er iets in het onderwijs veranderen. De uitval op niveau 1 was bedroevend. Zoals overigens in heel Nederland''.

De voortijdig schoolverlaters genieten sinds een aantal jaren ook de bijzondere aandacht van het Ministerie van Onderwijs. In 2000 sprak de overheid tijdens een Europese top in Lissabon af dat het gemiddelde opleidingsniveau in Nederland omhoog moet. Nederland heeft in vergelijking met de ons omringende landen een van oudsher laag opgeleide bevolking. Vijftien procent van de jongeren van 18 tot 24 heeft een opleiding die niet hoger is dan een vmbo-diploma. Om het opleidingsniveau omhoog te krijgen heeft Nederland afgesproken dat zoveel mogelijk jongeren de OESO-norm halen: minimaal een mbo-opleiding op niveau 2 oftewel in onderwijsjargon: de startkwalificatie.

In 2001 ging de Wet van Regionale Meld Centra (RMC) in en zijn scholen en gemeenten verplicht om voortijdig schoolverlaters zonder een startkwalificatie te melden en weer terug in de schoolbanken te krijgen of aan het werk te helpen. De verbeterde registratie heeft echter tot gevolg gehad dat het aantal schoolverlaters explosief lijkt te zijn toegenomen. In 2002 werden meer dan 70.000 voortijdig schoolverlaters geregistreerd; 5,5 procent van de 1.28 miljoen leerlingen in het voortgezet- en beroepsonderwijs. Dit is bijna een verdubbeling ten opzichte van 2000. De toename is het sterkst in de vier grote steden: hier steeg het aantal geregistreerde schoolverlaters van 6.507 naar 29.305. Een derde van de schoolverlaters is van allochtone afkomst. Overigens is de meest kwetsbare groep, de schoolverlaters zonder enig uitzicht op een schooldiploma, stabiel gebleven: 12.000.

terugkeer

Geregistreerd of niet, de terugkeer naar de schoolbanken of werk wil het nog niet helemaal lukken. Slechts iets meer dan 20.000 schoolverlaters volgden vorig jaar een traject om terug te keren in het onderwijs of werk. Het jaar daarvoor waren het er zelfs meer. Reden: de opvangcapaciteiten bij zowel jeugdzorg als de leerwerktrajecten nemen niet toe.

`Werken met de Stad' in Groningen heeft plaats voor iets meer dan honderdenveertig jongeren per jaar. Alle oude ideeën over onderwijs zijn losgelaten. Er zijn geen lokalen, geen cijfers en geen examens meer. Hiervoor heeft het project speciaal ontheffing gekregen van het Ministerie van Onderwijs en de Onderwijsinspectie. Er is een soort fabriekshal met tafels en stoelen overgebleven in een hoek van het splinternieuwe gebouw van het ROC Friesland College. In de hoeken zijn de verschillende afdelingen ingericht; de keuken en een imitatie van een linnenkamer van een bejaardenhuis. De studenten tekenen in op projecten. Een rondleiding geven aan gasten en een maaltijd voor ze bereiden zijn twee van die projecten. Maar ook een kerstmarkt organiseren voor een goed doel is een verslag voor een portfolio waard. Op basis van de portfolio en een eindgesprek kan een student zijn diploma assistent niveau 1 halen.

stage De jongeren zoeken hun stageplaats zelf uit en schrijven met behulp van een begeleider een sollicitatiebrief. De een loopt stage bij de HEMA, de ander bij een bejaardentehuis in de keuken of kinderdagverblijf. De stagebegeleider bij het bedrijf krijgt een speciale cursus van het Friesland College.

Ook de begeleiders zijn meestal niet afkomstig uit het reguliere onderwijs maar zijn dramadocent of docent NT2 zoals Ploni van Savooyen: ``Alles moet uit de jongeren zelf komen. Ze zullen zich zelf moeten leren redden in de maatschappij en daar helpen wij hun mee. Vaak moet je hun verwachtingen temperen. Veel meisjes denken bij een kinderdagverblijf fijn met de kinderen te mogen werken. Maar vaak mogen ze alleen schoonmaken of eten klaarmaken.''Dit jaar is bij het Friesland College ook een experiment gestart met een zelfde manier van werken voor het mbo-niveau 2. Om de zogenaamde startkwalificatie mogelijk te maken voor een grotere groep. Daarnaast zet het Friesland College met een vmbo in Wolvega een zelfde traject op. Er is al een voorlichtingsavond geweest waar ouders duidelijk aangaven werk boven een opleiding te verkiezen. Akke Overzet: ``Daar moet je dan wel op inspringen. Door al in het vmbo te beginnen met dit soort onderwijs, voorkom je voortijdige uitval in plaats dat je er achter aan holt met projecten als Werken met de Stad.'' Er is echter een groot nadeel voor het werken met leerwerktrajecten. Akke Overzet: ``Er komen er steeds meer opleidingen die leerlingen laten stage lopen. De stagevijver wordt nu wel heel druk bevist. En daar zullen de studenten van Werken met de Stad hinder van ondervinden. Zij vergen veel begeleiding van een stageplek. Hierin ligt een taak voor de bedrijven om juist hun deuren open te zetten voor deze jongeren. Om ze een kans te geven in samenwerking met het onderwijs.''