Een land moet doen, wat een land moet doen

Er komen meer crises tussen Amerika en Europa zoals rond `Irak', waarschuwt Robert Kagan. `Straks zijn Iran en Taiwan aan de beurt.' Deze week verscheen een nieuwe editie van zijn geruchtmakende boek 'Of Power and Paradise'. De kloof tussen beide continenten is nog dieper dan hij eerst dacht. Maar zelfs een oppermachtig Amerika kan niet verder als democratische landen zeggen dat zijn optreden onrechtmatig is. Kagan laat de ophaalbrug neer.

Robert Kagan gooide anderhalf jaar geleden een knuppel in het Europese hoenderhok. Europeanen waren van Venus en Amerikanen van Mars, schreef hij. Europeanen willen nooit meer oorlog, hebben zich daarom amper bewapend en zijn nu banger voor Amerika dan voor terroristen. `Irak' trok de kloof wijd open. `Het Westen' bestond niet meer. De crisis tussen de bondgenoten van weleer is er sindsdien niet kleiner op geworden, maar misschien is er een brug te bouwen.

Kagan signaleerde een kloof die al jaren werd ontkend op bijeenkomsten waar atlantici van beide oevers spraken over `gemeenschappelijke waarden'. Vergeet het maar, zei Robert Kagan. Hij schreef er een geruchtmakend essay (Power and Weakness) over dat een succesvol boek werd met een iets gewijzigde titel, Of Power and Paradise – America and Europe in the new world order.

,,Ik was niet zozeer verbaasd over Europa's zwakte, als wel over de volstrekte afwijzing van geweld als middel in internationale verhoudingen'', zegt hij nu. Kagan is terug in Washington. Hij woonde drie jaar in Brussel met zijn echtgenote, een Amerikaanse diplomate die nu voor vice-president Cheney werkt. In Europa begreep hij pas ten volle dat Europeanen zich in `een postmodern paradijs' wanen dat het begrip oorlog achter zich heeft gelaten. Terwijl de Verenigde Staten diepgaand zijn veranderd door de aanslagen van 11 september 2001 en zich met geweld willen verdedigen, zo nodig vóór zij worden aangevallen.

,,Ik dacht dat ik Amerika begreep, maar ik wist niet hoe de rest van de wereld Amerika ziet. Daar kwam ik in Europa pas achter'', vertelt de schrijver in zijn met boeken volgestouwde werkkamer bij de Carnegie Endowment for International Peace, een Washingtonse denktank die onderdak biedt aan een breed spectrum van opvattingen. Kagan geldt als neoconservatief, een etiket dat hij lachend van zich afschudt. Waarover straks meer.

De essayist is het laatste jaar uitgegroeid tot een superster van het Amerikaanse denken over de verhouding tussen de Verenigde Staten en andere landen. Zoals George Kennan met zijn befaamde artikel over de Sovjet-Unie onder de auteursnaam `X' (1947), Francis Fukuyama met End of History (1989) en Samuel Huntington met The Clash of Civilizations (1993). Ondanks zijn roem is Kagan meer zichzelf in T-shirt met col en gympen dan in pak. Herinnerd aan zijn beperkte elektronische omgangsvormen wuift hij verontschuldigend: ,,Ik ben een onopgemaakt bed.''

Op het strijdterrein dat hij het zijne heeft gemaakt is Kagan scherp en bereid iedere aanval af te slaan. Hij steekt zo nodig moeiteloos de hand in eigen, nationale boezem. ,,Amerikanen hebben de neiging in dit land hun gang te gaan alsof zij de enigen zijn die bestaan. Zij geloven echt dat zij alleen met hun eigen zaken bezig zijn. Zij hebben geen idee dat zij zo'n zwaar stempel drukken op discussies in de hele wereld. President Bush richt zich in de `As van het Kwaad'-toespraak en andere redevoeringen tot een binnenlands publiek, maar als je het machtigste land op aarde bent, klinkt dat volstrekt anders in de oren van buitenstaanders.

,,De rest van de wereld ziet een krachtpatser van een natie staan. Voor Amerikanen is het eenvoudig ondenkbaar dat Europeanen bang zijn voor de Verenigde Staten. Dat slaat in Amerikaanse ogen nergens op. Maar de Europese Unie is veel meer dan een gemeenschappelijke markt. Er is een Europese kijk op de wereld ontwikkeld, een hele ideologie waar Amerikanen geen benul van hebben. In Europese ogen proberen Amerikanen het internationale systeem naar hun hand te zetten. Zij zijn bang dat Amerika de internationale orde, zoals die de Europeanen voor ogen staat, wil vernietigen. Ik heb geleerd dat wij dat over het hoofd zien.''

Deze week verscheen de paperback-editie van zijn boek met een nieuw slothoofdstuk: American Power and the crisis of legitimacy. Daarin beschrijft Kagan hoe het einde van de Koude Oorlog het internationale optreden van de Verenigde Staten onbedoeld van zijn rechtsgeldigheid heeft beroofd. Zolang Moskou half Europa bezette en West-Europa afhankelijk was van de Amerikaanse veiligheidsgarantie, peinsde niemand in Europa er over het fiat van de Veiligheidsraad te eisen voor het Amerikaanse optreden in Vietnam, Latijns-Amerika en elders.

Door het wegvallen van de Sovjet-Unie verdween de angst en daarmee de stevigste pijler onder Amerika's vanzelfsprekende internationale gezag. Zonder het te hebben gezocht bleven de Verenigde Staten over als de enige grootmacht. Zo ontstond wat Kagan noemt `the unipolar predicament', het onbehagen van een wereld met één grootmacht. Voor het ingrijpen in Kosovo werd de Veiligheidsraad niet om toestemming gevraagd. Europa maakte er geen bezwaar tegen, de regering-Clinton evenmin.

Vier jaar later toonden Frankrijk, Duitsland en andere tegenstanders van ingrijpen in Irak een selectief geheugen, constateert Kagan. Gebrek aan internationale goedkeuring was opeens heel erg. Zij verweten Washington op eigen houtje een operatie te ondernemen die veel Europeanen ongehoord, ongewenst, onnodig en daarmee ongerechtvaardigd vonden.

,,Zo ontstond voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog een crisis over de rechtsgeldigheid van de Amerikaanse machtsuitoefening. Dat is een groter probleem geworden dan men veronderstelde. Het is een echte internationale crisis. Het is niet gewoon een kwestie van `de Europeanen doen Europa en de Amerikanen de rest van de wereld'. Als onze democratische bondgenoten ons voortdurend voorhouden dat ons gedrag onrechtmatig is, dan is dat een probleem dat we niet kunnen negeren.''

Hoewel hij meent dat de kloof tussen Europa en de Verenigde Staten allerminst kleiner is geworden dan toen hij zijn oorspronkelijke opstel publiceerde, komt Kagan met een voorstel dat een brug zou kunnen slaan. Hij noemt het een `Transatlantic deal'. De kortst mogelijke definitie van dit akkoord, klinkt hem zelf wat hard in de oren, maar duidelijk is ie wel: ,,Jullie gunnen ons onze wereldbeschouwing. Wij geven jullie invloed op onze daden.''

,,Ik suggereer dat Amerika enige invloed over zijn acties afstaat aan zijn democratische bondgenoten, vooral in Europa. Volgens mij is dat wat Europa het meest mist sinds de Koude Oorlog, zeggenschap over wat Amerika doet met zijn macht. De Verenigde Staten moeten de Europese bondgenoten van hun kant wel trachten te overtuigen dat het gebruik van geweld nodig kan zijn. Amerika kan de wereld niet door een Europese bril gaan zien. De vraag is of Europa in staat is om niet langer te eisen dat het Europese wereldbeeld wordt overgenomen.''

In zijn boek beschrijft Kagan in verschillende toonaarden de kern van het verschil in wereldbeeld. In Amerikaanse ogen is de wereld te onveilig voor dromen over vreedzame manieren om geschillen te beslechten. Er bestaat geen internationale rechtsstaat. Er is maar één taal die iedereen verstaat, die van wapens. Europeanen hebben de oorlogen op hun eigen continent overwonnen door het gebruik van geweld uit te sluiten, door te vergaderen, door over alles compromissen te sluiten.

Het leidde tot verschillende opvattingen, niet alleen over ingrijpen in de Balkan of Irak, het ABM-Verdrag, het Internationaal Strafhof, maar ook over een internationale aanpak van het milieuvraagstuk, over genetisch gemanipuleerd voedsel en de doodstraf. Ieder nieuw voorbeeld vergroot de verbijstering. ,,Het probleem is dat de Verenigde Staten zich soms genoodzaakt zien zich te houden aan de regels van een Hobbesiaanse wereld, ook al schendt het daarmee Europa's postmoderne normen'', schrijft Kagan.

Er zit niets anders op dan proberen elkaar tegemoet te komen, zegt hij nu: ,,Amerikanen en Europeanen kúnnen alleen maar tot een hernieuwde samenwerking komen als zij het eens worden over de aard van de dreiging waar beide continenten aan blootstaan. Iran is natuurlijk de volgende kwestie waar we aan kunnen afmeten of de schattingen van het gevaar dat ons bedreigt iets dichter bij elkaar zijn gekomen. Voorlopig ziet het er naar uit dat Europa vasthoudt aan zijn oude opvattingen.''

De Europeanen vinden zelf dat zij dramatisch zijn opgeschoven in Amerikaanse richting.

,,Maar wat is het motief? Ik denk niet dat de Europeanen bezorgder zijn over Iran dan zij waren. Zij maken zich sinds `Irak' alleen veel meer zorgen over wat Amerika in Iran kan gaan doen als zij geen oplossing vinden voor dit probleem. We bevinden ons wat betreft Iran nu in `1441'-tijd (het nummer van de resolutie waarin de Veiligheidsraad in november 2002 vastlegde dat militaire actie tegen Saddam Hussein zou volgen, tenzij, red.). Europa heeft zich ten doel gesteld te voorkomen dat deze idiote regering in Washington idiote dingen in Iran doet. Zelf zijn Europeanen bereid te leven met een Iraans kernwapenprogramma. Zij gebruiken de dreiging met Amerikaans ingrijpen om de Iraniërs te overtuigen dat zij zich moeten gedragen. De Europeanen hebben een Bush-achtig Amerika nodig wil hun diplomatie slagen.''

Met satanisch plezier verduidelijkt Kagan: ,,Zij hebben George W. Bush nodig, niet Howard Dean.''

Het voorbeeld laat zien dat Amerikanen in uw voorstel niet verplicht zijn hun kijk op de wereld op te geven. Europeanen moeten dat wel doen.

,,Ik roep Europeanen op om meer geloof te hechten aan de Amerikaanse wereldbeschouwing. Wat dat betreft kunnen de Amerikanen de Europeanen niet halverwege tegemoetkomen. Amerikanen kunnen zich dat niet veroorloven. Dat is een kwestie van verantwoordelijkheidsbesef. Ik geef eerlijk toe dat ik de Europese visie op de gevaren in de wereld niet wil delen. Maar als Europeanen en Amerikanen het over de aard van wat ons bedreigt eens kunnen worden, dan zouden de Verenigde Staten bereid moeten zijn Europa invloed op hun daden te geven.''

Wat zou het in de praktijk betekenen?

,,Dat de Amerikanen zeer terughoudend zouden moeten zijn met militair optreden zonder instemming van de Europese bondgenoten. Ik zeg niet dat het absoluut onmogelijk moet zijn, maar de Europese bondgenoten zouden een aanzienlijke inspraak (input) moeten hebben bij de inzet van Amerika's macht.''

Hoe ver gaat inspraak?

,,Kijk, als Europeanen de wereld blijven zien door hun postmoderne bril, dan wordt het heel moeilijk het vermeende gebrek aan rechtmatigheid van Amerika's internationale optreden op te lossen. Amerika gaat de wereld niet zo zien als Europa nu doet. Sommigen in Europa hebben het tegenwoordig wel over de noodzaak van preventieve actie in uiterste noodzaak. Als het verschil in wereldbeeld kleiner wordt, dan moet Amerika oprecht meer rekening gaan houden met Europese opvattingen over het gebruik van Amerikaanse militaire macht. Zelfs Kofi Annan heeft gezegd dat hij daar aan kan denken, mits met instemming van de Veiligheidsraad.''

Kagan wijst op de gang van president Bush naar de Veiligheidsraad najaar 2002. Omdat Tony Blair het vroeg. ,,Dát was invloed. Net als Resolutie 1441 na acht weken onderhandelen met Frankrijk. Ook dát was invloed. Alleen gooide Frankrijk die vervolgens weg.''

De invloed van Tony Blair op president Bush heeft niet iedereen in Europa overtuigd.

,,En dan wordt altijd het mislukken van het vredesproces in het Midden-Oosten genoemd, die belachelijke Europese hobby. In andere opzichten was Blair wel degelijk succesvol. Dat schijnt niemand in Europa te zien. De Europeanen hechten zo veel waarde aan internationale organisaties, de Veiligheidsraad, de internationale orde. Welnu, Blair bracht een Amerikaanse president, die dat niet van plan was, ertoe een resolutie van de Veiligheidsraad te vragen. Blair slaagde erin de unipolaire supermacht binnen de internationale orde te brengen. Totdat Frankrijk wegliep van 1441. Daarmee verpestte Frankrijk Blairs succes.

,,Alleen als het doel was Amerika af te houden van ingrijpen in Irak, ja dan mislukte Tony Blair. Volgens mij zou Europa zich ten doel moeten stellen Amerika zoveel mogelijk aan het internationale systeem te binden, om te voorkomen dat Amerika helemaal ongeremd doet wat men in Washington verzint. De Fransen hebben het tegendeel bereikt. Zij hebben de Verenigde Staten vooral aangezet hun eigen gang te gaan. De Europese diplomatie is altijd zo subtiel en zo slim, maar als het om de Amerikanen gaat, zijn Europeanen onsubtiel en weinig snugger.''

Als Europa niet van standpunt verandert, belanden we in een legitimiteitscrisis, die uiteindelijk de Verenigde Staten verzwakt of zelfs kan verlammen, schrijft u in uw nieuwe slothoofdstuk. Wat doet Amerika als het ook zijn probleem is?

,,Het zou een tragedie zijn als we die crisis niet kunnen oplossen. Amerikanen hebben die legitimiteit nodig. Dat heeft te maken met ons volkskarakter. Amerika moet doen wat het land moet doen. Desnoods zonder rechtsgeldigheid in ieders ogen. Europa neemt onze rol, of een deel daarvan, niet over. Het gevolg is dat de som van de macht van de liberaal-democratische wereld afneemt. Dan zijn beide continenten verzwakt. Dan kunnen wij minder effectief optreden in de wereld, en jullie effectiviteit is ook verkleind.

,,Amerikanen hebben dit gebrek aan internationale rechtmatigheid nog niet tot zich laten doordringen. Europeanen trouwens ook niet. Als Frankrijk erin slaagt Amerika blijvend te hinderen, wordt de wereld daar beter van? Gek genoeg trekken wij ons wel iets aan van wat Europa denkt. Ik vraag Europa en Frankrijk: zoudt u misschien even willen nadenken voordat u Amerika's vermogen op te treden blijvend dwarsboomt? Voorlopig is het aan dovemansoren gezegd. Amerika zal steeds moeilijker kunnen optreden als het nodig is. We zullen meer `Iraks' beleven. De volgende crisis heet Iran, of Taiwan. Ik weet niet of Europeanen voldoende geven om Taiwan om er een crisis van te maken, maar we zullen de ene na de andere aanvaring hebben.''

U bent een centrale figuur in wat een invloedrijke groep achter de huidige Amerikaanse regering wordt genoemd. Voor de goede orde, bestaat het neoconservatisme?

Robert Kagan, lachend: ,,Nee, het neoconservatisme bestaat niet. Die term is een eigen leven gaan leiden. Ik beschouw me zelf helemaal niet als conservatief, van welke soort dan ook, eerder als een klassieke liberaal. Als neoconservatisme iets betekent, is het een samengaan van Amerikaanse idealen met Amerikaanse macht. Dat is een vrij dominante opvatting in de Amerikaanse geschiedenis. Hieruit blijkt dat de regering-Bush niet wordt gedomineerd door neoconservatieven.

,,Mijn intellectuele afstamming zie ik niet bij Leon Trotsky of Leo Strauss [de vermeende godfather van de neoconservatieven], maar bij Alexander Hamilton, Theodore Roosevelt, Franklin Delano Roosevelt, Harry Truman, John F. Kennedy en Ronald Reagan. Dat is op het ogenblik een vrij ongebruikelijk gezelschap. De gewonere stromingen na het eind van de Koude Oorlog waren de `conservatieve realisten' (voornamelijk Republikeinen die een beperkte rol van internationale organisaties willen) en de `internationalisten' (de vroege Clinton-jaren).

,,De meeste leden van de regering-Bush zijn `conservatieve realisten' die na 11 september `conservatieve nationale veiligheidsrealisten' zijn geworden. Donald Rumsfeld is geen neo-conservatief.

Vervolg op pagina 32

Een land moet doen, wat een land moet doen

Vervolg van pagina 31

President Bush is tot de conclusie gekomen dat een gebrek aan democratie in het Midden-Oosten een bedreiging voor de nationale veiligheid van de Verenigde Staten was.

,,Daarom is hij het verbreiden van democratie gaan zien als een nationale veiligheidsprioriteit. Hij greep daarmee terug op een klassiek-liberale Amerikaanse aanpak. Na de Japanse aanval besloten we een democratie op te bouwen in Japan. We zijn de Tweede Wereldoorlog allerminst ingegaan om Japan, of Duitsland te democratiseren. Dat is er wel van gekomen. Het is een standaard reactie voor Amerikanen.''

President Bush was van huis uit dus geen idealist?

,,Ik denk dat hij het al doende is geworden. Het komt een Amerikaanse leider nu eenmaal makkelijk over de lippen. Er is niets fout met het bevorderen van democratie, en het past binnen de Amerikaanse traditie. Kennedy zei dat hij bereid was iedere prijs te betalen om democratie te verbreiden. Dat is niet controversieel in Amerika. Je moet intellectueel zijn om daar vragen over te stellen. Hebben de neoconservatieven de regering gekaapt? Ik krijg de laatste tijd meer telefoontjes van mensen die zeggen dat wij onze invloed zijn kwijtgeraakt. De invloed die we nooit hebben gehad. Als ik Paul Wolfowitz [de Amerikaanse onderminister van Defensie, gezien als brein achter de aanpak van Irak] de laatste vijf jaar drie keer heb gesproken is het veel. Deze regering houdt niet van mij en Bill Kristol [met wie Kagan commentaren schrijft voor het weekblad The Weekly Standard en samenwerkt in het Project for the American Century, dat al jaren vroeg om verwijdering van Saddam]. Bill Kristol steunde John McCain, niet Bush, tijdens de vorige Republikeinse voorverkiezingen. En ik brak het wereldrecord lange-afstands-invloed-uitoefenen uit Brussel.

,,Het meeste wat wordt gezegd over onze enorme invloed is gebaseerd op een slecht geheugen. Het is een misverstand dat Irak vóór de aanslagen van 11 september 2001 geen onderwerp was. Alleen is Amerika's tolerantieniveau door `911' verlaagd. Irak is boven de waterlijn komen te liggen. Men vergeet dat het Congres al in '98 om Saddams verwijdering vroeg. Al Gore's `running mate' Joe Lieberman was een van de opstellers van die motie. Clinton noemde Saddam Hussein `de gevaarlijkste man op aarde'.

,,Zo ging het ook na de communistische inval in Zuid-Korea tijdens de Koude Oorlog. Dat was zo'n aardschok waarna alles anders is. Wat acceptabel was, is het opeens niet meer. En andersom. Zo werd China na `911' van een `strategische concurrent' opeens een `partner'. Het grappige met die invloed van de neoconservatieven, althans van Bill Kristol en mij – je hebt maar een telefooncel nodig om de leden te verzamelen – is dat wij China het grootste deel van de jaren '90 een veel groter probleem vonden dan Irak. Nu wordt China opnieuw dreigender. We gaan regelrecht op een Taiwan-crisis af. Het duurt hoogstens wat langer omdat Bush de wereld op het ogenblik benadert volgens de stelregel `No War in '04' [uitgesproken: No war in O' Four].''

Daarom ook de versnelde machtsoverdracht in Irak, zonder democratische verkiezingen?

,,Misschien enigszins. Ik ben er een tijd bang voor geweest, maar het gevaar van een regelrechte exit-strategie is geweken. De troepenreducties zullen dit jaar niet tot minder dan 100.000 man in Irak leiden. Voor versnelde overdracht van verantwoordelijkheden is meer gekozen omdat de militaire bevelhebber generaal Abizaid meent dat zo de nationalisten in Irak het minst worden geprikkeld tot verzet.''

Wat is er mis gegaan sinds de overwinning?

,,In de eerste stadia heeft de regering de ware omvang van Amerika's betrokkenheid bij dit project te krap geformuleerd, zowel in financiële als militaire termen. Het aantal manschappen was op invasiesterkte, nooit op post-invasiesterkte gebracht. Die overgang was niet voorzien en heeft veel te lang geduurd. Zo hebben we vier maanden en veel goodwill bij de Irakezen verloren. Die vroegen zich af waarom het land zo'n puinhoop was en bleef. De militairen hebben het verzet van harde elementen uit de Ba'ath-partij lang onderschat. Die worden nu pas hard militair aangepakt. En dan moet er nog worden afgerekend met een percentage jihad-strijders, ontgoochelde soennieten en beledigde nationalisten die willen weten waarom Amerikanen de voordeuren van moslims intrappen. In het begin is natuurlijk veel te veel gejuich beloofd. Pas de vangst van Saddam heeft de Irakezen laten zien dat hij echt weg was. We beginnen ons te herstellen van alle gemaakte fouten.''

De Carnegie Endowment, uw eigen denktank, constateerde deze week na een half jaar studie dat president Bush ten onrechte stelde dat Saddam Hussein dreigde te beschikken over kernwapens. Op de Amerikaanse tv werd de president onlangs gevraagd of hij het volk in zijn oorlogsverklaring verkeerd had voorgelicht. De president zei daarop dat het niet uitmaakte, dat de man een tiran was en dat de wereld beter af was zonder hem. Is het een luxevraag of een democratisch leider naar believen van argumentatie kan veranderen?

,,De Amerikanen kan het helaas niet schelen wat de president zei. Maar het was een slecht antwoord. Het klinkt onserieus. Ik begrijp niet waarom zijn omgeving hem niet beter kan briefen. Want er is een volkomen redelijk antwoord dat hij had kunnen geven. Dat luidt: `we weten dat Saddam die wapens had, en op een dag zullen we er achter komen wat er mee is gebeurd'. Ik heb nooit gezegd dat Saddam Hussein weg moest vanwege het internationale terrorisme, of vanwege zijn massavernietigingswapens alleen. Het is vaak zo dat je zes of zeven redenen hebt om oorlog te voeren. Er waren er wel een dozijn waarom het de moeite waard was om ten oorlog te trekken tegen nazi-Duitsland. Als een van die redenen vervalt, is daarmee zo'n oorlog niet zinloos of ongerechtvaardigd. Alleen als je sowieso tegen de oorlog was, zoek je naar redenen die achteraf ontbreken.''