Een hotel in de boom brengt rust in het drukke China

Na een reis door China is het niet gemakkelijk een plek te vinden om tot rust te komen. Alleen op Hainan kun je het ruisen van de volle zee nog horen.

`Hier moet u zijn'', zegt de taxichauffeur die me van het vliegveld heeft gehaald als hij me 's avonds in het pikkedonker afzet bij een grote steen met Chinese karakters erop. Naast de steen staat een vriendelijke jongen met een zaklantaarn me op te wachten. Samen lopen we over een smal houten bruggetje, en dan sta ik met mijn voeten in het zand tussen grote, tropische bomen. ,,Ik breng uw tas wel even naar boven'', zegt de jongen, en we lopen via een paadje dat bedekt is met houten boomstammetjes naar de voet van een grote, oude tamarindeboom.

In de boom is over twee verdiepingen een boomhut gebouwd, en de bovenste verdieping bestaat uit een kleine kamer met een groot bed. Het licht van de lamp wordt verzacht door de grote zeeschelp die eromheen zit, en de ruimte is aan alle vier de kanten open: de `ramen' zijn bespannen met gaas, waardoor de lichte zeebries vrij door de kamer kan waaien. ,,Als u nog iets wilt eten of drinken, dan hoor ik het graag'', zegt de jongen, die ook de douche met warm water en de wc op de begane grond nog even toont.

De volgende ochtend word ik wakker van de vogels en van het licht van de opkomende zon. Ik zie de blauwe zee tussen de bladeren van de boom door, en als ik met mijn slippers door het hete, witte zand naar beneden loop, sta ik even later zomaar met mijn voeten in de Zuid-Chinese zee. Het kan dus toch: een idyllische, rustige strandvakantie in een land waar de mensen over het algemeen dicht op elkaar zitten en waar het herrieniveau hoog is.

Heel gemakkelijk gaat dat overigens niet. Als je na een intensieve reis langs China's onuitputtelijke reeks bezienswaardigheden nog even aan zee tot rust wil komen, zijn er maar verrassend weinig plekken in het grote land te vinden waar dat mogelijk is. Het tropische eiland Hainan is er één van, maar ook daar moet je goed zoeken naar een leuk onderkomen.

Op het heuvelachtige, groene eiland, dat net iets groter is dan België, is tussen 1950 en 1980 bijna de helft van het oorspronkelijke oerwoud gekapt om plaats te maken voor rubberplantages. Inmiddels is het voor China goedkoper om rubber te importeren, en het eiland ontvangt nu zo'n 80 procent van zijn inkomsten uit toerisme. Daarbij gaat het vooral om Chinezen die vanaf het koudere vasteland van China met groepsreizen naar het eiland komen, maar ook Japanners, Koreanen en Russen hebben het eiland ontdekt. Reizigers uit Europa lopen er nog maar mondjesmaat rond.

De stranden liggen vooral aan de zuidkant van het eiland, in de buurt van de stad Sanya. De mooiste stranden vind je bij de Baai van Yalong: een brede strook van zo'n zeven kilometer lang wit, schoon strand dat openbaar toegankelijk is. Dat is meteen ook een van de weinig zichtbare `communistische' elementen aan het eiland: officieel zijn er geen privé-stranden. Langs de Baai van Yalong liggen de meest luxe hotels van het eiland. Voor minder dan vier sterren doen ze het hier niet. De Chinese gasten betalen hun verblijf meestal niet zelf. Het is een ideale plek om een jaarvergadering van een multinational te houden, en ook plaatselijke overheden uit het binnenland willen hier nog wel eens een `belangrijke bespreking' naartoe verplaatsen. Veel van de Chinese gasten in het Holiday Inn zien voor het eerst zoveel luxe bij elkaar: een vrouw van middelbare leeftijd in bruine nylon rok met pantykousen tot net onder de knie, loopt wat verdwaasd naar het strand: over zwemmen denkt ze niet, want dat heeft ze nooit geleerd. Het lijkt alsof ze voor het eerst van haar leven aan zee staat, en ze springt verschrikt weg als het zeewater plotseling het strand op rolt en aan haar schoenen likt.

Zonnebaden is bij Chinezen niet erg geliefd. Van de zon word je maar bruin, en dat is een teken van armoede en achterlijkheid: alleen boeren zijn bruin. Je ziet daarom vooral veel vrouwen met een zilveren parasol rondlopen die de zon weerkaatst.

In de buurt van de luxehotels is op straat echt helemaal niets te beleven. Nergens is een terrasje, een restaurant of een bar, en als je in het donker buiten loopt, stoppen de auto's voor je omdat ze denken dat je wel verdwaald moet zijn en vast ergens iets wilt eten.

Om echt iets te zien van de manier waarop de nieuwe Chinese middenklasse vakantie viert, moet je naar het strand van Dadonghai. Daar zijn de wat goedkopere hotels, en het is er vooral 's avonds op de eenvoudige terrasjes met plastic stoelen heel levendig. Er lopen gitaristen met geplastificeerde kaarten rond. Op die kaarten kun je tegen betaling een verzoeknummer aanwijzen, en veel vakantiegangers zingen zelf graag om het hardst mee. Men doet zich ondertussen tegoed aan de bergen verse vis, krab, reuzengarnalen en andere zeedieren die in overvloed worden aangeboden.

Veel mensen hebben voor deze vakantie een heuse Hawaii-set aangeschaft: een dunne, korte broek met wilde bloemenprint, een bijpassende blouse en een cowboyhoed van stro. Uniseks is in, en veel jonge stellen gaan dan ook volledig identiek gekleed. Het is voor veel Chinezen de eerste keer dat ze met vakantie zijn, en dat leidt soms tot interessante resultaten. Zo ken ik een stel dat hun eerste kind Hainan heeft genoemd, naar het eiland waar het tijdens een luxe vakantiereis is verwekt.

Als ik 's avonds met een taxi weer terugrijd naar het kleine complex met vier boomhutten, kom ik in een heel andere wereld terecht. Hier komen geen mensen van buiten, en je hoort er vooral het ruisen van de zee.

Toch is het ook hier niet altijd helemaal stil. De hutten liggen in een groot ecologisch en cultureel recreatiepark, en overdag rijden er elektrische karretjes met groepjes toeristen. De uitleg van de gidsen is zacht te horen bij de boomhutten, maar de groepen mogen het terrein niet op om te zien wat de Amerikaanse architect David Greenberg hier heeft ontworpen en gebouwd. Even verderop aan het strand wordt gebouwd aan een meer dan honderd meter hoog betonnen boeddhabeeld, waar in de toekomst ook groepen toeristen naartoe gebracht zullen worden. Gelukkig liggen de boomhutten zo goed verscholen in het gebladerte van de bomen dat de privacy er ook door de verrekijkers die ongetwijfeld op het beeld zullen worden aangebracht, niet echt kan worden verstoord.