De meest pure vorm van jagen

Kodiak is op bedwelmende wijze verschrikkelijk leeg. Dè kans om een vogel te vangen in het vizier van de kijker en hem te volgen in zijn vrije vlucht.

Met vooruitgestoken klauwen landt de Bald Eagle, de Amerikaanse zeearend, op de mast van een van de vissersboten in de haven van Kodiak, het ruige eiland ten zuiden van Alaska. Zijn gele klauwen vangen de kille schittering van de zon, de zwarte vleugels wieken majestueus en de lakenwitte kop en staart tekenen zich af tegen de hemel. De Bald Eagle (Haliaeetus leucocephalus) heeft een spanwijdte van twee meter. Het vliegbeeld is onmiskenbaar dat van een arend of zelfs adelaar: imposant, langwerpige rechthoekige vleugels die eindigen in scherpgepunte slagpennen. En dan natuurlijk haaksnavel en klauw.

De Bald Eagle gaat als portret op de Amerikaanse postzegel de hele wereld over. Het is de nationale vogel, de trots van het land. Meteen na de eerste aanblik tref je de Eagle overal; in de achtertuin van de houten Kodiak-huizen, bij het visafval van de haven, op vuilnisbakken, in kale bomen langs de drie dirtroads die Kodiak rijk is. ,,Het is net een huismus'', zeg ik hardop tegen mezelf. Maar omdat Kodiak zo dun en schaars bewoond is, hoorde niemand mijn verzuchting. Ik kon de Eagle tot op minder dan tien meter benaderen. Een tamheid die niet past bij een bird of prey. Ik wil een roofvogel als een slechtvalk; woest, onstuimig, ver weg van de mensen. Langs de kusten en rivieren van Alaska leven zo'n 50.000 Bald Eagles.

De slechtvalk heet in het Engels Peregrine Falcon ofwel de zwerver en dat is een treffende naam. In Alaska en op Kodiak is hij een zeldzame verschijning. Gewapend met mijn tien keer vergrotende kijker zoek ik de kliffen af, rotsen langs de turkoois golvende oceaan, ik bespied de onherbergzame uithoeken van het woeste land tot waar elke weg ophoudt, maar de Peregrine met zijn ankervormige vlucht en drieste jacht op prooivogels moet ik node missen. Een ornithologische zoektocht op dit eiland dat, afgezien van de hoofdplaats Kodiak en enkele gehuchten die alleen over zee of door de lucht zijn te bereiken, vooral op bedwelmende wijze verschrikkelijk leeg is, zorgt voor spanning en verrassing. Elk zintuig staat op scherp. Iedere beweging in de lucht, in de toendra-achtige begroeiing van de bergen of tussen de donkergroene takken van de dennenbomen wordt gesignaleerd. Vogels kijken is de meest pure vorm van jagen. Ik zag mannen gehuld in camouflagepakken en zwaar gewapend de wildernis ingaan. Maar niets is mooier dan een vogel vangen in het vizier van de kijker en hem volgen in zijn vrije vlucht.

Kodiak ligt op dezelfde breedtegraad als het zuiden van Noorwegen. De kustlijn toont hetzelfde grillige patroon van baaien, inhammen, met naaldbomen omzoomde fjorden en in de verte het licht arctische, blauwe glanzen van de bergspitsen. De Golf van Alaska staat in onmiddellijke verbinding met de Grote Oceaan, de Pacific. Terwijl ik op een hoge rots aan de Chiniak Bay de oceaan aftuur wordt mijn aandacht getrokken naar een groep zwarte zeevogels die ik vlak onder de kust waarneem. Ik vang ze in de lasso van mijn verrekijker. Het is vroeg in de ochtend, de kleur van het water en van de ijle dageraad is smaragd. De eenden zijn geheel zwart met, als opmerkelijk kenteken, de rood en gele snavel van het mannetje en vlak daarboven een witte bles als van een meerkoet. Deze vogel heb ik nooit eerder gezien. Ik raadpleeg de standaard vogelgids van Alaska, de Guide tot the Birds of Alaska van Robert H. Armstrong (Portland, Oregon 2003; 1980) en vind onder de familie Swans Geese Ducks de beide vogels, zowel de Black Scoter als de Surf Scoter, respectievelijk Melanitta nigra en perspicillata.

De Scoter is niet mijn eerste nieuwe vogel. Tegenover Kodiak ligt het Near Island, niet meer dan een stel met naaldbomen begroeide rotsen en inhammem. Vlak boven de houten palen van de aanlegsteiger met boten als Surf Triumph en Tarantula fladdert, klapwiekt en danst in de lucht de Belted Kingfisher (Ceryle alcyon). Deze enige ijsvogelsoort die in Alaska is te vinden heeft een grijsblauwe rug en vleugels, een witte hals alsof hij een boord draagt en een zwarte kuif. De donkere, dolkvormige snavel stelt hem in staat kleine vissen te verschalken die hij al duikend najaagt. Als een roofvogel `bidt' de Kingfisher boven het water.

Dit deel van Alaska behoort niet tot het gebied van het poolijs, het eeuwige wit. De vogelbevolking telt ook `gewone' verschijningen zoals de ekster (Black-billed Magpie), talingen, de slobeend, tamme eend, kraaien en plevieren. De langste route op Kodiak voert over de Pasagshak Trail naar de gelijknamige baai. Niets dan stilte, weidsheid en wildernis, de befaamde Alaskaanse long loneliness. Ik kom voorbij een meer waarvan de roerloze waterspiegel een van de mooiste vogels draagt, de Common Loon (Gavia immer). Hij heeft een gitzwarte kop, witte borst en een verenkleed waarop witte parels op een donkergrijze ondergrond lijken te liggen. De Loon, in het Nederlands de parelduiker, laat zijn melancholieke roep horen die ver over het water draagt. Terwijl ik het paartje bespied, vliegt een Eagle door mijn vizier, gevolgd door een stel meeuwen. In zijn klauwen draagt hij een nog spartelende zalm met zich mee. De meeuw is de Thayer's Gull (Larus thayeri) die op de zilvermeeuw lijkt maar kleiner, ranker, met een zachtgrijs verenkleed. Het valt op dat meeuwen aldoor in de nabijheid van de Eagle te vinden zijn. Dat is niet vreemd. In de beken wemelt het van de zalm die met dreigende rugvin en wilde bewegingen over de kiezelgrond heen en weer schiet. Net kleine haaien. Voor de arend eenvoudig te verschalken, waarna de meeuw zich ontfermt over de laatste stukjes vlees.

Op de rotsen langs de Pacific laten aalscholvers in hun karakteristieke houding hun vleugels drogen, het lijkt het IJsselmeer wel. Dit is de Red-faced Cormorant (Phalacrocorax urile) die ieler oogt dan onze aalscholver en die een rood masker rondom zijn ogen heeft. Ik kom langs een verlaten ranch, de Red Ranch, en begeef me op het erf. Het dak is ingestort, vensters kapotgeslagen. Niets is boeiender voor de vogelliefhebber dan vervallen gebouwen. Ik heb geluk: tussen de balken vandaan vliegt een uil op, de Short Eared Owl (Asio flammeus) en hij wiekt geluidloos met zijn ronde vleugels verder. In het hartvormige gezicht gloeien de gele ogen als barnsteen. Hij spiedt naar me. Deze uil jaagt overdag, laag vliegend over open terrein. Verderop liggen drie bergen, de Monashka Mountains, die hier de Three Sisters heten. Een roedel herten springt weg. Later verneem ik van een jager dat de herten van oudsher niet op Kodiak voorkomen, wel de beruchte Kodiak-beer, maar dat president Theodore Roosevelt de herten heeft laten uitzetten. Hij vertelt me een berenverhaal: als een jager een hert schiet, dan komen de beren in de richting van het schot. Ze weten dat ergens neergelegd of aangeschoten wild moet zijn. ,,Net als de blauwe reigers in Amsterdam'', zeg ik. ,,Die staan naast een visser te wachten.'' De Great Blue Heron (Anda herodias) is op Kodiak echter bijzonder, zo niet een `zzz'-vogel, wat `zeer zeer zeldzaam' betekent.

In de verte komen de krabbenboten van de vloot binnen. Ze hebben gevist in de Bering Zee. In het etablissement End of the Road Lounge, daar waar de weg inderdaad ophoudt en de wildernis begint, legt de serveerster een place-mat voor me neer. Een getekende kaart van Alaska toont beren, wolven, sledehonden, goudzoekers en elanden. Ik lees het motto: `North of the Future'. De lievelingsbloem van de Alaskanen is het vergeet-mij-nietje. En de statebird? Niet de Bald Eagle, maar de Willow Ptarmigan (Lagopus lagopus), een patrijsachtige die 's zomers roodbruin is en 's winters even wit als de sneeuw. De serveerster herkent aan mijn verrekijker en vogelgids de vogelliefhebber. Ik vraag haar naar de Ptarmigan. ,,Nooit van gehoord'', antwoordt ze. ,,Ik dacht dat de Bald Eagle onze vogel was.''

Ze wijst naar buiten. In een dode boom zitten de Eagles, zeven, acht stuks. Volwassen en jonge vogels met donkergrijs kleed. Naderhand loop ik vlak onder de vogels door. Ze zijn zo dichtbij dat ik ze bijna aan kan raken. Hooghartig kijken ze met hun helgele ogen dwars door me heen.