De islamitische grenzen aan gelijkheid

In Afghanistan zijn man en vrouw voortaan gelijk. Althans volgens de nieuwe grondwet. Maar het Iraanse voorbeeld geeft aan dat de gelijkheid islamitische grenzen heeft voor de Afghaanse vrouw en straks voor die in Irak, waar eveneens een nieuwe grondwet in wording is.

De Amerikaanse ambassadeur in Afghanistan is opgetogen over de nieuwe grondwet van zijn voormalige vaderland. ,,U heeft zojuist een van de meest verlichte constituties in de islamitische wereld aangenomen'', liet hij de ruim 500 afgevaardigden zondag weten op de slotdag van de loya jirga.

Net als andere diplomaten en ook waarnemers van mensenrechtenorgansaties is hij verheugd over het uitblijven van een directe verwijzing naar de shari'a (islamitisch recht), en toonde hij zich blij verrast met de expliciete gelijkschakeling van man en vrouw in de grondwet. Werd in het ontwerp nog gesproken over gelijke rechten en plichten voor de burgers, volgens de uiteindelijk aangenomen tekst hebben met nadruk alle burgers – ,,man of vrouw'' – dezelfde rechten en plichten.

Zo neemt Afghanistan wel heel radicaal afscheid van de tijdperk van de Talibaan, toen de vrouwen, volgens hun rigide interpretatie van de islam, als tweederangsburgers werden behandeld, en zij in het Emiraat Afghanistan gedwongen waren in huis te blijven – overigens uit respect en ter wille van hun eigen bescherming, zo vertelden de mullahs erbij. Volgens de nieuwe grondwet zullen in Afghanistan dus geen islamitische lijfstraffen meer worden uitgedeeld, zoals onder de Talibaan, en kunnen vrouwen voortaan, gesluierd of ongesluierd, onbelemmerd over straat gaan en carrière maken.

Maar al staan vrouwen in het nieuwe Afghanistan nu onder protectie van een `verlichte' grondwet, ook die kent zijn grenzen. Immers: Afghanistan is ,,een islamitische republiek', waarin volgens artikel 3 ,,geen enkele wet in strijd kan zijn met de opvattingen en de bepalingen van het heilige geloof van de islam.'' En, zo staat in artikel 130, indien er voor de afwikkeling van bepaalde zaken geen concrete wetsartikelen voorhanden zijn, zal islamitische jurisprudentie worden gevolgd. Volgens critici staat daarmee de deur toch op een kier voor invoering van strenge islamitische wetgeving.

Wie gaat in de toekomst bepalen wat wel en niet in strijd is met islamitische beginselen? Sommigen vrezen dat dat heel goed de fundamentalistische krachten in Afghanistan kunnen zijn. Zoals de conservatieve opperrechter Fazil Hadi Shinwari. Onder de Talibaan werden vrouwen die bij hun mannen wegliepen, geëxecuteerd, ,,wij stoppen ze drie tot vijf maanden in de gevangenis'', zei Shinwari kort na zijn benoeming na de verdrijving van de Talibaan in december 2001. Enkele maanden later, op de eerste loya jirga, beschuldigde hij (de niet herbenoemde ) minister Sima Samar van Vrouwenzaken van blasfemie. Een vrouwelijke rechter die het had gewaagd om op bezoek bij de Amerikaanse president Bush en zijn vrouw Barbara haar hoofddoek af te doen, liet hij in 2002 bij terugkomst in Kabul overplaatsen.

Vraag Malalai Joya, een vrouwelijke afgevaardigde uit de provincie Farah, of het nu veel beter zal gaan in Afghanistan. Op de loya jirga haalde ze fel uit naar de aanwezige islamitische krijgsheren, die ze ,,misdadigers'' noemde. De voorzitter van de loya jirga verloor zijn geduld en wilde haar woedend uit de zaal laten zetten, met de opmerking dat haar stem toch maar de helft waard was van die van een man.

Irak zit één stadium vóór het Afghaanse, met een (interim)grondwet-in-wording, en voor de vrouw ziet de situatie er bepaald niet onverdeeld gunstig uit. Professor dr. Abdelaziz Sachedina, een shi'itische moslim die deel uitmaakt van een groep adviseurs voor de Iraakse grondwet, vertelde vorige maand zich met name zorgen te maken dat de shari'a gaat dienen als een van de fundamenten van de nieuwe grondwet. Op het gebied van familierecht is daarin sprake van ,,geïnstitutionaliseerde ongelijkheid'', zei hij. Als de shari'a uitdrukkelijk in de grondwet wordt genoemd en dus bindend wordt ,,worden de vrouwen eens te meer aan de genade van de mannen overgelaten.''

Volgens Sachedina zou een verwijzing naar `de waarden van de islam' verstandiger zijn ,,omdat er dan ruimte is om te manoeuvreren''. Maar zelfs dan blijft de positie van de vrouw problematisch. Het ontwerp voor de interim-grondwet maakt van het nieuwe Irak een ,,pluralistische, federale, parlementaire democratie'' en voorziet in gelijke rechten voor de vrouw, verklaarde een Iraakse juridisch expert deze week tegenover USA Today. Maar hij zei ook dat er een algemene verwijzing naar de islam in het document is opgenomen, die ,,de sunnieten en shi'ieten in Irak in staat stelt hun eigen tradities op het gebied van het familierecht te volgen, met inbegrip van echtscheiding, voogdij over kinderen en erfenissen''. Precies het terrein van de `geïnstitutionaliseerde ongelijkheid'.

Iran laat zien wat de gevolgen voor de vrouw zijn. Ook de Iraanse grondwet beschouwt man en vrouw als gelijkwaardig. Alle burgers, zegt artikel 20, ,,zowel mannen als vrouwen, genieten gelijkelijk de bescherming van de wet en alle mensen genieten gelijke politieke, economische, sociale en culturele rechten''. Vrouwen hebben inderdaad een geweldige opmars gemaakt in de islamitische republiek. Ze zijn in bijna alle beroepen actief. Ze mogen kiezen en gekozen worden. Als je maar een hoofddoek ophebt.

Maar er schuilt een adder onder het gras, in de vorm van de toevoeging aan artikel 20 ,,in overeenstemming met islamitische principes''. Dat is niet alleen die hoofddoek, daar heb je weer de hele last van het islamitisch familierecht onder de shari'a. ,,De leus is hier: de vrouwen hebben de beste positie onder het islamitisch recht'', aldus de Iraanse advocate en mensenrechtenactiviste Mehrangiz Kar. ,,Maar in werkelijkheid zijn vrouwen niets, met name in het familierecht''.

Vrouwen hebben overal toestemming voor nodig, van hun man of van hun vader. Ze zijn het lijdend voorwerp van veelwijverij. Ze kunnen door hun man worden verstoten. In Iran moet de man bij echtscheiding nu wel wat meer betalen dan vroeger, maar de vrouw blijft de onderliggende partij, ook op het gebied van de voogdij over kinderen die al op heel jonge leeftijd naar de man gaan. De man erft twee keer zo veel als de vrouw, bloedgeld voor een vrouw is de helft van dat voor een man, en ga zo maar door.

Volgens Shirin Ebadi, winnaar van de jongste Nobelprijs voor de Vrede, is onder het hervormingsgezinde bewind van president Khatami op dit gebied geen enkele vooruitgang geboekt. ,,Khatami koos mevrouw Ebtekar als vice-president. Wanneer deze mevrouw Ebtekar voor een conferentie naar New York gaat, heeft ze toestemming van haar echtgenoot nodig. Als ze een probleem met hem heeft, blijft haar zetel leeg'', zei ze vorige zomer in een interview in Teheran. ,,En we hebben een paar hoogopgeleide, capabele vrouwelijke parlementariërs. Wat hebben die eraan dat ze in het parlement zitten wanneer ze hun man met een tweede vrouw zien? Wat heeft een vrouwelijke rector magnificus eraan dat het bloedgeld voor een vrouw de helft is van dat voor een man? Het bloedgeld voor een vrouwelijke directeur-generaal is de helft van dat voor de man die haar thee brengt. Dus waar is de vooruitgang?''

En hervormers stuiten op God, want dit soort islamitisch recht is door Hem gegeven. ,,In strijd met de islam'', zo kappen Iraanse islamitische waakhonden elke poging tot hervorming af. In Marokko is vorig jaar na drie jaar oorlog over verbetering van de positie van de vrouw wél een consensus bereikt over een pakket maatregelen. Koning Mohammed VI drukte het in zijn hoedanigheid van Aanvoerder van de Gelovigen door – die constructie maakte het voor zijn conservatieve tegenstanders te moeilijk verzet te blijven plegen.

Dus moeten man en vrouw voortaan samen beslissen over kinderen en familieplanning en is de vrouw haar man niet langer gehoorzaamheid verplicht, wanneer de hervormingen eenmaal door het parlement zijn aangenomen. Als een man een tweede vrouw wil nemen, kan de eerste vrouw het oordeel van een rechter daarover vragen. Mondelinge verstotingen zullen eveneens door de rechter moeten worden bevestigd.

Maar ook de Aanvoerder van de Gelovigen kon veelwijverij of verstoting als zodanig niet verbieden, zoals feministen hadden geëist. Koning Mohammed: ,,Ik kan als Aanvoerder der Gelovigen niet verbieden wat de Almachtige heeft toegestaan.''