Cuba JA Cuba NEE

CUBA JA

Cuba? Meteen gaan, zegt de dollartoerist. Met dollars in je zak, heb je op Cuba de tijd van je leven.

Cuba is geweldig. Meteen doen, meteen boeken, nú gaan. Veel mensen zeggen: nu het nog kan, nu Fidel Castro nog leeft, nu de Amerikanen het eiland nog niet hebben heroverd. Nu het socialisme nog koning is. Ze hebben gelijk.

Vierenveertig jaar geleden bevroor de revolutie Cuba in de wereldgeschiedenis. Cuba is een eiland. Daardoor heeft het kapitalisme geen grip kunnen krijgen op Castro's centralisme en konden Cubanen ook niet weg uit de heilstaat. Cuba is dus puur en oorspronkelijk gebleven.

Er is niets veranderd sinds 1959. De auto's die over het kwijnende asfalt rijden zijn de klassiekers uit vervlogen tijden. Er zijn ook antieke stoomtreintjes, paardenkarren, cowboys en ossenploegen. Uniek voor toeristen. Maar ook economen kunnen er hun hart ophalen. Cuba is het openluchtmuseum van de planeconomie. Iedereen is er gelijk, iedereen heeft werk. Overal op muren en borden prachtige affiches en schilderingen die de lofzang zingen op de revolutie. Een curiositeit. Ga kijken, op Cuba.

Als toerist heb je een luxe leven. Sinds de ineenstorting van het communisme in het oostblok zijn het niet meer de Russen, maar de toeristen die zorgen voor een groot deel van de staatsinkomsten. Met elke dollar die je uitgeeft financier je dus scholen, wegen en ziekenhuizen.

Cuba doet zijn best. Hoofdstad Havana natuurlijk voorop, waar druk wordt gerenoveerd. Historische panden worden in zuurstokkleurtjes opgeverfd, evenals pleintjes en pittoreske binnenplaatsjes. Oude hotels in Havana worden hersteld in oude luister, de kamers beginnen daar rond 120 dollar per nacht. Neo-koloniale luxe-kitsch voor de liefhebber.

Vooraf waren we gewaarschuwd voor strandparadijs Varadero. Dat zou een soort Costa Brava zijn. Zo is het helemaal niet. Geen hoogbouw, alles netjes aangeharkt. Keurige resorts, die ver uit elkaar liggen. Prachtig strand. Niks geen lawaai `s nachts. Er staat een groot hek voor de toegangsweg naar de stranden. `Gewone' Cubanen worden weggestuurd. Alleen dollars mogen binnen.

Cuba is geen land waar de attracties netjes achter elkaar voor het oprapen liggen. Maar met een goed reisboek puzzel je zo een mooie reis in elkaar. Datzelfde geldt voor het eten. Over het algemeen is dat er vrij eentonig. Er is ook weinig te koop in de supermarkten. Maar sla wat dollars stuk, en je zit in elke stad eerste rang: gegrilde kreeft, Italiaanse spaghetti en rundermedaillons met champignonsaus. Met geweldige live muziek gratis. Niks aan te merken op de `Cuban cuisine'.

We reden met onze zilverkleurige huur-Audi A3 van Varadero naar Santiago de Cuba en met de trein weer terug naar Havana: wuivende palmen, lekker vers fruit, geweldige muziek, bruine rum, sappig groen suikerriet en mooie forten. In de auto namen we lifters mee. Vrouwen met babies, jongens en meisjes van school naar huis, oude mannetjes met dooie kippen, op weg naar de markt. Dat was niet alleen gezellig, maar ook nuttig. Op cruciale plaatsen staan geen verkeersborden, en je passagiers weten de weg.

Prima hotels ook. We sliepen één nacht in de trein, vier nachten bij `de mensen thuis', twee nachten in een luxe antiek hotel, en zeven nachten in vestigingen van de staatsketens Horizontes en Islazul. Voor die laatsten hadden we vouchers, van het reisbureau. Mooi gerenoveerd, schitterende zwembaden, goed eten.

Eén keer ging het mis. In Sancti Spiritus. Hotel Zaza. Dat was een staatsresort dat nog precies was als toen hij gebouwd werd in de jaren zestig: Sovjetstijl. Nu afbrokkelend beton, lekkende airconditioning, heel erg gehorig en met een harig insect in de rijst. Dat was afzien. Dus sliepen we de volgende dag in Camaguey in het prachtige niet-Horizontes Gran Hotel. Heel stijlvol, nog daterend uit de tijd dat de Amerikaanse mafia, drooggelegd in het thuisland, weelderig vakantie vierde op Cuba. Met een eetzaal uit die tijd, nog helemaal intact, met geweldig uitzicht op de stad. Hee, waar heb je anders je dollars voor meegenomen.

Zo gingen we van hoogtepunt naar hoogtepunt. De beste cocktails? Om 17.00 uur, happy hour, op het dak van het Plaza hotel in Havana. Het beste eten? In Salon 1720 in Holguin. Mooiste snorkelplek? Een gezonken Spaanse kruiser voor de kust van Santiago de Cuba. En dan die bussen! Overal rijden tweedehandsjes uit Nederland rond, met de originele bestemming nog op de voorkant!

Cuba? We hebben genoten. We komen snel weer.

CUBA NEE

Cuba? Eigenlijk hebben we er niets te zoeken, zegt de maatschappelijk geëngageerde reiziger. Cuba is een dictatuur, en de bevolking is heel arm.

Eigenlijk is Cuba enorm triest. Cuba nog puur en onbedorven? Ja logisch. Omdat er veertig jaar een muur omheen stond. Niemand mocht weg, Amerika sneed alle handelsrelaties door. En hoezo onbedorven door het kapitalisme? De Cubanen hebben het slecht. Net als de bewoners van andere ontwikkelingslanden. Maar de Cubanen hebben geen keuze. Cuba is een dictatuur, toerisme op Cuba is apartheid.

Op elke hoek van de straat staat een agent, de dollar is koning. Wie geen dollars heeft, mag niet op een stoepje zitten uitrusten, maar moet doorlopen, zo fluiten agenten, handgebarend. Toeristen mogen overal gaan zitten; `gewone' Cubanen mogen niet te lang op het strand blijven hangen. Wegwezen, wegwezen. De gehoorzaamheid aan de heilstaat is gelaten. Elke Cubaan die contact maakt met toeristen krijgt een aantekening in zijn dossier. En alleen met een `schoon dossier' krijgen Cubanen leuke baantjes.

Cuba, het land waar de tijd veertig jaar heeft stilgestaan. Jazeker. Oude auto`s, trotse gebouwen, prachtige mensen. Het is geweldig, de eerste Amerikaanse Cadillacs en Buicks die je krakend hoort langsveren. En heel fotogeniek, al die prachtig vervallen marmeren trappen en zalen. En grappig zeg, die Nederlandse bussen die er rondrijden, met de Hollandse bestemming nog voorop. Maar dit is geen fotowedstrijd, dit is de realiteit. Cubanen hébben geen andere auto`s en onze afgedankte bussen zijn er bittere noodzaak. Die `prachtig' vervallen marmeren zaal is geen filmset. Er oefent een balletklasje, serieuze kleine Cubaanse meisjes in tutu, tussen de loshangende stekkerdozen.

De infrastructuur is volledig uitgeput. De sporen zijn overwoekerd met onkruid terwijl langs de weg de rijen Cubanen staan te wachten op een lift. Zeker, er rijden prachtige antieke stoomtreintjes door het land. Maar die zijn voor de toeristen. Lekker romantisch tuffen door het schitterende landschap. Nep dus, net als de tot de plinten strakgekwaste pleintjes en gerenoveerde straatjes. De wegen naar de toeristenoorden, díe zijn geasfalteerd.

Interessant zeg, die planeconomie in de praktijk. Cubanen moeten zich overal legitimeren. Ze zijn schichtig tegen je. Bang. Iedereen probeert illegaal aan dollars te komen. En als je ze uit je zak haalt (voor muziek, voor een taxirit, voor een slaapplaats) volgt een nerveus rondkijken: trillende handen.

Toch blijven ze aardig. Oprecht. Toen we gestrand waren ergens in de middle of nowhere onder Santa Cruz del Norte, betaalde een Cubaan voor ons de peso's waarmee we op een vrachtwagen terug liftten naar Havana. `God zegene je', zegt een vrouw, zomaar, op de markt in Santiago. Nadat we hadden geweigerd haar dollars te geven. Dan slik je even.

Authentiek slapen in casas particulares? Ja, het is inderdaad bij `echte Cubanen' thuis. Maar daarvoor ontruimen ze hun huis. Ze slapen zelf met het hele gezin in achterafkamertjes, of bij hun ouders. Leuk hè? En hoezo authentiek. De casas particulares pik je er zo uit in een straat. Die zijn fris opgeverfd. Mooie kroonluchters. De onderbuurvrouw zit op verzakte bankstellen te koken op een antieke eenpitter. Dan kijk je toch anders, naar de affiches van Che Guevara.

Iedereen heeft werk op Cuba, jazeker. De staat heeft voor iedereen een bezigheid gevonden. Castro bepaalt je carrière. Een paar dagen per maand een plein bewaken bijvoorbeeld, zoals een toezichthouder ons vertelde. Hij verveelt zich dood, úúren over, maar een tweede baan erbij mag niet. Bijverdienen is illegaal. Iedereen is gelijk.

Het maandinkomen is ongeveer 15 dollar. Omgerekend, want Castro betaalt zijn kameraden in peso's. Daarmee kunnen ze op de markt kopen, of in pesowinkels. Er is amper wat te krijgen. Daarom zie je ze overal op straat in rijen wachten voor een broodje worst, of een stuk pizza. ,,Zou u wat verse melk willen kopen voor mijn kind?'', vraagt een goedgeklede, nette Cubaanse ons zakelijk. ,,Geeft u mij iets?', vraagt een oud vrouwtje op de markt. ,,Zeepjes?', vragen mannen en vrouwen aan je. ,,Balpennen?'', vragen de schoolkinderen. Neem een paar mooie grote zakken vol mee. Kun je je schuldgevoel afkopen.

Maar, met je dollars draag je toch bij aan de economie? Jazeker. Maar ook aan het systeem.

Was Cuba een paradijs geworden zonder Castro? Nee, dan waren de mooie panden op Cuba vast dertig jaar geleden al gesloopt en was het eiland omgebouwd tot Hoog Catharijne.

Maar, als Castro dood is, wordt alles toch beter? Ook weer niet. Heel veel Cubanen zijn juist bang dat als Castro overlijdt, de Amerikanen weer bezit zullen nemen van Cuba en wat gaat er dan gebeuren?

Zo blijft de twijfel knagen, op Cuba. Mijn reisgenoot zei: eigenlijk hebben we hier niets te zoeken. Cuba libre, wanneer? Ik ga nooit meer terug.