Bijklussen mag, als het maar bekend is

De wetenschap schurkt steeds dichter tegen het bedrijfsleven aan. Een samenwerking die het publieke vertrouwen in de wetenschap kan schaden.

. Het publieke vertrouwen in de wetenschap staat onder druk. Een van de oorzaken is onbekendheid van het publiek met de strenge wetenschappelijke normen. Universiteiten moeten beter uitdragen dat ze synoniem zijn aan betrouwbaarheid. En dat kan door een algemeen aanvaarde gedragscode in te voeren voor wetenschappers.

Aldus Paul van der Heijden, rector magnificus van de Universiteit van Amsterdam, eergisteren in zijn rede ter gelegenheid van de 372ste Dies Natalis (geboortedag) van zijn universiteit. Zo'n code is nodig, meent Van der Heijden, om de `betrouwbaarheids-infrastructuur' van de universiteiten te waarborgen. Toenemend contact tussen universiteiten en bedrijfsleven vereist scherpere regels. Een van zijn aanbevelingen: ,,Nu universiteiten in toenemende mate de markt opzoeken, onderzoek in opdracht doen, of, zo u wilt, vercommercialiseren, is eens te meer van belang dat er melding wordt gemaakt van bestaande banden, adviseurschappen etcetera.''

Formeel zijn door derden gefinancierde onderzoekers volledig onafhankelijk, maar in de praktijk blijkt er soms wel degelijk sprake van enige druk. Bijvoorbeeld om voor de opdrachtgever minder gunstige onderzoeksresultaten niet of in aangepaste vorm te publiceren. Op de dag dat Van der Heijden pleitte voor een gedragscode, toonde zijn collega van de TU Delft zich ontstemd over een Delftse hoogleraar die de verdenking op zich laadt dat hij zich laat sturen door het bedrijf dat zijn leerstoel betaalt.

Onderzoek in opdracht van derden, contractonderzoek, bestaat al lang. Wat is er veranderd in de relatie tussen universiteiten en bedrijven?

,,Met name de persoonlijke banden tussen hoogleraren en instanties buiten de universiteit. Zowel het aantal gesponsorde leerstoelen als het aantal hoogleraren dat bijvoorbeeld actief is als adviseur bij een bedrijf is sterk toegenomen. Vijftien jaar geleden was iedereen volledig in dienst van de universiteit. Nu hebben we veel mensen die deels voor de universiteit werken en deels voor een bedrijf of overheidsinstelling. Ze maken dezelfde kennis op twee plaatsen te gelde. Al die verschillende verbindingen roepen spanning op.''

Universiteiten hanteren toch al gedragscodes om belangenverstrengeling te voorkomen?

,,De huidige situatie is rommelig. Er is van alles: codes voor medisch onderzoek, voor medisch-ethisch handelen, voor de omgang met persoonsgegevens in de sociale wetenschappen. Alle universiteiten hebben sinds een paar jaar een ethische of integriteitscommissie. Sinds vorig jaar mei bestaat het Landelijk Orgaan voor Wetenschappelijke Integriteit, voor klachten waar men in de commissies niet uitkomt. Wat mij opvalt is dat al die normen procedureel van aard zijn. Mijn voorstel betreft een gedragscode met inhoudelijke normen, algemene beginselen voor alle wetenschapsgebieden.''

Twee van de acht aanbevelingen die u doet, betreffende onpartijdigheid en transparantie, eisen het vermelden van eventuele banden tussen opdrachtgever en onderzoeker. Waar moet dat worden vermeld?

,,Onderaan een wetenschappelijke publicatie. Ik zit zelf in de redactie van het Nederlands Juristenblad. Daar hebben we jaren geleden al besloten om voor het artikel relevante nevenfuncties van de auteur te vermelden.''

Kan het niet nog wat transparanter, bijvoorbeeld door centrale registratie op een website, zoals dat nu met rechters gebeurt?

,,Dat valt te overwegen, maar vermelding bij een artikel lijkt me relevanter. Zo'n website botst al snel met privacybeperkingen, en heeft alleen zin als ie continu wordt bijgewerkt. Ik vraag me trouwens af hoe vaak die site met nevenfuncties van rechters wordt geraadpleegd.''

Worden nevenfuncties van hoogleraren aan de UvA centraal geregistreerd?

,,Nee, als ik dat zou willen weten moet ik een vertrouwelijk personeelsdossier opvragen.''

Bent u tegen `bijklussende' hoogleraren?

,,Integendeel. Ik ben een voorstander van maatschappelijk betrokken wetenschappers. Er is niets op tegen, als de relaties maar helder zijn. Ik denk niet dat er een hoogleraar belastingrecht in Nederland bestaat die niet ook verbonden is aan een bedrijf. Dat is de keiharde wet van de arbeidsmarkt, daar verdienen ze nu eenmaal veel meer.''

U bent zelf hoogleraar arbeidsrecht en commissaris bij Nuon, ING en PinkRoccade. Is het niet ironisch dat juist u deze discussie aanzwengelt?

,,Ik heb bij die bedrijven een onafhankelijke positie, ik zit daar op voordracht van de ondernemingsraad. Een besturende functie is uitgesloten, maar toezicht houden botst niet met mijn wetenschappelijke werk.''