Bankpapier gefingeerd

Het OM verdenkt Willem M. en drie medeverdachten van witwassen, oplichting, criminele samenzwering en valsheid in geschrifte. Maar volgens M. berust de hele strafzaak op een misverstand. Hij probeerde met een bankcertificaat ter waarde van 200 miljoen dollar een geldhandelsprogramma op te zetten. In zo'n programma worden razendsnel grote geldbedragen gekocht en verkocht, met een kasstorting als onderpand. Dat onderpand kwam van een bank in Bogotá in Colombia. Uit het strafrechtelijk onderzoek is gebleken dat dit papier gefingeerd was. Het OM zegt dat M. dit wist en beschouwt zijn pogingen het document toch in het geldcircuit te brengen, als (poging tot) witwassen. M.'s advocaat P. Reitsma zegt dat dit onmogelijk is: de papieren waren vals, dan is er geen geld en is witwassen onmogelijk. Justitie ziet in de vervalsing evenwel een extra strafbaar feit: poging tot oplichting. Willem M. ontkent echter dat hij wist dat het certificaat vals was. ,,Dat de papieren niet correct waren, bleek mij pas na mijn aanhouding'', zei hij 3 december in een verhoor.