Academisch jaar moet overal tegelijkertijd beginnen

Alle Nederlandse faculteiten van universiteiten en hogescholen moeten over enkele jaren minimaal dezelfde jaarindeling hebben. Dat moet binnen een overzichtelijke kenniseconomie mogelijk zijn en lijkt mij een vereiste.

Bij de discussies over het hoger onderwijs wreekt zich dat het bevoegde ministerie een belangrijk besluit tot dusver niet nam.

Uit een in 2003 verschenen rapport van de Inspectie van hoger onderwijs over `De invoering van het bachelor-masterstelsel in het WO en HBO' blijkt dat instellingen en opleidingen in hoge mate hebben gelet op de richtinggevende aspecten van de `wet- en regelgeving', toen ze het nieuwe stelsel vormgaven. Het ministerie gaf kaders, maar liet de traditie van zeer uiteenlopende jaarindelingen ongemoeid. De BaMa-monitor merkt op dat in den lande ook nieuwe jaarindelingen werden ingevoerd, dat dit echter wel tot invoeringsproblemen leidde die tot op het niveau van opleidingsroosters doorwerken. Helaas wordt dit gegeven niet gekoppeld aan de sleutelwoorden flexibilisering en samenwerking: hoe kunnen instellingen en opleidingen hun samenwerkingsafspraken en -intenties realiseren als de jaarindelingen van en binnen de instellingen uiteenlopen? Als niet overal het academische jaar op hetzelfde moment begint en eindigt?

De instellingen spraken volgens het rapport van de inspectie de verwachting uit dat de BaMa-structuur ,,meer flexibiliteit voor studenten'' zou opleveren. Daarmee is duidelijk geworden dat de nieuwjaarstoespraken van de staatssecretaris en van de bestuurders van de instellingen voor hoger onderwijs eenzelfde goede voornemen zullen uitspreken: de jaarindeling binnen het hoger onderwijs wordt op korte termijn gesynchroniseerd.