48 uur in Guatemala-Stad

Titia Ketelaar trekt zich niets aan van de negatieve adviezen van reisgidsen en gaat wél naar Guatemala-Stad.

WAAROM GAAN?

Chaotisch, vervuild, lelijk, gevaarlijk, maniakale bus- en taxichauffeurs en een permanente file. De meeste reisgidsen raden af om naar Guatemala-Stad te gaan, en veel toeristen kiezen er dan ook voor om van het Guatemalteekse vliegveld rechtstreeks naar de historische Unesco-stad Antigua te reizen.

Dat is jammer, want Guatemala-Stad is zeker 48 uur waard. Om Guatemala's heden en verleden te begrijpen, is een bezoek aan Guate – zoals de stad liefkozend wordt genoemd – een must. De stad heeft weliswaar geen indrukwekkende Maya-ruïnes of natuur, maar is sinds een aardbeving in 1776 die de toenmalige hoofdstad Antigua vernietigde, wel hét centrum van macht en rijkdom en de woonplaats van 3 miljoen Guatemalteken. Guatemala-Stad is vooral een stad van mensen kijken: dit is de plek waar armoede zichtbaar naast rijkdom leeft. In het noorden, tegen de ravijnen aan, liggen de favellas waar tienduizenden landloze boeren en arme indianen wonen wier kinderen op de vuilnisbelt hun brood verdienen. In het midden van de stad liggen de omheinde villa's van de honderden blanke latino-families die sinds de Spaanse overheersing het land beheren en beheersen, wier kinderen hun Calvin Klein-jeans kopen in grote overdekte, en airconditioned winkelcentra.

SIGHT-SEEING

Het hart van de stad is het Parque Central in zona 1, van waaruit alle afstanden in Guatemala worden gemeten. Straatventers, slangenbezweerders en vooral evangelisten vechten om de aandacht van de passant en vaak slagen ze erin hele menigten te trekken. Guatemala is een van de meest protestante landen van Latijns-Amerika, en in het Parque Central is die invloed goed zichtbaar. Dit is ook de plek waar op zondag hele families zich lijken te verzamelen, veelal gekleed in traditionele, handgewoven huipiles met religieuze, agrarische en soms hele moderne symbolen als Coca-Cola.

Aan het plein liggen ook enkele van de meer indrukwekkende monumenten: het Palacio Nacional (toegang gratis), in 1939 gebouwd door president Ubico, die geloofde dat hij de reïncarnatie was van Napoleon, waar tot voor kort de regering zetelde, en de Catedral Metropolitana. Van buiten is de kathedraal zeker niet het mooiste kerkgebouw, maar wel aardbevingsbestendig. Indrukwekkend zijn vooral de honderden namen in de pilaren bij de ingang – een klein deel van de duizenden slachtoffers van de burgeroorlog die het land 36 jaar teisterde.

WINKELEN

Zoals elders in Guatemala is de markt dé plek om het gewone leven van de Guatemalteek te beleven. De Mercado Central ligt verscholen in een soort verzonken bunker achter de kathedraal. Op de bovenste verdieping zijn handgeweefde stoffen en juwelen te koop, de middelste verdieping bestaat uit groente- en fruitstalletjes en slagerijen, op de onderste verdieping worden curieus genoeg droogbloemen, peulvruchten en kaarsen verkocht. Rondom de markt, langs de 6de en 7de Avenida zijn vooral veel T-shirts, schoenen en gekopieerde cd's en dvd's te vinden.

ETEN

Wie van chique dineren houdt, is in Guatemala-Stad niet aan het juiste adres. Zeker in de oude stad draait alles om de straatverkoop van voedsel, en de heerlijkste geuren komen voortdurend langs. Rond lunchtijd zitten de Guatemalteken op straat op omgekeerde kistjes te genieten van tortillas met een puree van frijoles (zwarte bonen), kip en groene, scherpe salsa. Ze verwijzen toeristen het liefst naar Arrin Cuan op de 5de Avenida waar lokale gerechten als kakik (kalkoensoep), gallo (haan) en guacemole (avocadopuree) op het menu staan. Op zondagochtend is restaurant Los Alpes in zona 10 een must. Zeker om de kwaliteit van het ontbijt – taartjes, crêpes en de traditionele gebakken eieren met bonenpuree – maar ook vanwege de locatie en de chique families die hier ontbijten. Deze `zona viva' is ook 's avonds dé plek om uit te gaan; rond de 1e en 2e Avenida komen uit vrijwel iedere club Latijns-Amerikaanse ritmes, gemixt met Caraïbische merengues.

NIET DOEN

Opzichtig met camera's zwaaien, te veel geld meenemen, onbekende taxi's op straat aanhouden of 's nachts op straat lopen. Guatemala-Stad is nog altijd een gewelddadige stad en straatrovers (vooral kinderen) staan overal op de loer.

ZEKER DOEN

Het Museo Ixchel op het terrein van de Francisco Marroquin-universiteit. Het museum herbergt een van de grootste collecties van indiaanse textiel, en laat ook zien hoe de typische Guatemalteekse klederdracht zich eigenlijk pas onder Spaanse invloed heeft ontwikkeld. Guatemala kende een aantal decennia geleden ruim 120 verschillende klederdrachten, en naast deze tentoon te stellen, probeert het museum ze ook te bewaren. Steeds minder Maya-stammen dragen hun eigen klederdracht en door grote tweedehandskledingpaketten uit de VS dreigt de kunst van het weven verloren te gaan. In opdracht van Ixchel worden workshops gegeven, en maken stammen theemutsen, ovenwanten en andere koopwaar.

HOE KOM JE ER?

Vliegen van Amsterdam naar Guatemala City kan de komende zomer vanaf circa 700 euro, met Iberia Airlines bijvoorbeeld (overstap in Madrid).