Sneeuwsmaak

Hoeveel sneeuwvlokken heb je dit jaar al gevangen met je tong?

Hoe smaakten ze? Niet opgelet?

Jammer, want daar heb je je tong juist voor. Je neus kan ruiken, maar niet proeven. Je tong kan niet ruiken. Maar samen lossen ze het wel op. Of iets lekker is of niet.

Je tong is meer een soort schepje, om het voedsel over je tanden te verdelen en het dan een schopje naar beneden te geven. Er zijn maar vier dingen die hij kan onderscheiden. Maar dat doet hij wel heel goed. Met de achterkant proeft hij of iets bitter is. Allebei de zijkanten achteraan zijn om uit te maken of het zuur is. De zijkanten vooraan herkennen het zout en de punt is bestemd voor zoet. Maar eten is niet alleen proeven. Voor het kauwen is het belangrijk dat de tanden er ook een beetje lol aan hebben. Die vinden het heel prettig wanneer ze er een beetje moeite voor moeten doen. Ze houden van knapperig, of bros, of dat ze er lekker doorheen glijden maar toch met wat weerstand. De tanden zijn kieskeuriger dan je denkt. Zullen we iets maken dat speciaal voor de tanden is? Dat klinkt leuk, maar het is vast niet zo lekker. Dan zou er geen smaak aan zitten. Kan dus niet. Oké. Voor allebei dan. Voor alledrie bedoel ik, want je neus kun je er niet buiten houden. En je ogen. Die doen ook mee. Het wordt op die manier nog heel gezellig.

Een salade om vooraf te eten. Op schone droge sla, van de soort die ze Romaine noemen (met van die lange groene bladen), leg je een mengsel van reepjes verse mango, dunne schijfjes zure appel, kleine parten verse grapefruit (zoveel mogelijk zonder wit vel) en ook nog ongezouten cashewnoten. Daarover strooi je voorzichtig wat kaneel- en gemberpoeder. Heel weinig. En een beetje zout en wat olijfolie en een paar druppels zoetzure balsamico-azijn.

Drie sneeuwvlokken nog, als je die toevallig bij de hand hebt.