Plunderaars blijven zorg voor Nederlanders in Irak

Voor de Nederlandse militairen in Zuid-Irak is de plundering van voertuigen door de lokale bevolking een terugkerend probleem.

Op de weg naar Bagdad is het een chaos zoals gewoonlijk. Tientallen trucks en tankwagens proberen langs en door elkaar hun weg te vinden. Langs de kant staat een Amerikaans konvooi stil, soldaten hangen tegen de voertuigen. Als de trein voertuigen zich langzaam in beweging zet, zakt een truck weg in de door regen zacht geworden berm. De chauffeur geeft gas, maar het is te laat: langzaam maar zeker glijdt de logge vrachtwagen van het talud. ,,Zo'', zegt een Nederlandse marinier, ,,daar gaat er weer eentje.''

Route `Jackson', een aftakking van de hoofdweg tussen Basra en Bagdad, is een langgerekt autokerkhof. Overal langs het asfalt liggen wrakstukken van vrachtwagens die van de weg zijn geraakt. De Amerikanen steken militaire trucks in brand, zeggen de mariniers want lang stoppen om de voertuigen te bergen vinden ze te gevaarlijk. Burgervoertuigen worden gewoon achtergelaten en binnen een mum van tijd zijn ze door de lokale bevolking van hun lading ontdaan en daarna gestript van alles wat maar enigszins van waarde is: banden, onderdelen, stukken schroot. ,,Het is ongelooflijk'', vertelt kapitein-luitenant ter zee Peter van der Kruit: ,,deze mensen werken met hun blote handen sneller dan een marineman met een bahco.''

De plunderingen van voertuigen vormen een probleem voor de Nederlandse troepen in Zuid-Irak. Sergeant-majoor Erik O., die door het openbaar ministerie wordt verdacht van moord, doodslag dan wel dood door schuld wegens het neerschieten van een Iraakse burger, was de commandant van een eenheid die moest ingrijpen toen een menigte van 70 tot 100 man een achtergelaten container aan het leeghalen was. Toen de situatie dreigde te escaleren loste O. twee schoten, zo vertelde hij gisteren tegen De Telegraaf: een in de lucht en een naar de grond. Een Irakees werd in de rug getroffen en overleed. Dinsdag besloot de rechter-commissaris het voorarrest van O. niet te verlengen; hij blijft wel verdachte.

In Nederland leidde het incident en de vervolging door het OM de afgelopen week tot ophef. Maar, zo stellen de mariniers in Zuid-Irak, de gebeurtenis staat niet op zichzelf. Vorige week leidde een schietpartij tussen Irakezen in As-Samawah tot een oploop van een woedende menigte die de Nederlandse militairen maar ternauwernood in de hand konden houden. Opnieuw moesten er waarschuwingsschoten worden gelost. Dit keer vielen daarbij geen slachtoffers zoals de meeste schietincidenten goed aflopen.

Majoor Peter Hengeveld is als operatie-officier op het Nederlandse hoofdkwartier in As-Samawah verantwoordelijk voor het optreden van de Nederlandse troepen. Hoe vaak Nederlandse troepen de afgelopen weken in de lucht hebben moeten schieten weet hij niet uit zijn hoofd. Maar het komt geregeld voor. ,,Niet vaak, maar regelmatig.'' Dat is minder opzienbarend dan op het eerste gezicht lijkt. Richard Oppelaar, de huidige commandant van het Nederlandse detachement, omschreef de veiligheidssituatie in de provincie Al-Muthanna waarvoor de Nederlanders verantwoordelijk zijn, als `relatief stabiel, maar fragiel'. Hengeveld vult aan: ,,We hebben periodes gehad dat er iedere dag zo'n gestrande truck was.''

[vervolg IRAK: pagina 2]

IRAK

'Geweldsinstructie is duidelijk'

[vervolg van pagina 1]

Elke `car looting' leidt tot een confrontatie tussen Nederlandse militairen en de plunderaars, zegt Hengeveld. ,,Je weet nooit hoe ze reageren.'' Daarbij dienen de Nederlanders ook nog eens rekening te houden met onvoorspelbaar gedrag van de Iraakse politie en het Iraqi Civil Defense Corps (ICDC), eenheden die door de Nederlanders zelf zijn opgeleid. Onlangs nog openden leden van het ICDC in aanwezigheid van de Nederlanders onverwacht het vuur op plunderaars. Hengeveld: ,,Onze mensen hadden de zaken net onder controle. Begint er ineens eentje zomaar weer te schieten. Dat zijn de dingen die de mannen hier meemaken.''

Hengeveld weet: er kan altijd iets mis gaan. De meeste patrouilles staan onder leiding van oudere onderofficieren als Erik O. (43). Het zijn mannen die al heel wat in hun carrière hebben meegemaakt, zegt Hengeveld – Cambodja, Bosnië, Eritrea. ,,Die raken niet zo snel meer zenuwachtig.'' Maar de operatie-officier van het Nederlandse detachement realiseert zich dat er geen honderd procent veiligheidsgaranties zijn. ,,Je moet in een split second beslissen. Analyseren, en vooral beoordelen, kan pas achteraf.''

Direct na de aanhouding van sergeant-majoor O. werd in Nederland de vraag gesteld of de rules of engagement, de regels die bepalen wanneer de militairen geweld mogen gebruiken, wel voldoende duidelijk zijn. Volgens Hengeveld bestaat echter geen enkele verwarring over wel en wat niet mag. Iedere militair heeft een gele kaart op zak waarin de `geweldsinstructie' wordt uitgelegd.

Op de kaart staat bijvoorbeeld dat geweld mag worden gebruikt om plunderen en ander crimineel gedrag te voorkomen.

Maar op de kaart wordt ook het gericht vuren aan strenge voorwaarden verbonden. Zo mag er alleen worden geschoten als de eigen veiligheid of die van collega's in gevaar dreigt te komen. Vaak kan een dreigende situatie al in de kiem worden gesmoord door snel en professioneel op te treden. ,,Met een strenge blik in de ogen. Wij hebben bepaalde drills om uit de voertuigen te stijgen. De meeste mensen worden bang, als ze dat zien'', zegt Hengeveld.

,,De gouden regel is'', zegt hij, ,,wij trekken niet terug. Als je dat doet, dan is het einde zoek. Dat weten de mannen en de onderofficieren heel goed.'' Zo zullen de Nederlanders volgens hem altijd proberen gestrande trucks in veiligheid te brengen. ,,Totdat de Irakezen het kunnen overnemen, zijn wij hier het gezag'', zegt de majoor. ,,En het gezag tolereert dergelijke plunderingen gewoon niet.''

Direct na de arrestatie en repatriëring van sergeant-majoor O. heeft de bataljonsleiding zo goed mogelijk tekst en uitleg proberen te geven. ,,We hebben uitgelegd dat de rules of engagement duidelijk waren en dat ons optreden niet was veranderd.'' Toch, zo vertellen officieren in As-Samawah, maakte de bataljonsstaf zich wel degelijk zorgen. De vrees bestond dat mariniers op patrouille vanaf nu misschien minder kordaat zouden ingrijpen dan anders. Wat dat betreft, zo zegt men op het hoofdkwartier, waren de waarschuwingsschoten van de mariniers bij de demonstratie van vorige week geruststellend.