Persreizen naar Zuid-Irak

In Irak zijn duizenden burgers omgekomen door militair geweld van Amerikaans-Britse troepen. Maar nu is mogelijk een Irakees gedood door een Nederlandse kogel. Dat vermoeden – meer is het nog niet – heeft het beeld van de `vredesmissie' in Zuid-Irak toch iets grimmiger gemaakt.

Sinds een half jaar zijn bijna 1.200 Nederlandse militairen gelegerd in de zuidelijke provincie Al-Muthanna. Bijna alle Nederlandse kranten en omroepen hebben inmiddels eigen verslaggevers gestuurd om te kijken hoe het `onze' soldaten verging. Zo'n veertig Nederlandse journalisten hebben het gebied bezocht, enkelen meermalen.

Soms reisden Nederlandse verslaggevers individueel naar Zuid-Irak, maar in veel gevallen gingen ze gezamenlijk in het kader van een door het ministerie van Defensie georganiseerde persreis. Zo reisde in september een groep van ongeveer vijftien journalisten mee met minister Kamp (Defensie). Deze week konden journalisten mee in het kielzog van staatssecretaris Van der Knaap (Defensie) en – naar later bleek – premier Balkenende. Aan beide reizen nam ook een journalist van NRC Handelsblad deel.

Adjunct-hoofdredacteur Juurd Eijsvoogel, chef-buitenland Hans Nijenhuis en chef-binnenland Marcella Breedeveld (reportages over de Nederlandse militairen in Zuid-Irak vallen onder `binnenland') vinden door Defensie betaalde en georganiseerde persreizen niet ideaal. De redactie gaat `schoorvoetend' op zulke aanbiedingen in. Het is aantrekkelijker om alleen te reizen, met een eigen programma. Zo heeft de krant geprobeerd rond kerst een reportage te maken over het dagelijks leven van de Nederlandse militairen in Irak, maar het ministerie van Defensie achtte dat in die periode om logistieke redenen onmogelijk.

Aanvankelijk voelde de krant niet veel voor de persreis van deze week, maar ten slotte ging toch iemand mee vanwege de actualiteit. De reis bood – bij nader inzien – gelegenheid de reacties van de troepen te peilen op de hechtenis en vrijlating van de marinier die – nog steeds – verdacht wordt van het doden van een Irakees.

De reportages die de verschillende media in de eerste maanden maakten, leken veel op elkaar. De teneur was dat de Nederlandse soldaten door de meerderheid van de bevolking met vreugde werden begroet. Zij zorgden voor veiligheid en stabiliteit, trainden Iraakse politieagenten en konden op tal van manieren helpen bij de opbouw van het land. Het was wel een moeilijke missie, niet alleen al door de hoge temperaturen (tot 70 graden Celsius), maar ook door de permanente dreiging. Toch waren er, afgezien van enkele `schietincidenten' met plunderaars, tot 27 december geen calamiteiten.

NRC Handelsblad had ook enkele artikelen van militairen ter plekke. Majoor Rudolf Keijzer en Karen Geleijns, hoofdredacteur van het Defensie-blad Alle Hens, schreven elk een Hollands Dagboek. Maar de strekking was niet anders: ,,Vijfentachtig procent van de bevolking steunt ons, al blijft de angst voor kwaadwillenden voelbaar.''

De verslaggeving over de Nederlandse militairen in Zuid-Irak verschilt nogal van de berichtgeving over de rest van het land. De dagelijkse berichtenstroom over aanslagen, doden en gewonden wekt eerder de indruk van een voortgaande oorlog. De New York Times spreekt soms over een `guerrilla' en de Duitse krant Die Welt eindigde onlangs een bericht over aanslagen met de zin: ,,Der Krieg geht weiter.''

De algemene Irak-berichtgeving van NRC Handelsblad levert een gevarieerd beeld. Duizenden berichten laten allerlei aspecten van de oorlog en de bezetting zien. Er is een breed scala aan bronnen. Behalve de eigen correspondent Thomas Erdbrink zijn er veel journalisten van internationale persbureaus, buitenlandse kranten en omroepen die met z'n allen voor een rijk geschakeerde nieuwsstroom zorgen.

In vergelijking daarmee is de toestand in Zuid-Irak onderbelicht. Buitenlandse correspondenten hebben weinig belangstelling voor de relatief rustige `Nederlandse' provincie. Thomas Erdbrink is wel eens in het gebied geweest, maar hij zit toch voornamelijk in Bagdad en de soennitische driehoek. Bovendien heeft hij ook Iran onder zijn hoede, inclusief de aarbeving in Bam. Dus reist af en toe een verslaggever uit Nederland naar Zuid-Irak voor een kort bezoek. Dat is niet de manier om de stemming onder de plaatselijke bevolking te peilen.

Terwijl je in Bagdad vrij kunt rondlopen, is het in Zuid-Irak moeilijk te reizen zonder medewerking van militairen. Vandaar dat de meeste media toch meegaan met de persreizen. Dan ben je wel `embedded', maar je kunt tenminste mee op patrouille. In de verhalen die zo totstandkomen, lees je relatief weinig over de plaatselijke bevolking. Af en toe is er een gesprekje met een notabele of marktkoopman. Maar hoe de bevolking precies denkt, blijft duister. Laat staan dat je een idee krijgt van de zogenaamde `plunderaars', `dieven', `criminelen' en `terroristen'. Wie zijn die mensen? Zijn ze puur crimineel, of zitten er ook arme sloebers onder die niet weten hoe ze anders aan de kost moeten komen? Je hoort er weinig over.

De Nederlandse militairen worden consequent aangeduid als `vredesmissie' of `stabilisatiemacht', maar ze blijven onderdeel van een bezettingsmacht. En daarmee zijn ze een doelwit voor vijanden, zoals de aanslag op Italianen, 30 kilometer verderop, heeft aangetoond.

Zowel die kwetsbaarheid als de Nederlandse medeverantwoordelijkheid voor de Amerikaans-Britse bezetting rechtvaardigt een intensieve verslaggeving vanuit Nederland. Het is de vraag of incidentele reportages dan voldoende zijn. Waarom niet de krachten gebundeld met andere binnen- of buitenlandse media om permanent journalistieke rapportage te verzekeren? Dat levert een breder perspectief op met meer informatie van Iraakse en misschien ook van Britse zijde. Bovendien kun je meteen poolshoogte te nemen als er incidenten zijn.

En als er toch persreizen plaatsvinden, prima, maar zet er dan elke keer bij op welke condities en met welke beperkingen de reis wordt gemaakt. Net zoals tv-recensent Hans Beerekamp in deze krant heeft aanbevolen voor het NOS Journaal.

Piet Hagen, oud-hoofdredacteur van `De Journalist', blikt eens in de veertien dagen kritisch terug op de berichtgeving in NRC Handelsblad. Alle eerdere bijdragen op www.nrc.nl/krantachteraf