Oorlogsromans

Elsbeth Etty beweert (in Boeken, 12.12.03) dat het opvallend lang duurde, voordat de verwerking van de Tweede Wereldoorlog in de Nederlandse romanliteratuur haar weerslag vond. Pas eind jaren vijftig zou deze periode direct of indirect een hoofdthema zijn geworden. De feiten zijn mijns inziens anders. Als in De avonden de oorlog geen rol speelde (voorbeeld van Etty), dan staat daar De ondergang van de familie Boslowits tegenover. Het is niet moeilijk een aantal schrijvers te noemen die in de periode 1945 - 1955 romans en verhalen hebben gepubliceerd waarin de Tweede Wereldoorlog een belangrijke rol speelt: Maurits Dekker, F. Sierksma (Doortocht), S. Vestdijk, Th. de Vries, Marga Minco, B. Voeten, A. Kossmann, Josine Reuling, Willy Corsari, en zeker W.F. Hermans, de belangrijkste naoorlogse auteur, met De tranen der Acacia's (1948!), lang voor De donkere kamer van Damocles (1958). Daarnaast zijn er andere schrijvers te noemen in wier werk de oorlog het hoofdthema is zonder dat ze evenwel romanciers zijn, maar dat is niet noodzakelijk voor een `verwerking': A. Herzberg, J.B.Charles, Nico Rost (Goethe in Dachau).

Pas eind jaren vijftig, begin jaren zestig, werd deze periode een hoofdthema, zoals Etty beweert? Het lijkt er niet op. Behalve Mulisch (De aanslag, 1982) en Wolkers (Kort Amerikaans, 1962) hebben na de jaren vijftig romanciers van latere generaties zich nauwelijks aan het thema van de Tweede Wereldoorlog gewaagd.