Nemo is 't niet

Wie zouden dat toch zijn, die Nederlandse filmjournalisten? Deze week verscheen in alle kranten een berichtje dat `de' Nederlandse filmpers Finding Nemo had uitgeroepen tot de beste film van 2003.

Pardon?

De Nederlandse filmjournalist? Dat is toch een algemeen (in elk geval door de filmwereld) erkende zuurpruim die elke week ijskoud een Bulgaarse praatfilm of een gewelddadige Koreaan tot Meesterwerk uitroept. Die films aanprijst die misschien anderhalve week in een enkel filmhuis draaien en op het Festival van Uithoek een Gouden Dier hebben veroverd. En nou ineens op nummer 1 Finding Nemo zetten, het onderwaterpretballet voor het hele gezin van Pixar Studio's. Gaan we gezellig doen of zo? Wat is er gebeurd?

Eind december vroeg Robbert Blokland, filmjournalist en beheerder van de zogenoemde Filmperslijst aan de abonnees van zijn ge-emailde nieuwsbrief of zij hun favoriete filmlijstje van 2003 wilden inleveren. Dat bleken na verloop van tijd 50 mensen te hebben gedaan, volgens Blokland een zeer gevarieerd gezelschap, van filmblad Skrien tot de Gaykrant en van de Volkskrant tot het Dagblad van het Noorden. Via persbureau ANP, waar Blokland ook voor schrijft, ging het nieuws de wereld in. Alle kranten namen het bericht over.

Daarop kreeg Blokland een paar knorrige reacties van filmjournalisten. Ze vonden het niet netjes dat hij van tevoren niet had gezegd dat hij het resultaat als mening van 'de' Nederlandse filmpers wereldkundig zou maken. ,,Dat was vooraf ook niet de bedoeling'', zegt hij nu. Anderen konden zich niet voorstellen dat dit lijstje (1. Finding Nemo 2. Kill Bill 3. The Lord of the Rings III, Cloaca als beste Nederlandse film op 13) werkelijk weergaf wat `de' Nederlandse filmpers van 2003 vond.

Om maar even bij Cloaca te blijven: wat is er dan gebeurd met De Arm van Jezus? Die werd in september door ook `de' Nederlandse filmpers, vertegenwoordigd in de jury van de Kring van Nederlandse Filmjournalisten (KNF), op het Nederlands Filmfestival in Utrecht uitgeroepen tot beste film van het jaar. Maar die komt in de door Blokland samengestelde top-25 helemaal niet voor, en Van god los (21) bijvoorbeeld weer wel. Wat zo vreemd is, zegt Blokland, is dat De arm van Jezus op niet één lijstje van zijn enquête voorkwam. Ook niet op inzendigen van KNF-leden.

KNF-voorzitter Dana Linssen, tevens filmcriticus voor deze krant, was wel geamuseerd door de enquête van Blokland, maar niet door het publiceren ervan. Daarvoor, zegt ze, is te onzeker wie de 50 inzenders waren. ,,Op de nieuwsbrief van Blokland zijn ook publiciteitsmensen van filmmaatschappijen geabonneerd.'' Ja, zegt Blokland, maar hun stemmen heeft hij niet meegeteld voor het bericht.

Blokland denkt juist dat hij met zijn nieuwsbrief een representatiever deel van de Nederlandse filmpers bestrijkt dan de KNF, die als beroepsvereniging een ballotage voor het lidmaatschap hanteert. In de KNF wordt ook al langer gesproken over een `perspluim', zegt Blokland. Bij verkiezing van de pluim zouden alle KNF-leden mogen meestemmen en niet alleen de driekoppige jury. Dan zou `de' Nederlandse filmpers, net als `de' filmcritici van Engeland, van Chicago of San Francisco, elk jaar een officiële lijst kunnen opstellen. Maar de KNF-leden kunnen het maar niet over eens worden over een `perspluim'.

Voorlopig moeten we het doen met de gefragmenteerde lijstjesmakerij die ieder voor zijn of haar waarheid mag houden.