Moravia ontkende joods zijn in brief

De Italiaanse schrijver Alberto Moravia (1907-1990) heeft in 1938 bij de fascistische dictator Mussolini zijn raszuiverheid onderstreept om een schrijfverbod te ontlopen. In een persoonlijke brief, die door de Corriere della Sera is opgedoken in een onlangs vrijgegeven dossier, ontkent Moravia dat hij joods is ,,als men kijkt naar religie'' en wijst hij op zijn katholieke opvoeding. ,,Het is waar dat mijn vader Israëliet is,'' schrijft Moravia op 28 juli 1938, kort nadat in Italië anti-joodse rassenwetten van kracht werden, ,,maar mijn moeder is zuiver van bloed en katholiek van religie.''

Moravia, die werd geboren als Alberto Pincherle, had al problemen met de fascistische machthebbers sinds zijn debuut De onverschilligen (1929), een roman over een Romeinse bourgeoisfamilie die tijdens het opkomend fascisme haar waardigheid probeert te bewaren. De meeste romans die hij in de jaren dertig publiceerde, werden door het regime in de ban gedaan – ook al omdat hij als journalist marxistisch geïnspireerde en antifascistische artikelen schreef.Moravia's briefje aan Mussolini heeft geen aantoonbaar effect gehad. In het teruggevonden dossier bevindt zich wel een opheffing van het schrijfverbod voor Moravia (,,Moravia en zijn familie beantwoorden aan de wetten van het Italiaanse ras''), maar die dateert van eind 1941.In 1941 publiceert Moravia onder pseudoniem een komisch portret van Mussolini in Il Popolo di Roma. De dreiging ontdekt te worden doet hem en zijn vrouw, de schrijfster Elsa Morante, verhuizen van Rome naar Anacapri, een dorpje op het platteland. Eind 1943 gaat het gerucht gaat dat de Gestapo naar hem op zoek is vanwege zijn antifascistische geschriften na de val van Mussolini in juli van dat jaar. Het noopt het echtpaar nog negen maanden onder te duiken in de bergen.