Moderne professoren

Mijn kerstontbijt werd onaangenaam verstoord door de recensie van David Rijser van A.D. Nuttall's boek Dead from the waist down (Boeken, 24.12.03). De recensent beschrijft in lovende termen deze studie over wetenschapsbeoefenaars en het spanningsveld tussen wetenschappelijk precisiewerk en levensplezier. Vooral in de Victoriaanse tijd zouden deze bestaansaspecten niet altijd gemakkelijk in balans te brengen zijn geweest. Hetgeen nogal eens leidde tot huwelijksproblemen, waarvan de aard weliswaar niet precies beschreven wordt, maar de suggestie wordt gewekt dat jonge en levenslustige echtgenotes van geleerden nogal eens seksueel tekort kwamen. Dit alles zou in schril contrast staan met het leven van de zestiende-eeuwse geleerde Isaac Casaubon: `[hij] leidde een avontuurlijk bestaan, en, stelt Nuttall tevreden vast, was gelukkig getrouwd (zijn vrouw baarde in 22 zwangerschappen 19 kinderen)'.

Of de toevoeging tussen haakjes van de recensent is of van Nuttall, is niet duidelijk, maar om deze gegevens als onderstreping van huwelijksgeluk op te voeren, vind ik bepaald ongepast. Voor huwelijksgeluk zijn toch zeker twee personen nodig (en een handjevol gunstige omstandigheden). Ook in de zestiende eeuw wisten de meeste vrouwen echt wel iets anders voor hun leven te verzinnen dan van hun zeventiende tot hun tweeënveertigste zwanger of in het kraambed door te brengen.