Mann doodt muis

Een studiereis naar de Verenigde Staten maakte de Bosniër Aleksandar Hemon in 1992 tot een balling: zijn retourvlucht ging op de dag dat de Serviërs het beleg sloegen voor Sarajevo, en Hemon besloot in Chicago te blijven. Hij volgde de oorlog in zijn geboorteland via de televisie, hield zich met kleine immigrantenbaantjes in leven, en publiceerde enkele jaren later zijn eerste korte verhalen in het Engels. Nog vóór zijn succesrijke debuutbundel The Question of Bruno (2000) werd hij door de Engelse krant The Observer al uitgeroepen tot een van de `21 auteurs die er in de 21ste eeuw toe zullen doen.'

Hemons biografie is spectaculair. Maar, zoals de schrijver vier jaar geleden in een interview met deze krant zei: ,,Hoe interessant mijn leven ook is geweest, men zou tot tranen toe verveeld raken als ik me zou beperken tot autobiografie – en ik trouwens ook!'' De lezers hadden recht op meer, vond hij, en dat kregen ze. The Question of Bruno bevatte niet alleen humoristische verhalen over een jeugd in Joegoslavië of over de belevenissen van een hulpeloze immigrant in de Verenigde Staten, maar ook Nabokov-achtige spelletjes met de conventies van de literatuur. En in bijna alle verhalen leverde Hemon commentaar op zijn belangrijkste thema: de ontheemding van de moderne mens, die niet meer goed weet wie of wat hij is.

Ook in zijn eerste roman, Nowhere Man (nu vertaald onder de titel De Pronek-fantasieën), toont Hemon zich geobsedeerd door identiteit. De hoofdpersoon is Jozef Pronek, de Joegoslavische immigrant die we kennen van een verhaal uit The Question of Bruno. De scènes uit zijn leven – als tiener en Beatle-imitator in Sarajevo onder het Tito-bewind, als student in de Oekraïne, als ambachtsman met dertien ongelukken in Amerika – worden door uiteenlopende figuren geboekstaafd: een would-be-biograaf, een verliefde kamergenoot in Kiev, een jeugdvriend die hem tegenkomt bij een taalcursus in Chicago. Tezamen geven ze een fragmentarisch beeld van de `nergensman' Jozef Pronek, die gebukt gaat onder zijn verbale onvermogen en zijn geïsoleerde positie in de Verenigde Staten. Want, zegt de biograaf van Jozefs Joegoslavische jeugd, `herinneringen die niet gedeeld kunnen worden gaan van lieverlee over in fantasieën – en je o zo gewone leventje krijgt een mythisch karakter.'

In de wereld van Hemon wordt het beeld van de mens bepaald door fantasieën – die van anderen, maar ook die van hemzelf. Hemons roman had als ondertitel `the Pronek fantasies', en bij ten minste een van de verhalen die over Jozef verteld worden, vraag je je af of het – binnen het stramien van de roman – op waarheid berust. Het is het verslag van het bezoek dat president Bush (de Eerste) in 1991 aan het ravijn van Babi Jar bij Kiev bracht om de massamoord op 33.771 Oekraïense joden te herdenken. Na de plechtigheid stapt Bush om publicitaire redenen op Jozef af met de mededeling `Moge God jouw land zegenen, jongeman.' `Dit is niet mijn land' luidt het antwoord. `Natuurlijk wel' zegt Bush, `het is van jullie allemaal, vergeet dat nooit.' `Ik kom uit Bosnië...' `Jullie zijn één grote familie. En eventuele meningsverschillen moet je gewoon uitpraten', adviseert Bush.

De ontmoeting bij Babi Jar is niet de enige tragikomische scène in De Pronek-fantasieën. Zo is er een impressie van Jozefs eerste taalklasje die niet alleen door het onderwerp erg aan De heilige Antonio van Arnon Grunberg doet denken maar ook door de laconieke, licht-absurdistische stijl. En even gaaf is de passage waarin Jozef in de kamer van zijn Amerikaanse vriendin Rachel een muis hoort en opspoort, en om een boek vraagt waarmee hij het beest dood kan slaan. Hij krijgt Dostojevski's Idioot, zijn lievelingsboek, vraagt om een ander (`Een roman of een biografie? vroeg ze geërgerd'), en verricht half werk met Manns Dood in Venetië. Waarna de scène eindigt met een knetterende ruzie omdat Rachel zelfs tijdens die muizenmoord zijn taalgebruik blijft verbeteren – een ruzie waarbij een deel van de inboedel en wellicht de hele relatie sneuvelt.

Hemon is een humorist. Een die zinnen schrijft met grinnikeffect (`Bij mijn pogingen om als kelner aan de slag te komen had ik omstandig gelogen over mijn ervaring in de beste restaurants van Sarajevo, stuk voor stuk van Europese topklasse, even exquisiet als non-existent') en die ook uit de grootste ellende een grimlach weet te peuren. Hij is daarnaast een veelzijdig verhalenschrijver die je wakker houdt met onverwachte metaforen en uitweidinkjes (`ik fantaseerde hoe het zou zijn om onder de douche op te lossen en in het riool weg te stromen'). Wat hij niet is, is een romancier die bewondering afdwingt door een knappe compositie of aansprekende round characters. Zijn eerste `roman' is eigenlijk opnieuw een bundel, waarvan alle verhalen op één na (over een raadselachtige dubbelspion uit de jaren dertig) cirkelen om Jozef Pronek. Maar die blijft ongrijpbaar. Ik weet het: Hemon heeft het zo bedoeld – een nergensman kan nooit een afgerond personage worden. En toch beklijft daardoor van De Pronek-fantasieën minder dan je zou willen.

Aleksandar Hemon: De Pronek-fantasieën. Meulenhoff, 239 blz. 18,50.

De Engelse editie, Nowhere Man, is verschenen bij Picador, 244 blz. €12,95