Leiders Afrika gedijen bij spirituele hulp

De president van Guinee vaart blind op zijn toekomstvoorspeller. Wie aan de macht blijft, wordt tenslotte in de geestenwereld bepaald.

Kenneth David Kaunda was een Afrikaanse leider zoals de ontwikkelde wereld die graag zag. Zoon van een Afrikaanse missionaris, modern, gematigd. Van de onafhankelijkheid in 1964 tot zijn verkiezingsnederlaag in 1991 was hij president van Zambia.

Pas na zijn aftreden werd in brede kring bekend dat hij zich sinds het midden van de jaren zeventig had laten bijstaan door twee Indiase goeroe's, M.A. Ranganathan en Mulshanker Hirji Bapuji Vyas, die door de staat werden betaald. Zijn naaste medewerkers was steeds te verstaan gegeven dat ze over die spirituele adviseurs moesten zwijgen op straffe van ontslag. Driehonderd meter van het State House, de presidentiële residentie, had Ranganathan een heiligdom laten bouwen, de David Universal Temple, voor een geheime eredienst die door een aantal hooggeplaatste regeringsfunctionarissen werd bijgewoond. Tegenover de Lusaka Golf Club had hij in 1990 een nog veel duurdere tempel laten verrijzen. Ingewijden noemden de Indiër `onze onzichtbare president'.

Westerse regeringsleiders denken dat ze hun macht hebben te danken aan democratische verkiezingen, aan de wil van het volk, aan de steun van het bedrijfsleven. Andere staatshoofden vertrouwen liever op het leger of op het repressieapparaat. Allemaal instrumenten die ook Afrikaanse leiders niet versmaden, maar die in hun ogen niet toereikend zijn.

Net zoals hun onderdanen zijn ze er namelijk van overtuigd dat alle macht zijn bron heeft in de geestenwereld, in de kosmos die niet alleen wordt bevolkt door de God van de christenen en de islamieten maar ook door de voorouders, ook door de kleinere goden van velerlei slag. Als een Afrikaanse president zijn macht wil behouden, of liever nog vergroten, doet hij er dus verstandig aan veel aandacht te besteden aan zijn betrekkingen met de geestenwereld.

Bijkomend voordeel is dat hij de religieuze gemeenschappen als deel van hun machtsbasis kan inlijven en geheime genootschappen als deel van zijn informele netwerken kan gebruiken. Maar zijn religiositeit is zelden louter opportunistisch. Idealiter is het effect zowel politiek als spiritueel.

Net als Kaunda werd de overleden Ivoriaanse Vader des Vaderlands Félix Houphouët-Boigny in het Westen gezien als een succesvolle moderniseerder. Hij was een vroom katholiek die in zijn nadagen nog een kopie van de Sint Pietersbasiliek in zijn geboortestad Yamoussoukro liet bouwen. Maar tijdens zijn bewind (van de onafhankelijkheid in 1960 tot aan zijn dood in 1993) gaf hij zich ook steeds over aan geheime traditionele religieuze praktijken. De Ivoriaanse auteur Ahmadou Kourouma, die vorige maand is overleden, beschreef dit soort handelingen van Afrikaanse staatshoofden heel beeldend in zijn roman En attendant le vote des bêtes savages. ,,In Afrika is er geen regeringsleider die niet beschikt over zijn eigen tovenaar of maraboe'', zei Kourouma. Een maraboe is een islamitische geestelijke die over magische krachten beschikt.

Veel Afrikaanse staatshoofden zijn lid van gesloten of geheime spirituele organisaties, sommige van Europese oorsprong zoals de Vrijmetselaars en de Rozenkruizers die in de 17e eeuw zijn ontstaan, andere van Afrikaanse makelij zoals de Poro-gemeenschap in Liberia. Dat geldt ondermeer voor de (oud)-presidenten van Kameroen, Gabon, Togo, Madagascar en Liberia. Kampioen religieuze genootschappen is Omar Bongo, sinds 1967 president van Gabon. Hij is opgevoed als katholiek maar heeft zich tot de islam bekeerd en tooit zich sinds zijn pelgrimage naar Mekka met de titel El Hadj. Hij is lid van het traditionele religieuze genootschap Ndjobi en van de initiatiegemeenschap Bwiti. Hij maakt ook nog deel uit van de Rozenkruizers en is grootmeester van zijn eigen vrijmetselaarsloge Dialogue.

Bij het onderhouden van contacten met de bovenzinnelijke wereld zijn Afrikaanse leiders niet eenkennig of dogmatisch. Net zoals hun onderdanen combineren ze met het grootste gemak verschillende godsdiensten en praktizeren ze de meest uiteenlopende spirituele technieken. De vermoorde Liberiaanse president William Tolbert (1971-1980) was niet alleen doopsgezind predikant en president van de Baptist World Alliance maar ook de hoogste zo, zoals een spirituele leider van de plaatselijke traditionele gemeenschap wordt genoemd.

Voor Afrikaanse leiders past communicatie met de geestenwereld net zo bij hun functie als ministersoverleg of onderhandelingen met het Internationaal Monetair Fonds. Spirituele rituelen behoren tot hun wapenarsenaal, net zoals versterking van de partij, of onderhoud van een patronagenetwerk, of de opbouw van het veiligheidsapparaat.

Soms vormen verschillende van die ingrediënten een giftige cocktail. Zoals in Benin waar de als marxist begonnen president Mathieu Kérékou zijn spiritueel leidsman, de Malinees Mohamed Amadou Cissé, tot minister van Staat benoemde, verantwoordelijk voor de geheime dienst. Cissé, die beweerde dat hij zijn ziel aan de duivel had verkocht voor kennis, zou zich volgens de verhalen van de plaatselijke bevolking in de martelkamers uitstekend thuis hebben gevoeld.

Aan zijn komeetachtige carrière kwam in 1990 abrupt een einde toen hij in Parijs gearresteerd werd voor het smokkelen van heroïne en het witwassen van geld. Zonder zijn geestelijk adviseur moest Kérékou in 1991 na achttien jaar wijken als staatshoofd. Bij de verkiezingen in 1996 maakte hij als wedergeboren christen een wonderbaarlijke comeback.

Bronnen:

En attendant le vote des bêtes savages, Ahmadou Kourouma

Worlds of Power, Stephen Ellis en Gerrie Ter Haar

Masks of Anarchy, Stpehen Ellis

Philosophy from Africa, P.H. Coetzee en A.P.J. Roux

Diverse dag- en weekbladen