Het was onbegonnen werk

Met pistolen trok het Pools verzet in 1944 op tegen Duitse tanks. Twee maanden hield het stand. Intussen keken de geallieerden toe en hoopte Stalin op een debacle. Een Brits historicus heeft de hopeloze moed van de Polen nu voorbeeldig beschreven.

In de hoek van de Markt van de Oude Stad, in het hartje van Warschau, was altijd een klein geschiedenismuseum. Ik weet niet of het de postcommunistische moderniseringsdrift heeft doorstaan. Op vriendelijk verzoek werd in het museum destijds een korte film gedraaid over de geschiedenis van Warschau. Ik heb die film een aantal keren gezien, en steeds troffen me de beelden van Duitse soldaten die, gewapend met aantekenblok en vlammenwerpers, systematisch de stad vernietigden – huis na huis, straat na straat. Die opnamen moeten in oktober 1944 zijn gemaakt, kort nadat het Poolse verzet zich had overgegeven aan de Duitse bezetter. Die overgave, op 2 oktober, betekende het einde van de Opstand van Warschau, de dramatische, wanhopige revolte van het ondergrondse Poolse verzet, de Armia Krajowa, tegen de Duitse bezetter.

De Britse historicus Norman Davies heeft de omvangrijkste geschiedenis van de Opstand tot nu toe geschreven. Rising '44 is een prachtig boek: fraai gecomponeerd en vlot geschreven. Davies is een productieve en originele historicus. Hij is scherp en controversieel. Rising '44 gaat niet alleen over de Opstand. Ze is Davies' interpretatie van de moderne geschiedenis van Polen: over de lafhartigheid van de Westerse geallieerden, over het verraad van Stalin, over de verhoudingen tussen Polen en joden, en vooral over de weerspannigheid, over de hopeloze moed van de Polen zelf.

In de nacht van 31 juli op 1 augustus 1944, om tien voor twee, bijna vier uur eerder dan was afgesproken, loste een jonge kapitein van het Poolse verzet het eerste schot van de Opstand van Warschau. De Armia Krajowa, het omvangrijkste ondergrondse verzetsleger in Europa (40.000 man alleen al in Warschau), had de wapens opgenomen tegen het Duitse leger. Inzet van de strijd was de controle over de stad Warschau. Het verzet, onder de politieke leiding van de regering-in-ballingschap in Londen, poogde Warschau in handen te krijgen voordat de Russen zouden binnentrekken. Het zou de positie van de regering in de onderhandelingen over Polens toekomst aanzienlijk versterken. Zesenzestig dagen hield het Poolse verzet het vol. Met pistolen, geweren en molotov-cocktails namen de strijders het op tegen vliegtuigen, tanks en de `boerende koe', een machine die afschuwelijk brulde terwijl ze raketten afschoot waarmee alles in de omgeving in vuur en vlam werd gezet. `Mein Führer!', schreef Himmler aan Hitler, `Dit moment is moeilijk. Maar vanuit historisch oogpunt is de actie van de Polen een zegen. We zullen ze afmaken. Warschau zal vernietigd worden. Deze stad, die zevenhonderd jaar lang onze weg naar het oosten heeft geblokkeerd, zal ophouden te bestaan.'

Uitputtingsslag

Het bleek minder eenvoudig dan gedacht. `Dit is de zwaarste strijd die we ooit vochten', merkte de Reichsführer van de SS begin september op. De Opstand was een uitputtingsslag geworden. De Armia Krajowa heeft nooit meer dan een deel van de stad in handen gekregen, maar de Duitse bezetter en zijn bondgenoten, een weinig raszuiver geheel van Hongaren, Oekraïeners en Kozakken, had de grootst mogelijke moeite ze eruit te krijgen. De burgerbevolking leed verschrikkelijk, zowel onder het oorlogsgeweld als onder de Duitse terreur. Op 5 augustus vermoordde de SS 35.000 mannen, vrouwen en kinderen – op één dag, in koelen bloede. Zelfs op Duitse soldaten die eerder aan het Oostfront hadden gevochten, maakte de stadsoorlog een diepe indruk, zo blijkt althans uit de brieven en dagboeken waaruit Davies uitvoerig citeert.

De Armia Krajowa streefde ernaar de opstand te rekken zolang de Russen nodig hadden om hun Poolse geallieerden te hulp te komen. De Duitsers was er juist alles aan gelegen om te voorkomen dat de Opstand en het front samen zouden vallen. De Duitsers hebben gewonnen. Toen de Opstand begon, had het Rode Leger de stad al bijna bereikt. Uiteindelijk zou het echter halt houden aan de oostoever van de Vistula, de rivier die Warschau doorstroomt. De sovjetstrijdkrachten keken toe hoe de Opstand werd neergeslagen, hoe Warschau werd vernietigd. Op 2 oktober klonk het laatste schot.

De Opstand van Warschau is een van de belangrijkste momenten in de Tweede Wereldoorlog, althans voor de Polen. De Opstand schraagde de Poolse trots en onverzettelijkheid en ze markeerde het Poolse lijden. Ze was de omvangrijkste daad van verzet tegen de Duitse orde tijdens de oorlog, maar ze vernietigde de hoop op een vrij en onafhankelijk Polen na de oorlog. Kort na de nederlaag van de Armia Krajowa werden de Duitse legers alsnog uit Warschau verdreven – door het sovjetleger. De Polen ruilden de ene bezetting in voor de andere.

Davies hekelt de halfslachtigheid van de Westerse geallieerden. Ze zouden hun `Eerste Bondgenoot', zoals Davies Polen consequent typeert, vooral hebben gezien als een storende factor. Engeland en Amerika bleken ondanks alle politieke retoriek niet bereid om hun beloften aan de Polen gestand te doen. Het is een vaak gelezen argument: Polen is in de steek gelaten. Het lijdt geen twijfel dat de Polen net als nu in Brussel, toen ook in Londen en Washington als een serieuze pain in the neck werden gevoeld. De verklaring echter die Davies geeft voor de weifelende houding van de Westerse geallieerden leest als een overtuigend excuus. Engeland en de Verenigde Staten konden niet veel doen. Ze waren vrijwel geheel afhankelijk van de medewerking van hun beider bondgenoot: de Sovjet-Unie.

Stalin gaf de doorslag. Davies is voorzichtig. `Een gedetailleerde analyse van Stalins opvattingen over de Opstand van Warschau ligt nog niet binnen het bereik van de historicus', schrijft hij. Wat is desalniettemin zeker? Stalins legers stonden op enkele kilometers afstand van Warschau toen de Opstand begon. En ondanks een hevig offensief van Duitse zijde dat het Rode Leger aanvankelijk enkele tientallen kilometers terugdreef, stonden de Russen vanaf midden september aan de oever van de Vistula. Alle militair-strategische overwegingen in acht genomen, voegt ook Davies zich naar de dominante historische interpretatie: Stalin liet de Opstand bewust mislukken.

De Opstand is in communistisch Polen altijd zoveel mogelijk genegeerd. Pas in 1989 kreeg Warschau zijn eerste officiële monument: een kolossale beeldenpartij aan de rand van de Oude Stad. Het monument waarvoor de Duitse Bondskanselier Willy Brandt in december 1970 op de knieën viel, was al kort na de oorlog opgericht. Daarmee werd niet de Opstand van Warschau herdacht, maar de in vele opzichten even heroïsche en even hopeloze revolte een jaar eerder: de Opstand in het Getto van Warschau (april-mei 1943).

Avonturisme

Volgens de communistische machthebbers zou de Opstand van Warschau vooral zijn ingegeven door anti-sovjetsentimenten. De burgerbevolking werd geofferd aan het avonturisme van de regering-in-ballingschap en de Armia Krajowa. De Opstand was even hopeloos als onverantwoord. Davies is het hier vanzelfsprekend niet mee eens. En hij heeft gelijk. Maar als we de politieke motivatie van de communistische interpretatie van de Opstand even buiten beschouwing laten, dringt de hopeloosheid van de hele onderneming zich inderdaad aan de lezer op.

Kort na de oorlog stond de militaire leiding van de Armia Krajowa terecht in Moskou. De bevelhebber, Leopold Okulicki, gaf aan – ook voor Davies een overtuigend argument – dat de `eerste reden' van de opstand was Warschau in te nemen voordat het sovjetleger zou binnentrekken. Tezelfdertijd echter rekenden de opstandelingen op de steun van de Russische strijdkrachten. Van Engeland en de Verenigde Staten, wier legers elders in Europa (en Azië) langzaam vooruitgang boekten, kon de Armia Krajowa onmogelijk een doorslaggevende bijdrage verwachtten. `Als een operatie vanaf het begin af aan tot mislukken lijkt gedoemd, begin er dan niet aan!': indien het Poolse verzet dit elementaire principe van de krijgskunst in acht had genomen, dan had het de Opstand nooit moeten beginnen. Davies kan zich hier misschien wel in vinden, maar zijn sympathie voor de Polen, zijn afkeer van de dubbelhartigheid van de Westerse geallieerden en zijn weerzin tegen het wrede machiavellisme van Stalin, maken het hem klaarblijkelijk toch onmogelijk een dergelijk oordeel te vellen.

Norman Davies: Rising '44. `The battle for Warsaw'.

Macmillan, 752 blz. €47,75