`Het verleden kan ons alsnog vermoorden'

Damon Galgut, komende week te gast op het Winternachten-festival in Den Haag, bereikte tot zijn verbazing een groot publiek toen `De goede arts' werd genomineerd voor de Man Booker Prize. Een somber boek, want ,,er is in de Zuid-Afrikaanse literatuur nog geen ruimte voor literaire spelletjes.''

Waarom de Zuid-Afrikaanse schrijver Damon Galgut (Pretoria, 1963) – onlangs even in Nederland – met zijn nieuwste roman De goede arts opeens zoveel internationale waardering ondervindt, is hemzelf ook een raadsel. En hij was al helemaal verrast toen zijn boek bij de laatste zes nominaties voor de Man Booker Prize zat, de prijs die uiteindelijk naar DBC Pierre ging. Na verschillende toneelstukken en romans die weinig teweegbrachten, wist hij met De goede arts – een roman over twee artsen in het `nieuwe' Zuid-Afrika – wél een groot publiek te bereiken.

,,Misschien wordt het me nog duidelijk, maar vooralsnog begrijp ik niet waarom ik nu veel minder negatieve recensies krijg dan anders'', zegt Galgut opmerkelijk bescheiden. ,,In een van de recensies werd het boek getypeerd als een spookverhaal en ik vind dat eigenlijk wel goed bedacht. Er komen inderdaad allerlei spoken in voor, zowel uit het verleden als uit de toekomst. Dat van het verleden is de blanke machthebber die weliswaar veel schade heeft aangericht, maar inmiddels wel is verdwenen. Het spook van de toekomst is veel dreigender, dat kan een onberekenbare dictator zijn, die Zuid-Afrika in een situatie stort die vergelijkbaar is met die van Zimbabwe op dit moment.''

De goede arts is, anders dan Galguts opmerking over spoken suggereert, geen magisch-realistisch verhaal. In het werk van bijvoorbeeld Etienne van Heerden speelt dit genre een grote rol: spoken, geesten en magie vormen vaak het decor. Maar Galgut sluit zich daar niet bij aan: ,,Magisch realisme is door sommige schrijvers vanuit Latijns-Amerika overgeplant naar Zuid-Afrika, maar zo ver van huis ontbreekt de natuurlijke voedingsbodem. Literatuur staat hier in een politiek kader en heeft altijd in een maatschappelijke omgeving gefunctioneerd. Er is in de Zuid-Afrikaanse literatuur nog geen ruimte voor literaire spelletjes.''

De goede arts geeft een politiek betrokken, realistisch portret van twee artsen, Frank en Laurence. Ze werken samen in een kliniek waarin materiaal noch patiënten aanwezig zijn. Frank is een cynicus met realiteitszin, Laurence een opdringerige idealist die uiteindelijk meer waarde hecht aan zijn project dan aan de mensen die hij daarmee kan helpen. De politieke en morele complicaties die deze twee uitersten met zich brengen, zijn in de roman duidelijk aanwezig zonder dat Galgut met pasklare oplossingen wil komen. ,,De problematische verhouding tussen de twee staat voor de situatie in Zuid-Afrika. De vonk tussen de twee karakters springt te laat over, en dat geeft weer hoe ik Zuid-Afrika zie: er zijn te veel projecten waarbij onvoldoende aandacht is voor de individuen.''

Tijdens het gesprek benadrukt hij verschillende malen dat hij vooral onbehagen wil oproepen en dat het hem niet om de boodschap is te doen. ,,Het is belangrijk dat schrijvers voortdurend reflecteren op het morele universum waarin Zuid-Afrika zich bevindt, en dat ze de lezers een ongemakkelijk gevoel meegeven wanneer het om de maatschappelijke problemen gaat. Maar het is natuurlijk niet zo dat een schrijver een bepaalde taak heeft en dat hij veel kan uitrichten. Het enige wat hij misschien kan doen, is een kleine mentaliteitsverandering teweegbrengen.''

De moeizame relatie tussen de twee artsen symboliseert ook de gespleten psyche van de blanke Zuid-Afrikaan. ,,De blanken hebben altijd in de veronderstelling verkeerd dat ze in een maakbare samenleving leefden en dat Zuid-Afrika aan alle voorwaarden voldeed om een welvarende staat te zijn. Nu blijkt dat alle beschikbare middelen indertijd naar de blanken werden doorgesluisd. Toen we daadwerkelijk de rijkdom eerlijk wilden verdelen, bleek dat er niet genoeg was en werd nog duidelijker hoe onevenwichtig de verspreiding was. De politieke macht is weliswaar overgedragen, de economische bij lange na nog niet.''

Zo somber en serieus als Galgut oogt, is ook zijn roman waarin hij vele morele vragen oproept. ,,De grote kwestie waarmee Zuid-Afrika kampte, is vervangen door talloze kleine problemen die misschien veel gevaarlijker zijn. Het is nu moeilijk om te bepalen aan welke kant je staat, je krijgt niet eens de kans om te kiezen. Het is vooral een kwestie van overleven – niet zozeer fysiek als wel psychisch of moreel. En hier gaat De goede arts over.''

Van Galgut verschenen eerder twee romans in Nederlandse vertaling, het autobiografische Gewapende stilte en Het welluidend gekrijs van varkens. Gewapende stilte vertelt het verhaal van David, die op zijn negende lymfklierkanker krijgt. Zijn vader verlaat tijdens Davids ziekbed het gezin voor een andere vrouw en zijn moeder stort zich volledig op haar zieke zoon. Een roodharige minnaar die kortstondig bij hen zal inwonen, neemt het op zich om David te harden. Nadat de moeder David tijdens zijn ziekte op alle fronten heeft bijgestaan, weigert ze hem los te laten. Uiteindelijk weet David zowel de kanker als de wurggreep van zijn moeder te overwinnen.

In Het welluidend gekrijs van varkens komt de jonge militair Patrick psychisch geknakt terug na zijn dienstplicht in Namibië. Wanneer hij met zijn – ook in deze roman weer – uiterst bezitterige moeder terugkeert tijdens de eerste vrije verkiezingen in Namibië, gaat hij op in de ideeën van de SWAPO, waartegen hij nog geen jaar daarvoor had gevochten. Hoewel het onderscheid tussen goed en slecht in deze roman veel eenduidiger wordt gemaakt, neemt Patrick, evenals David in Gewapende stilte, geen heldhaftig standpunt in. Beiden zijn vooral observator, of – zoals Patrick het aan het slot van Het welluidende gekrijs van varkens stelt – `naïef, omdat je maar beter naïef kunt blijven'. Ongeacht hoe je de twee wilt typeren – ze overwinnen kanker en een geestelijke inzinking, maar kunnen zich nauwelijks verzetten tegen een macht die hen fysiek tot van alles dwingt – ze zijn in de eerste plaats overlevers.

Het is dan ook opvallend dat de idealist Laurence, die voortdurend vragen stelt en een duidelijk doel voor ogen heeft, het in De goede arts niet redt. Hij haalt veel overhoop wanneer hij een veldkliniek opzet waarmee hij het welzijn van de plaatselijke bewoners hoopt te vergroten, maar in feite vooral desillusies veroorzaakt. Hij faalt jammerlijk en wordt uiteindelijk zelfs vermoord. De cynicus Frank blijft achter in een bijna lege kliniek, waar alleen de voorraad condooms op peil is.

Een wrang gegeven, maar volgens Galgut eerder realistisch dan cynisch. ,,Het lijkt een haast surrealistische wereld, maar dat is het niet. Ziekenhuizen waar ze geen medicijnen maar wel condooms hebben, bestaan gewoon. Ik zou over talloze onwaarschijnlijke gebeurtenissen kunnen vertellen. Neem bijvoorbeeld de vroegere ANC-strijders. Ze zijn na de omwenteling toegetreden tot het officiële Zuid-Afrikaanse leger. Hierdoor krijg je een situatie waarin soldaten die vroeger vijanden waren nu in dezelfde barakken slapen. Het gebeurt dat een zwarte soldaat doordraait en drie blanke officieren neerschiet, of andersom. Voor mij is dat een logisch gevolg op het rassen-scenario van weleer. We proberen nu het verleden te overwinnen, maar dat kan niet zomaar. Geschiedenis bepaalt je leven, ze kan je doden. `Vroeger is nog niet voorbij', zegt Frank in mijn roman. Het is een bourgeoismentaliteit om te denken dat dat anders zou zijn. Het verleden is niet te negeren en de toekomst moet nog uitgevonden worden.''

Damon Galgut treedt op vrijdag 16 januari op tijdens het Winternachten-festival, dat van 15 t/m 18 januari wordt gehouden in Theater aan het Spui en Filmhuis Den Haag. Inl. en res. 070 3465272.

Damon Galgut: `The Good Doctor'. Atlantic Books, 240 blz. €21,20. De Nederlandse vertaling (`De goede arts' van Rob van der Veer) kwam onlangs uit bij Meulenhoff, 270 blz. €18,50.