Geen cito voor zwakke scholier

Kinderen in Amsterdam die volgend schooljaar naar het praktijkonderwijs gaan of naar het laagste niveau van het vmbo (leerwegondersteundend onderwijs), hoeven geen cito-toets meer te maken. Dit geldt ook voor kinderen die pas sinds 2002 in Nederland naar school gaan.

Dit staat sinds dit jaar in de kernprocedure, een afspraak waarin de overstap van basis- naar middelbare scholen in Amsterdam is geregeld. De reden is, zegt een woordvoerder van de gemeente Amsterdam, dat de cito-toets weinig betrouwbare informatie geeft over hetgeen deze kinderen weten. Bij deze groep is al duidelijk dat ze niet op een reguliere vmbo-school terecht kunnen. Hun kennisniveau in groep acht wordt op een andere manier onderzocht. Als ouders het graag willen mógen ze wel meedoen met de cito-toets.

Voor de scholen is het prettig dat de zwakkere leerlingen geen cito-toets maken omdat zij de gemiddelde cito-score naar beneden halen. Deze scores zijn sinds enkele jaren openbaar en op te zoeken op internet. De woordvoerder ontkent dat dat voor de gemeente een overweging was.

In de kernprocedure is ook geregeld dat ouders hun kinderen in Amsterdam maar op één middelbare school mogen aanmelden. Veel ouders zijn hier boos over omdat, als er geen plaats is voor hun kind op de geselecteerde school er vaak ook niet meer plaats is op de school van hun tweede keuze. Alleen de minder populaire scholen hebben dan nog plek. Veel ouders geloven ook niet dat het er bij het loten eerlijk aan toe gaat.

Op de cito-toets, die op het merendeel van de scholen wordt gebruikt, is steeds vaker kritiek. De toets zou teveel een momentopname zijn en niets zeggen over praktische vaardigheden en sociaal-emotionele intelligentie van kinderen. Bovendien bereiden sommige scholen hun leerlingen zeer uitgebreid voor op de toets waardoor zij beter scoren dat leerlingen die geen voorbereiding krijgen.