Een defecte detective

De Amerikaanse tv-serie Monk toont een geniale politiespeurder met dwangneurosen. Tony Shalhoub speelt hem met een zalige lichtheid.

Zonder Columbo had de televisie er toch heel anders uitgezien. Dan hadden de onooglijke mannetjes geen held gehad die de mooien en machtigen ten val kon brengen met zijn ,,o ja, nog één vraagje''. Zijn geknepen oogjes en verfomfaaide jas zijn een hoogtepunt in de televisiegeschiedenis van de twintigste eeuw.

Onze tijd vraagt nieuwe antihelden en de eerste heeft zich gemeld: Adrian Monk. Bijna even intelligent als zijn verre voorganger Sherlock Holmes en net als Columbo een buitenbeentje in het politiekorps. Monk is eigentijds door zijn afwijkingen en daarvan heeft deze dwangneuroticus er genoeg. Alleen een halve gek maakt in onze eeuw nog een kans tegen de misdaad.

De Amerikaanse televisieserie Monk is sinds midden 2002 met veel succes vertoond op een van de kleinere Amerikaanse kabelkanalen, USA Network. Het landelijke tv-station ABC had de serie eerst afgewezen, maar maakte nadat de kijkers Monk omarmden gebruik van het recht om de herhalingen uit te zenden. Met als resultaat nog meer lof van kijkers en critici en prijzen van vakgenoten. Hoofdrolspeler Tony Shalhoub won in 2002 een Golden Globe, in 2003 een Emmy Award en is deze maand opnieuw genomineerd voor een Golden Globe als beste acteur in een komedieserie. De serie zelf en actrice Bitty Schram zijn ook genomineerd.

Monk is geen serie die de kijker wil schokken en meeslepen naar de realiteit van de harde misdaad. Het is ook geen serie die troost wil bieden door de criminaliteit te bestrijden met veel techniek, zoals CSI Crime Scene Investigation. Monk is veel menselijker en luchtiger en eigenlijk niet meer dan een verslag van een spelletje tussen een boef en een slimme, psychisch gehandicapte detective.

De kijker mag aan het begin van elke aflevering getuige zijn van de daad en daarna meekijken naar hoe de gewone politie vastloopt in het onderzoek – de boef dreigt te winnen – en hoe vervolgens Adrian Monk eerst niet maar dan – vijf minuten voor het slot – de zaak wel weet op te lossen. Vaak gebruikt hij de klassieke Agatha Christie-methode, waarbij de verdachte met een toneelstukje uit zijn tent wordt gelokt. Want Monk mag dan wel geniaal zijn in het vinden van subtiele aanwijzingen, pas met een bekentenis of hard bewijs is een zaak rond.

Iedereen kent De Cock (vorig jaar was Baantjer de bestbekeken fictie van Nederland). Elke zaak brengt hij met tergend voorspelbare zekerheid tot een oplossing. Stabiliteit en rust zijn, naast een van Columbo geleende regenjas, de belangrijkste eigenschappen. De man is de kalmte zelf (hij vist in zijn vrije tijd). Echter, stel dat hem onlangs iets verschrikkelijks overkwam: zijn echtgenote is vermoord. Na maanden speuren kent Baantjer nog steeds de dader niet. Hij stort in. Hij krijgt last van psychische problemen. Is niet te handhaven bij de recherche en moet na een langdurig ziekteverlof de WW in.

Verpleegster

Zoiets is het uitgangspunt van Monk. Drieëneenhalf jaar geleden is de vrouw van Adrian Monk vermoord en voor het eerst in zijn briljante carrière faalt hij. Hij ontwikkelt aandoeningen als smetvrees, hoogtevrees, pleinvrees, claustrofobie en andere ziektes en tics die horen bij een dwangneurose. Hij heeft nu een praktische verpleegster in dienst die hem helpt door de dag te komen en altijd klaar staat met hygiënische doekjes waar hij zijn handen aan af kan vegen. Omdat hij ondanks zijn handicap een geniaal detective blijft, schakelt de politie van San Francisco hem soms in als consultant bij ingewikkelde zaken.

Televisie en film hebben al heel wat merkwaardige strijders voor het recht voortgebracht, maar nog nooit eentje die zijn handen afveegt aan een antibacterie-doekje iedere keer dat hij iemand aanraakt. Die wandelend op straat steeds zijn voet binnen een tegel moet zetten en elke lantaarnpaal moet aanraken. Of die zijn sokken per paar bewaart in doorzichtige plastic zakjes. Adrian Monk reinigt zijn tandenborstel met kokend water, gruwt van melk en legt op de sofa van zijn psychiater de kussens recht.

In een van de eerste afleveringen kan hij de ordeloosheid van het meubilair op de plaats van de misdaad niet aanzien en begint het recht te zetten. ,,Dit is een Fheng Shui-nachtmerrie'', mompelt hij zacht. Inspecteur Jacques Clouseau heeft ook afwijkingen, maar die leiden altijd tot luidruchtige rampen. Monk lijdt in stilte. Hij draagt zijn overhemden met het bovenste knoopje dicht en zonder das: die kan immers scheef hangen.

Detective met dwangneurose, dat is dus het basisidee van deze serie. David Hoberman, producent van tientallen films, waaronder The Negotiator en Bringing down the house (met Steve Martin en Queen Latifah), bedacht het en Andy Breckman – hij schreef voor Saturday Night Live en David Letterman – werkte het uit. Het gegeven stelt hoge eisen aan de hoofdrolspeler, want een gek is niet vanzelf leuk.

Tony Shalhoub (50) is al jaren een getalenteerd karakter-acteur. Zijn rol als Italiaanse taxichauffeur in de komische tv-serie Wings leverde hem een eigen comedy op, die binnen een paar weken flopte. Hij viel op in films als Barton Fink, Spy Kids, Men in Black (Jack Jeebs, de verkoper van verboden wapens) en als de geniale advocaat Riedenschneider die de kapper probeert te redden met Heisenbergs onzekerheidsprincipe in The Man Who Wasn't There van Joel en Ethan Coen.

Shalhoub is een eerste-generatie Amerikaan van Libanese afkomst. Hij volgde de dramaschool van Yale en speelde in theaters op en nabij Broadway, onder meer met John Turturro in Wachten op Godot van Beckett. Shalhoub heeft kort, donker krullend haar en felle bruine ogen. Zijn lichtbruine huid heeft mooie plooien in wangen en voorhoofd. Hij kan prachtig blij, vrolijk, verbaasd, droef, bang, geschokt, boos, gespannen, gepijnigd en nog veel meer kijken. Het is een gezicht dat blijft boeien. Shalhoub is wat deze serie boven de middelmaat uittrekt. Hij speelt de gestoorde inspecteur met een zalige lichtheid en een eindeloze variatie.

Naast Shalhoub heeft alleen verpleegster Sharona Fleming (Bitty Schram) een belangrijke rol. Verder zijn er een standaard politiekapitein (Ted Levine) en diens ijverige assistent; beiden aardig gespeeld. Bitty Schram weet van haar verpleegstersrol heel wat te maken. Haar dialogen met Monk doen denken aan het klassieke vuurwerk van Bruce Willis en Cybill Sheperd in Moonlighting. Verder heeft elke aflevering natuurlijk een dader en een slachtoffer en ook daar wordt doorgaans capabel gespeeld.

De serie heeft nog wat verrassingen in petto zoals John Turturro, die in de tweede reeks opduikt als Monks oudere broer Ambrose. Hij is al twaalf jaar zijn huis is uit geweest en verdenkt nu zijn buurman van het stelen van een taart. In een andere aflevering krijgt de langharige countryster Willie Nelson een rol als verdachte van een brute moord. Nelson zingt een liedje, terwijl Monk hem op de klarinet (!) begeleidt. Volgens de kenners op internet verwijst dit naar de aflevering Swan Song (1974) van Columbo waarin Johnny Cash een van moord verdachte countryzanger speelde. Ook uit andere series Als Murder One, Murder She Wrote en natuurlijk de klassiekers van Conan Doyle zeggen de makers wel eens iets te lenen.

Anti-Columbo

Aan de productie is te merken dat er geen al te groot budget was. De eerste reeks is opgenomen in het goedkopere Canada, daardoor zijn straatbeelden uit San Francisco schaars. Soms is een raam heel duidelijk een opgeplakte poster. Met twintig procent meer budget kon de tweede reeks wel gemaakt in de stad waar Monk woont en werkt. Het lekkere gitaardeuntje van Jeff Beal dat elk deel begint is toen vervangen door iets van singer-songwriter Randy Newman – niet tot vreugde van alle kijkers. In de Verenigde Staten, waar vanaf volgende week nieuwe afleveringen te zien zijn, loopt een actie voor de terugkeer van de muziek van Beal.

De inspecteurs Adrian Monk en de voornaamloze Columbo zouden bij een ontmoeting vreemd op elkaar reageren. Columbo zou even denken dat Monk zo'n vervelende intellectuele betweter is, tot hij de tics zou ontdekken. En Monk zou gruwen van de slonzigheid van zijn inmiddels bejaarde collega (Peter Falk, 76, maakte in 2003 nog een nieuwe aflevering!). Monk is de anti-Columbo.

,,Iemand probeert mijn man te vermoorden en jullie sturen Rain Man'', roept een vrouw wanhopig na kennismaking met Monk. Maar daarom kijken we juist. Wat moeten we met nog een serieuze politieman die à la NYPD Blue en The Shield realistisch laat zien in wat voor afschuwelijke tijden we leven? Het gaat in Monk, net als in Columbo, om het spel dat het oplossen van een misdaad is. Het is aangenaam meedenken met de ,,defecte detective'', zoals een van zijn tegenstanders hem spottend noemt.

Naast het misdaadspelletje gaat het om de situaties waarin de makers Monk brengen en waar hij zich dan ondanks zijn dwangneuroses uit moet zien te redden. Die plots zijn wel eens vergezocht, maar het is prachtig om Monk te zien reageren op een verongelukte auto in een modderpoel, een glaasje water in een smerige keuken en – hoogtepunt van het eerste seizoen – tijdens een reis met een vliegtuig. Daarin komen al Monks angsten samen: bacteriën, ruimtevrees, enzovoort. In de stoel naast hem zit een vertegenwoordiger in verleng-snoeren: een serie die dat beroep bedenkt verdient sowieso een Oscar.

Monk, Veronica, dinsdag 22.10-23.05u.