Drukke speculaties over opvolger Prodi

Zijn deze week aangekondigde vertrek heeft de Griekse premier Simitis meteen tot veelgenoemd man gemaakt in een populair Brussels spel: Wie wordt de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie?

Een nieuw gezelschapsspel wint snel aan populariteit onder Brusselse eurocraten, diplomaten en Europarlementariërs. De regels zijn eenvoudig. Deelnemers moeten namen bedenken van kandidaten voor de opvolging van Romano Prodi als voorzitter van de Europese Commissie. Vervolgens dienen zo veel mogelijk argumenten vóór een kandidaat te worden genoemd en daarna moet alles worden bedacht wat tégen een kandidaat pleit. Tot nu toe is iedere kanshebber in het spel gemakkelijk afgebrand.

Het spel is actueel omdat de Europese regeringsleiders in juni moeten beslissen wie in november van dit jaar Prodi zal opvolgen. De huidige Commissievoorzitter heeft tot nu toe niet uitgesloten zelf nog een tweede ambtstermijn van vijf jaar in Brussel te ambiëren. Maar tegen hem pleit dat hij de aflopende periode geen goede Europese reputatie heeft opgebouwd. Hoewel, cynische diplomaten beweren dat dit juist voor hem kan pleiten wanneer de regeringsleiders een zwakke Commissievoorzitter willen aan wie zij zich weinig gelegen hoeven te laten liggen.

De Belgische premier Guy Verhofstadt heeft zelf in het Brusselse praatcircuit laten rondstrooien dat zijn kandidatuur wordt gesteund door de Duitse bondskanselier Gerhard Schröder en de Franse president Jacques Chirac. Dat klinkt goed, maar zijn nauwe banden met Frankrijk en Duitsland hebben hem in de Europese Unie ook tegenstanders opgeleverd.

De naam van Jean-Luc Dehaene, voormalig Belgisch premier en vice-voorzitter van de Europese Conventie, duikt ook geregeld op. Hij heeft een ijzersterke reputatie, hoewel in 1994 de toenmalige Nederlandse premier Ruud Lubbers en diens Britse collega John Major een stokje voor de benoeming van Dehaene tot Commissievoorzitter staken. Lubbers was kwaad omdat hij zelf de functie niet had gekregen en betitelde zijn Belgische collega als een boertje en Major vond Dehaene te federalistisch.

De Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker wordt ervan `verdacht' te manoeuvreren in de richting van een Europese functie. Net als Dehaene zegt hij in het openbaar niets over zijn ambities. Dat is verstandig, want een kandidaat-Commissievoorzitter kan gemakkelijk sneuvelen als hij te vroeg te veel aan de weg timmert.

Tegen Juncker pleit dat hij uit Luxemburg komt, een zeer klein land dat al twee keer een Commissievoorzitter leverde (Gaston Thorn en Jacques Santer). Een enkele keer wordt de naam van de vroegere Nederlandse premier Wim Kok ook nog wel genoemd. Maar deze heeft in het verleden zó vaak de indruk gewekt slechts een benoeming te aanvaarden wanneer om hem gesmeekt wordt, dat er een groot gebrek aan argumenten voor zijn kandidatuur is ontstaan. Tegen alle Benelux-kandidaten pleit het feit dat de Nederlander Jaap de Hoop Scheffer net is benoemd tot secretaris-generaal van de NAVO. Twee Benelux-vertegenwoordigers op Brusselse topposten is volgens de ongeschreven Europese spelregels ondenkbaar.

Er zijn meer regels waaraan de Europese regeringsleiders zich bij de keuze van een Commissievoorzitter zouden kunnen, maar niet per se moeten houden. Zo is de veronderstelling dat na een Commissievoorzitter van een groot land de opvolger uit een klein land moet komen.

Na Jacques Delors (Frankrijk) kwam Jacques Santer (Luxemburg). Dat zou kunnen betekenen dat na Romano Prodi (Italië) een Commissievoorzitter uit een klein land grote kans maakt. Dat zou pleiten tegen de Spaanse premier José María Aznar, die dit jaar zijn post in Madrid verlaat. Maar ook Aznars harde opstelling tegenover Chirac en Schröder inzake de oorlog in Irak en bij de mislukte onderhandelingen over het grondwettelijk verdrag maken de kans niet groot dat hij de steun van alle regeringsleiders krijgt.

De voormalige Finse premier Paavo Lipponen wordt ook als kandidaat genoemd. Hij is een groot voorstander van Europese integratie en maakt indruk met zijn rustige, weloverwogen optreden. Hij heeft het voordeel uit een wat bevolking betreft klein land te komen dat bovendien pas in 1995 lid werd van de Europese Unie. Dat zou de tien nieuwe lidstaten kunnen aanspreken. De naam van de Griekse premier Kostas Simitis wordt veel in Brussel besproken omdat hij zijn handen vrij zou hebben na zijn aftreden als voorzitter van de PASOK, de Griekse socialistische partij. Hij komt ook uit een klein land.

De derde kandidaat uit een klein land is de Deense premier Anders Fogh Rasmussen, die op zijn collega's grote indruk heeft gemaakt als leider van de afrondende onderhandelingen over de uitbreiding van de EU in de tweede helft van 2002. Hij heeft als voordeel tegenover Lipponen en Simitis dat hij geen sociaal-democraat is. Als nadeel geldt dat hij een liberaal is.

Dat heeft weer met andere ongeschreven regels van het Brusselse gezelschapsspel te maken. Een regel zegt dat een Commissievoorzitter de politieke kleur van de meerderheid van de regeringsleiders zou moeten hebben. Dat zou een sociaal-democraat onder het huidige gesternte weinig kans geven.

Er is nog een andere regel die vooral christen-democratische en conservatieve Europarlementariërs gebruiken. Zij hopen na de Europese verkiezingen in juni de grootste fractie in het Europees Parlement te vormen. In dat geval, vinden zij, moet de voorzitter van de Europese Commissie van hun politieke kleur zijn.

Het Europees Parlement heeft tot nu toe alleen de bevoegdheid om een door de regeringsleiders gekozen Commissievoorzitter goed of af te keuren. De Europese Conventie wilde het Parlement een zwaardere stem geven bij de benoeming van de voorzitter, maar omdat de EU voorlopig nog geen grondwettelijk verdrag heeft is daarvan nu geen sprake.

De liberalen vormen na de combinatie van christen-democraten en conservatieven en na de sociaal-democraten de derde fractie in het Europees Parlement. Zij zijn er ondanks hun geringe omvang in geslaagd de huidige post van parlementsvoorzitter te bemachtigen. Het circuit van Brusselse spelers werpt parlementsvoorzitter Pat Cox (Ierland) soms ook op als kandidaat-Commissievoorzitter. Maar behalve dat hij net als Rasmussen tot een kleine politieke groepering behoort, heeft hij ook het nadeel dat Prodi enkele jaren geleden van de christen-democraten naar de liberalen is overgestapt. Twee keer achter elkaar een liberaal aan het hoofd van de Europese Commissie lijkt niet waarschijnlijk. Hoewel, nooit kan worden uitgesloten dat de Europese regeringsleiders in juni ondanks alle Brusselse argumenten en ongeschreven regels een grote verrassing uit hun hoed toveren.