`Dreiging Irak verkeerd voorgesteld'

Amerikaanse regeringsfunctionarissen hebben de dreiging van Saddam Husseins massavernietigingswapens systematisch verkeerd voorgesteld.

Dat meldt een invloedrijke, linkse Amerikaanse denktank, de Carnegie Endowment for International Peace, in een gisteren uitgekomen rapport. De denktank was indertijd gekant tegen de oorlog in Irak.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, bleef er gisteren bij dat Irak een gevaar vormde en met geweld moest worden ontwapend. ,,Het is een feit dat Irak massavernietigingswapens had en ze tegen Iran en zijn eigen volk gebruikte'', zei hij. Tot dusverre zijn door Amerikaanse zoekploegen nog geen massavernietigingswapens in Irak gevonden. Washington bevestigde gisteren juist dat een eenheid van 400 man die in Irak naar conventionele en niet-conventionele wapens moest zoeken, is teruggetrokken, hoewel de Iraq Survey Group die specifiek naar massavernietigingswapens zoekt, actief blijft. The Washington Post meldde deze week dat Irak sinds de Golfoorlog van 1991 onder andere onder invloed van de internationale sancties geen werkelijke poging meer heeft gedaan massavernietigingswapens te ontwikkelen.

De Verenigde Staten en Groot-Brittannië hamerden voor de oorlog tegen Irak op de dreiging die zou uitgaan van Iraks massavernietigingswapens en de mogelijkheid dat deze wapens in handen van het terreurnetwerk Al-Qaeda zouden worden gespeeld. Het rapport van de Carnegie Endowment – op basis van honderden documenten en interviews met tientallen specialisten – meldt dat de Iraakse massavernietigingswapens programma's inderdaad een lange-termijn dreiging voor de Verenigde Staten en de regio vormden. Niet zozeer door feitelijke voorraden of actieve productie, maar door door Iraks vastbeslotenheid om dergelijke wapens te verwerven, zijn wetenschappelijke en technische capaciteiten en zijn bewezen bereidheid ze te gebruiken. Maar ze vormden geen onmiddellijke dreiging voor de VS, de regio of de wereldvrede, zoals ze wel werden gepresenteerd.

Volgens het rapport was er evenmin positief bewijs dat Saddam Hussein eventueel niet-conventionele wapens aan Al-Qaeda zou overdragen. Minister Powell zei gisteren dat hij geen ,,smoking gun, concreet bewijs van deze connectie'' had gezien. ,,Maar ik denk dat de mogelijkheid van dergelijke connecties bestond en het was verstandig om daarmee rekening te houden op het tijdstip dat we dat deden.''

Het rapport stelt dat de inlichtingendiensten voor 2002 een over het algemeen accuraat beeld van de grotendeels ontmantelde nucleaire en de ballistische-raketprogramma's in Irak schilderden, maar de chemische en biologische wapens overschatten, mogelijk omdat ze te weinig rekening hielden met de verslechtering van de toestand in Irak na een paar oorlogen en door de sancties. Na 2002 zouden de inlichtingendiensten zich vergaand hebben laten beïnvloeden door visies van beleidsmakers en een dreigender oordeel hebben geveld over Saddams wapenprogramma's dan analisten voor gerechtvaardigd hielden.

Regeringsfunctionarissen gaven vervolgens systematisch een onjuiste voorstelling van de Iraakse dreiging, aldus het rapport. Zo ontbrakenn onder andere voorbehouden, waarschijnlijkheden en uitingen van onzekerheid die in stukken van inlichtingendiensten waren opgenomen, in publieke verklaringen. In het rapport zijn talrijke voorbeelden opgenomen van uitspraken van gezagsdragers ,,die `wij weten' zeggen waar de accurate formulering zou zijn geweest `we vermoeden' of `we kunnen niet uitsluiten'''.

Het rapport WMD in Iraq, Evidence and Implications is te vinden op www.ceip.org/files/Publications/IraqReport3.asp .