Diëten en dan een vrouw

Zo verleidelijk als het in fictie blijkt om over de al dan niet vermeende teloorgang van de generatie van de sixties en hun idealen te schrijven, zo gedoemd is het voornemen blijkbaar ook. Eigenlijk slaagt de poging alleen wanneer het thema onderhuids een rol speelt, zoals in Philip Roths vermaarde Amerika-trilogie, en bij enkele verhalenschrijvers, wanneer het onderwerp universeler blijkt te zijn dan veel van die generatiegenoten dikwijls zelf denken. Tim O'Brien, toch al nooit bang voor een populair onderwerp (hij is de auteur van voortreffelijke fictie over de Vietnam-oorlog als Going after Cacciato en The things they carried, maar ook van het wrange Tomcat in Love), heeft gekozen voor een rechttoe-rechtaan benadering die tot een matig boek heeft geleid.

In July, July beschrijft O'Brien als in een raamvertelling de dertigste reünie van Darton Hall College in St. Paul, Minnesota, eindexamenklas 1969. De oud-leerlingen zijn allemaal in de vijftig, gescheiden, overspelig, buikig, kaal, aan de drank of de drugs en, uiteraard, zo cynisch als maar kan. `Een hele generatie die opgroeit met de Monkeys, hoe kun je van ons verwachten dat we er iets van weten te maken?' verzucht er een. (Dat belooft overigens wat voor de generatie die opgroeit met Idols.)

Zijn ze ook nog iets wat je niét kunt verwachten? Eigenlijk niet, het is allemaal nogal voorspelbaar wat O'Brien aan liederlijkheid en desillusie presenteert. Ze brengen het weekend drinkend, ouwehoerend, dansend, flirtend en herdenkend door en het is, al lezende, wonderbaarlijk om te zien hoeveel moeite het O'Brien kost ze van onderscheidende contouren te voorzien. Dat lukt alleen in de hoofdstukken waarin hij de historische diepte in gaat en uit elke levensgeschiedenis een kort verhaal construeert.

Als je July July leest als een verhalenbundel met veel te veel flauw en doorzeurend raamwerk, resteren er enkele zeer behoorlijke verhalen. En dan – niet verwonderlijk bij een auteur voor wie de Vietnam-oorlog nog steeds zeer aanwezig is – maakt vooral het verhaal over David Todd, de veteraan die minus een been uit Vietnam terugkeert, diepe indruk.

Maar het verhaal van de chronisch aan overwicht lijdende Marv Bertel, eerst als een van de beide echtgenoten van de wispelturige Spook Spinelli en vervolgens als hoofdpersoon in een over zichzelf afgeroepen drama, is eigenlijk nog beter. Marv heeft een zwabber- en bezemfabriek in Denver en als hij voor de verandering eens een keer sensationeel is afgevallen vindt hij dat een nieuwe vrouw wel goed bij zijn nieuwe verschijning past. Om de interesse van zijn mooie secretaresse, de zesentwintigjarige Sandra, te wekken verzint hij dat hij niet alleen zwabbers en bezems fabriceert, maar in feite onder pseudoniem uiterst succesvolle boeken publiceert. Dat moet vreselijk aflopen en dat doet het ook. Het verhaal ligt behoorlijk ver buiten het kader van O'Briens vertelling, maar het is absoluut het hoogtepunt van dit – overigens even matig vertaalde als verzorgde – boek.

Tim O'Brien: July, July. De reunie van de eindexamenklas van 1969. Vertaald door Kris Eikelenboom.

BZZTÔH, 287 blz. €19.50