De wát? De eigen identiteit?

Het is lang geleden dat de behoefte aan duiding van de wereld om ons heen zo diep gevoeld werd en zo alomtegenwoordig urgent was. We zijn nog helemaal niet hersteld van het verontrustende einde van de bipolaire wereld, al is het alleen maar omdat de nieuwe wereld nog geen herkenbare contouren heeft aangenomen.

Nauwelijks een decennium na de val van het communisme wordt de wereld geplaagd door een nieuwe serie angsten. ,,Waar is de vijand, hoe ziet hij eruit? Is hij alleen tegen mij? Of ook tegen de anderen? Of tegen de anderen en niet tegen mij? Met hoeveel zijn wij en met hoeveel zijn zij? Maar eerder nog, wie zijn zij en wie zijn wij?''

Naarmate we meer gevaar gewaarworden en onze angsten meer gaan opspelen, wordt het noodzakelijk een antwoord te krijgen op deze vragen. We moeten kiezen waar we voor staan en waar we tegen zijn. Maar als we niet weten wie `wij' zijn, bekruipt ons de nieuwe angst dat we uit onwetendheid de keuze maken tégen onszelf te zijn. Misschien doen we dat al wel door überhaupt nog niet gekozen te hebben.

Nationalisme, oplevende spiritualiteit, Europeanisering van anti-Amerikanisme, bazuingeschal voor `westerse waarden', de lofzang van het conservatisme, en natuurlijk, de voortdurende zoektocht naar onze normen en waarden – allemaal pogingen om een wijdverbreide identiteitscrisis het hoofd te bieden. We zoeken naarstig naar een gids die ons helpt onszelf te identificeren, we zoeken een gids in onze landsgrenzen, onze cultuur, in Europa, in God. Binnen afzienbare tijd zal Nederland wellicht onherkenbaar veranderd zijn, en dan niet omdat een vijfde kolonne van moslimmigranten `de boel heeft overgenomen' in een apocalyptisch pandemonium van de botsing der beschavingen.

Veeleer ligt het voor de hand dat we in de zoektocht naar onze identiteit onze wereld zullen herinrichten tot iets dat we `authentiek' zullen noemen. En net zoals dat met moslimfundamentalisme, hindoeïstisch nationalisme en zionisme is gegaan, zal ook onze nieuwe, authentieke identiteit erg weinig met ons feitelijke cultuurgoed te maken hebben. Zo zijn we op weg onszelf te verliezen in een poging onszelf te vinden.

Dat we onze identiteit zoeken op een moment dat we in afwisselend een `verhoogde', `hoge' of `acute alarmfase' zitten, is cruciaal voor het verloop van onze zoektocht. We zullen onze identiteit vaststellen op basis van wat ons lijkt aan te vallen. We zullen het tegenovergestelde van onze vijanden claimen als identiteit. Maar ook, wij zullen de aard van onze vijand vaststellen op grond van wat we van onszelf weten. Zijnde onze vijand, móéten zij wel het tegenovergestelde van ons zijn. Zogauw we iets van onszelf weten, weten we ook iets van hen, en zodra we iets van hen te weten komen, weten we weer iets beter wie wíj zijn. Geen wonder dat de sfeer vergiftigd raakt, zoals oud-VVD leider Dijkstal recentetlijk opmerkte.

Het is bepaald geen prettig vooruitzicht, maar er is nog hoop. In het nieuwe jaar mogen we een appetijtelijker Europa verwachten, een pluralistisch, bijna kosmopolitisch orgaan waar we misschien een beetje van gaan houden nu het verlost is van de perfide clown Berlusconi. Belangrijker is nog dat we ons wellicht mogen verheugen op het ontstaan van een mondiale solidariteit tijdens de verkiezingsmaanden voorafgaand aan de Amerikaanse presidentsverkiezingen, dit najaar. Alsof we nooit van een botsing van beschavingen hebben gehoord, zullen de steunbetuigingen aan Bush' tegenstrever van over de hele wereld komen – eenvoudig omdat hij niet Bush is.

Toegegeven, de reddingsboeien liggen wat veraf, en zijn maar weinig substantieel: een minder bespottelijk EU-voorzitterschap en een Amerikaanse president die niet Bush is. Om onze identiteit te redden is meer nodig.

Robbert Woltering is politicoloog en arabist.