Compensatie na aanslag

Libië en verwanten van de slachtoffers van een aanslag op een DC-10 van de Franse luchtvaartmaatschappij UTA in 1989 hebben een akkoord bereikt over vergoeding. Volgens de overeenkomst, die vanochtend in Parijs werd ondertekend, krijgen de nabestaanden van de 170 slachtoffers (onder wie 54 Fransen) in totaal 170 miljoen dollar, uit te betalen in vier termijnen.

In 1999 betaalde Libië al 36 miljoen euro aan de families van de omgekomen passagiers en bemanningsleden van de UTA-vlucht naar Niger. Maar na de uitbetaling van een naar verhouding veel hogere schadevergoeding aan de slachtoffers van de eveneens aan Libië toegeschreven aanslag boven Lockerbie, eiste ook Frankrijk een hogere vergoeding. Parijs dreigde zijn veto uit te spreken tegen de (inmiddels gerealiseerde) opheffing van de in 1992 ingestelde VN-sancties tegen Libië.

Het vanochtend in Parijs ondertekende akkoord markeert de nieuwste stap van Libië op weg naar normalisering van zijn betrekkingen met het westen. Afgelopen maand kondigde de Libische leider Gaddafi aan af te zien van de productie van massavernietingswapens. Overigens onderstrepen de Libische autoriteiten dat niet de staat, maar de charitatieve Gaddafi-stichting de vergoedingen betaalt. Voor de aanslag op het UTA-toestel heeft een Franse rechtbank zes Libiërs, onder wie een zwager van Gaddafi, bij verstek veroordeeld, maar Libië houdt nog steeds vol dat het niet verantwoordelijk is voor die aanslag.