Achterwaarts op gladde weg

Accident nocturne is weer een echte Modiano. Een kleine roman, een novelle haast, waarin een naamloze hoofdpersoon door de stad dwaalt in een speurtocht waarvan alleen hijzelf het belang begrijpt. `Voortgekomen uit de leegte', zoals hij het noemt, heeft hij zo weinig houvast in het leven dat hij aanknopingspunten zoekt bij de concrete realiteit: straatnamen, cafés en zelfs telefoonnummers: als de tijd er maar zo min mogelijk vat op heeft.

Voor wie nog nooit een van de achttien romans van Patrick Modiano gelezen heeft, klinkt dat wellicht vaag en typisch Frans. Maar het is wonderlijk mooi. Vooral door de hardnekkigheid waarmee de personages blijven zoeken naar intimiteit die, als ze al gevonden wordt, zelden van lange duur is. Ontmoetingen zijn vluchtig en spelen zich af in verlaten restaurants of anonieme hotelkamers. Een reisbureau-agent op straat, een zekere Evelien in de nachttrein, een pianolerares in het café: de boeken van Modiano hangen aan elkaar van betekenisloze ontmoetingen die desondanks veel betekenis krijgen. Van gezichten die ontcijferd en onthouden moeten worden: `Het ging altijd om mensen die ik tegenkwam, waar ik nauwelijks een glimp van heb opgevangen en die een raadsel voor mij zouden blijven. Plaatsen, ook.'

In Accident nocturne gaat het weer over zo'n eenzame man die, met een understatement van jewelste, wordt beschreven als `un peu perdu dans Paris'. Hij kijkt terug op een nachtelijk ongeluk dat plaats had toen hij bijna 21 was. De vrouw die hem schepte kwam hem bekend voor: `Waar had ik haar eerder gezien? Ze deed me denken aan iemand die ik lang geleden gekend had'.

Deze vrouw voert hem in gedachten terug naar zijn jeugd en naar zijn vader, die altijd een schim voor hem is gebleven. Zo zet het ongeluk van alles in beweging in het leven van de slaapwandelende verteller. Tot op dat moment, legt hij uit, was hij als een automobilist op een beijzelde weg geweest, die zo goed voor zich moest kijken, dat er geen kans was voor een blik in de achteruitkijkspiegel. Nu hij dat wel doet, blijkt zijn geheugen eruit te zien als een aangetaste oude film vol zwarte plekken. Die zoektocht naar het verleden geven het verhaal iets detective-achtigs: ook dat komt vaker voor bij Modiano. Niet omdat zijn romans gaan over welomlijnde misdaden, maar omdat alledaagse gebeurtenissen een raadselachtig karakter krijgen. Zelfs een loslopende hond wordt nog achtervolgd.

Toch is er iets veranderd ten opzichte van Modiano's eerdere romans. In een interview dat de schrijver vorige maand gaf aan Lire vertelde hij dat Accident Nocturne zijn meest autobiografische boek is, waarin het directer dan ooit tevoren gaat over zijn strenge en afwezige vader. Niet dat het veel verschil maakt: het gaat Modiano in zijn romans niet zozeer om de gebeurtenissen zelf, als wel om de sporen van gebeurtenissen die in het verleden hebben plaats gehad. Zoals hij het tegen Lire zei: `Retrouver les traces des choses, plutôt que les choses elles-mêmes'.

Maar er is een belangrijker verschil met vroeger: het loopt goed af. Het nachtelijk ongeluk uit de titel betekent een ommekeer in het leven van de verteller, die voor het eerst vrij kan ademen, in plaats van met kleine teugjes, `alsof ik moest besparen op zuurstof'. Het ongeluk kwam precies op tijd voor `een nieuw begin in het leven'. Of dat daadwerkelijk zo is, zal Modiano's volgende roman uitwijzen. Heeft hij zich echt bevrijd van de fantomen in de mist die hij al zijn hele schrijverschap achtervolgt? Je zou bijna hopen van niet.

Patrick Modiano: Accident Nocturne. Gallimard, 147 blz. €15,–