Aantal abortussen in Nederland daalt

Vorig jaar zijn in Nederland waarschijnlijk minder abortussen verricht dan in 2002, toen zo'n 29.500 ingrepen werden uitgevoerd. Naar schatting zijn het er in 2003 duizend minder geweest.

Die verwachting is gebaseerd op cijfers van Geboorteregeling West- en Zuid-Nederland (GWN), een koepelorganisatie waarbij vijf van de veertien abortusklinieken zijn aangesloten.

Het is voor het eerst sinds begin jaren negentig dat het aantal abortussen afneemt. De daling is, zo meldt GWN vandaag, deels het gevolg van het veranderde beleid in België waar de overheid sinds vorig jaar de kosten van een abortus vergoedt. Vooral de klinieken in Goes en Maastricht kregen daardoor minder abortusverzoeken van Belgische vrouwen.

De vijf klinieken, die zich hebben afgescheiden van de landelijke koepel van abortusklinieken, nemen globaal zo'n 30 procent van de abortussen in Nederland voor hun rekening.

De cijfers van de andere klinieken zijn nog niet bekend, maar bij een deel ervan bestaat de indruk dat zich er vorig jaar inderdaad minder vrouwen voor een abortus hebben gemeld dan in 2002.

Zo'n 60 procent van de abortussen wordt uitgevoerd bij in Nederland woonachtige allochtone vrouwen, voornamelijk van Surinaamse, Antilliaanse en Afrikaanse afkomst. Er meldden zich vorig jaar ook meer tieners voor een abortus. Volgens de cijfers van Geboorteregeling West- en Zuid-Nederland zou het aandeel van jongeren tot twintig jaar zijn gestegen van 16,3 tot 20,3 procent.

Na de daling van vorig jaar ligt het aantal abortussen per duizend vrouwen in de leeftijdsgroep 15-44 jaar in Nederland op het niveau van België en Duitsland. Dit niveau is veel lager dan bijvoorbeeld in Frankrijk en Verenigd Koninkrijk het geval is.