`Weet je wel wie ik ben, mannetje?'

Ik loer altijd met een half oog naar stomme uitdrukkingen, omdat het wel eens gouden woorden kunnen blijken. Gek, die vrees dat ik gouden woorden tekort zou komen. Ik moest toch weten dat er nooit gebrek is aan stomme uitdrukkingen. Stommiteiten liggen voor het oprapen. Na elf september en de moord op Fortuyn is er geen beginnen meer aan. De uitdrukking `na elf september en de moord op Fortuyn' is zelf al een stomme uitdrukking.

Kletspraat en woordenkakkerij leken voorbehouden aan een bepaald soort academici, experimentele dichters en de geestelijke stand. Wat er gebeurd is weet ik niet precies, laten we het voor het gemak elf september noemen, maar opeens lijkt het geouwehoer gedemocratiseerd. Verbale diarree is de volksziekte nummer één geworden.

Je telt pas mee als je niks te zeggen hebt en het toch zegt. Wie niks te zeggen heeft en dat voor de televisie doet is meteen cabaretier. De cabaretiers zijn niet meer te tellen. Het kwekt en ratelt, het kwaakt en zwatelt. De cabaretier vormt de compensatie voor de verdwijning van de draaiorgelman.

Je komt eerder een krokodil in de Bijenkorf tegen dan een verstandige opmerking in het nationale debat. Dit zijn de gloriedagen van de flapuiten. Zeg iets voor je erover nadenkt, oordeel eerst en lees vervolgens, kleineer zonder naar je eigen omvang te kijken, praat na, schrijf over, het dondert niet, de stomste opinie is beter dan geen opinie. Het is een gigantisch feest van de middelmaat.

Ukke wil ook drukken. Beter kan ik het niet samenvatten. De kleintjes hebben zich vol lucht gepompt en voeren het hoogste woord. Schrijven? Kunnen wij ook. Grappig zijn? Hoor ons eens. Denken? Doen wij wel.

De zwijgende meerderheid heeft het zwijgen afgezworen. De amateurs vormen de avant-garde. De tuinkabouters zijn verhuisd naar de troon.

Nederland is weer gezellig voor wie van theevisites houdt. Achterklap, bedorven koekjes, vroom gezicht. De revival van oubolligheden. Floris en de Hulk zijn terug, Pietje Bell en Kees de Jongen, Rita Reys en Sybren Polet, Pia Beck en Theun de Vries. Niet alleen Rob Oudkerk roept: ,,Weet je wel wie ik ben, mannetje?'' als hij door een agent wordt betrapt op fietsen zonder achterlicht, alle onverlichte Nederlanders roepen het in koor. Oudkerk is de nieuwe Elckerlyc, Jan Salie en Pieter Stastok (jawel, ook de Camera Obscura wordt verfilmd) tegelijk.

De vraag: `Weet je wel wie ik ben?' heeft alleen zin – dat begrijpt een kind – als je niks of nagenoeg niks bent. Het kan de Hollander geen lor meer schelen of je niks bent. Wat dat betreft heeft hij alle schaamte verloren. O dwergstaat vol zelfbenoemde reuzen, o potverterende kabouters, toon de anderen nog eens wie je bent, trommel nog een keer flink op je rachitische borst, en laat de Noordzee dan genadig binnenstromen.