Textiele creaties van Anna

In 1979 wist Anna Verweij-Verschuure mogelijk al van de kankergezwellen die haar lichaam verteerden. In dat jaar maakte ze Oplossing 2, een zwart silhouet dat van tenen tot heuphoogte zigzaggend is afgescheurd. Meer dan de helft van het lichaam ligt als een rafelige hoopje op de grond, met een paar draden nog verbonden aan het intacte deel. Een jaar later was de Rotterdamse kunstenares, die zichzelf simpelweg Anna noemde, dood. Ze was 45 jaar oud.

Waarom we zolang hebben moeten wachten op een solo-overzichtstentoonstelling van Anna is een raadsel. Niet alleen was ze een textielpionier, ze was ook een van de eerste vrouwelijke kunstenaars die zich als zodanig presenteerde. Dat dat niet altijd meeviel blijkt wel uit het geborduurde tafellaken waar de tentoonstelling in TENT haar naam aan ontleent. Het is afgebiesd met een gierlande van lieflijke, paarse viooltjes. Maar aan het hoofd van de tafel kleuren de bloemen inktzwart om vervolgens op te lossen in een agressieve wirwar van verticale steken. Het ziet eruit als de registratie van een aardbeving. De stof rondom is verminkt alsof het epicentrum van deze uitbarsting neurotisch in het laken heeft zitten klauwen.

Dit sleutelwerk is vaak geëxposeerd – in Boijmans van Beuningen alleen al minstens drie keer – maar niet eerder werd het in perspectief gezet zoals nu in TENT. Te zien zijn de expressionistische appliqué wandtapijten uit de begintijd. Dat Anna niet blind was voor de kunstgeschiedenis blijkt wel uit het Bart van der Leck-achtige Geometrisch Feest of de vier viooltjes van Pensée, die doen denken aan Andy Warhols zeefdrukken van Marilyn Monroe. Maar terwijl schilderend echtgenoot Hans Verweij en collega's kozen voor serieus modernisme, koos Anna vooral voor intimiteit en figuratie.

Dat is goed te zien in de silhouetten waarvan TENT er een heel stel heeft bijeengebracht. Het zijn monochrome zelfportretten van een vallende Anna, een springende Anna, een Anna weggekrast door een rood slingerend koord of een oprolbare Anna opgebouwd uit drie eindeloos herhaalde steekjes die het woord `ik' vormen. Maar minstens zo persoonlijk zijn de kleden met uitgesneden, kringelende repen die zicht bieden op een zacht, bijna truttig roosjespatroon. Wie de serie Imagine, a rose garden chronologisch langsloopt ziet dat de pastorale droom steeds grimmiger wordt.

Anna had ook gevoel voor humor. De gehaakte gouden plaat Voor de 100.000ste speech of de pannenlap met een brandgat dat de O in SOS vormt, zijn daarvan het bewijs. Gelijktijdig met deze kleine, ambachtelijke werken maakte ze aan het eind van haar carrière ook wandkleden op monumentale schaal. Zoals de bloksculpturen, constructies van vierkante zakken gevuld met krijn, een hooi-achtig materiaal.

Een witte uitvoering van zo'n bloksculptuur hangt in TENT recht tegenover een werk Jan Schoonhoven. Anna's zachte, als hoekige borsten hangende blokken spiegelen zich in Schoonhovens kaarsrechte vakjes. Maar toch is het werk wezenlijk anders; sensueler, aardser, menselijker. Net zoals Anna wel raakvlakken maar geen overlap had met de andere tijdgenoten die in een aparte ruimte staan uitgestald: Nul-kunstenaar Harry Boom, performancekunstenaar Krijn Giezen, of Arte Povera-exponent Marinus Boezem, een van de weinige mannen die ook naald en draad werkte. Het dichtst bij Anna staat misschien Ferdi. Maar terwijl Ferdi's bontsculpturen bol staan van de seksueel suggestieve tentakels, is Anna's werk op z'n hoogst mild erotisch. Een reepje tijgerprint en een reepje bloemetjesdessin die zich verstrengelen tot een roze harmonicaatje, veel verder gaat ze niet. Maar juist dat gevoel voor understatement maakt Anna's werk veel minder gedateerd dan dat van haar tijdgenoten.

Tentoonstelling: Anna, Mijn Plaats aan Tafel. T/m 18 januari in TENT, Witte de Withstraat 50, Rotterdam. Monografie: €24,50.