Religieuze begrippen

In zijn artikel over `God en de donder' in Opinie & Debat van 27 december probeert Willem Drees ruimte te scheppen voor het hanteren van religieuze begrippen binnen een materiële wereld. De vraag dringt zich op om welke religieuze begrippen het dan precies gaat. Het is duidelijk dat voor een adequate beschrijving van de werkelijkheid andere begrippen nodig zijn dan slechts die, die de natuurwetenschap hanteert. De materialist kan echter op goede gronden volhouden dat dit alleen nodig is vanwege de complexiteit van zijn systeem, maar dat het systeem zelf volledig materieel bepaald is.

Zo heeft men in de natuurkunde grote moeite met het beschrijven van een complex verschijnsel als turbulentie, waarbij de onderliggende wetten uitstekend begrepen worden. Van de grote natuurkundige Heisenberg wordt gezegd dat hij op zijn sterfbed twee vragen voor God had: ,,Waarom relativiteit en waarom turbulentie?'' Ook de mens zou als complex materieel proces kunnen worden opgevat, waarbij intermenselijke begrippen als vriendschap en waardering misschien kunnen kwalificeren voor de termen waar Drees op doelt. Toch is er een wezenlijk verschil tussen dit soort begrippen en religieuze begrippen als `God buiten de tijd' of `eeuwig leven'. Drees vindt dat religie te zeer wordt verbonden met voortleven na de dood en interpreteert een zin uit het oude testament.

Evenwel verwijst het evangelie wel degelijk naar het hiernamaals (parabel van Lazarus, Lc. 16, 22) en zegt bijvoorbeeld de katechismus van de katholieke kerk: ,,Zij die sterven in de genade en vriendschap van God en die volmaakt gelouterd zijn leven voor eeuwig met Christus.'' De gelovige die in het eeuwige leven gelooft neemt een stap die de materialist niet kan nemen. Dat is een stap die in geloof wordt gezet, in het bewustzijn dat geloof een genade is die wezenlijk verschilt van natuurwetenschappelijk inzicht.