Reisverbod van drie jaar voor drugskoeriers

De luchtvaartmaatschappijen KLM, Air Holland en DCA gaan vanaf aanstaande maandag betrapte drugskoeriers een reisverbod opleggen van drie jaar. Dat gebeurt op basis van namenlijsten die het Nederlandse ministerie van Justitie met ingang van deze week aan de betrokken maatschappijen zal verstrekken.

Vooralsnog geldt het verstrekken van die namen alleen voor passagiers die op de route Antillen-Schiphol zijn betrapt op drugssmokkel. Zij krijgen pas bij het inchecken op de Antillen of Schiphol te horen dat hun ticket vervallen is en dat zij drie jaar lang niet met de betrokken maatschappijen op die route mogen vliegen.

Een dergelijk vliegverbod geldt ook voor betrapte drugskoeriers die zonder proces-verbaal op Schiphol zijn weggestuurd. Eventuele juridische consequenties van de maatregel zijn volgens een woordvoerder van de KLM voor verantwoordelijkheid van Justitie. Dat is ook verantwoordelijk voor de procedurele gang van zaken van de naamverstrekking.

De luchtvaartmaatschappijen hadden er op gerekend dat Justitie al voor de kerst met het verstrekken van namen zou zijn begonnen. Minister Donner van Justitie kondigde gisteren de start aan van dit nieuwe offensief om de drugssmokkel op Schiphol aan banden te leggen. Een van zijn woordvoerders bevestigde vanochtend dat daar maandag of zoveel eerder als mogelijk mee begonnen wordt.

Volgens Donner heeft hij op Curaçao afgesproken dat de Antillen en Nederland elkaar ook vaker en beter gaan informeren over de inspanningen die aan beide zijden van de oceaan worden gedaan om te voorkomen dat drugs op de Antillen en Aruba aanlanden en worden doorgevoerd naar Nederland.

Dinsdag bezochten Donner en De Graaf het Hatoteam, het douane/politieteam dat op de Curaçaose luchthaven passagiers controleert op drugs. ,,We hebben gezien hoe daar onder moeilijke omstandigheden hard wordt gewerkt'', zei De Graaf na afloop van het werkbezoek.

Nederland zal verder 400.000 euro betalen voor een onderzoek naar armoede op de Antillen, dat zal worden uitgevoerd door de Wereldbank en het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP). Zij zullen een analyse maken van de armoedeproblematiek op de eilanden. Binnen enkele maanden komen zij met aanbevelingen voor een structurele aanpak per eiland. Het moet gaan om projecten voor de langere termijn op het gebied van onderwijs, welzijn, scholing en werkgelegenheid.