Pact voor het Hof

Het stabiliteitspact heeft een duidelijk doel – beperking van de begrotingstekorten voor de landen die deelnemen aan de euro – maar de procedures zijn ondoorzichtig en voor meerdere uitleg vatbaar. De Europese Commissie doet aanbevelingen die de Europese ministers van Financiën moeten goedkeuren. Wat gebeurt er met de procedures als de aanbevelingen van de Commissie worden weggestemd door de ministers van Financiën? Die situatie deed zich eind vorig jaar voor, toen Duitsland en Frankrijk ontsnapten aan de strafmaatregelen die het stabiliteitspact voorziet voor landen met hardnekkige begrotingstekorten. Een meerderheid van de ministers van Financiën wilde er niet aan. De Commissie had het nakijken en de Nederlandse minister van Financiën, die het hardst op strikte naleving van het stabiliteitspact had aangedrongen, leed een publicitair breed uitgemeten nederlaag.

Wellicht haalt Zalm via een omweg alsnog zijn gelijk. Juristen van de Commissie hebben gisteren vastgesteld dat de ministers van Financiën onwettig gehandeld hebben. Eurocommissaris Solbes, belast met monetaire zaken, wil de zaak aanhangig maken bij het Hof in Luxemburg. Dat moet hij zeker doen, al blijft het een voorbeeld van politiek onvermogen dat aan de Europese rechters wordt overgelaten of het stabiliteitspact al dan niet correct is toegepast. Maar er kan dan worden vastgesteld of Frankrijk en Duitsland zich onterecht aan de discipline van de begrotingsregels hebben onttrokken. Bovendien kan de principiële vraag beantwoord worden of regeringen gemachtigd zijn om naar bevind van zaken nieuwe regels van kracht te verklaren, die afwijken van wat in een verdrag is vastgelegd.

In wezen ging de ruzie van de ministers van Financiën eind vorig jaar over de bevoegdheid van de Commissie om dwingende regels op te leggen aan de lidstaten op het gebied van het begrotingsbeleid. Blijft, met andere woorden, in de muntunie van de euro het begrotingsbeleid een nationale zaak of worden de grenzen van de begrotingsvrijheid vastgesteld in Brussel? Onder gunstige economische omstandigheden heeft geen enkel land een probleem met coördinatie van het beleid, maar wat gebeurt er als het economisch tegenzit? Het is aan de rechters van het Hof om duidelijkheid te geven.

De gang naar Luxemburg wordt bemoeilijkt omdat binnen de Commissie de meningen verdeeld zijn en de Eurocommissarissen zich in dit geval wel heel nadrukkelijk als de nationale vertegenwoordigers van hun land opstellen – wat ze niet horen te zijn. De commissarissen van de grote landen verzetten zich tegen een gang naar het Hof, terwijl die van de kleinere landen hiervan juist voorstanders zijn. Het standpunt van commissievoorzitter Prodi, die twee jaar geleden het stabiliteitspact een `dom pact' noemde en daarmee de positie van zijn collega Solbes nodeloos ondermijnde, is onduidelijk. Maar het gaat nu niet om de inhoud, maar om de toepassing van het pact. Als hierover al zoveel meningsverschillen bestaan, kan een uitspraak van de rechters alleen maar verhelderend zijn.