Onderzoekers zien toename van jodenhaat

De situatie in het Midden-Oosten zorgt voor `nieuw antisemitisme' in Nederland. Het aantal gevallen van geweld tegen moslims lijkt af te nemen.

De gewelddadigheden tegen moslims in Nederland zijn sterk verminderd. Ook het geweld van extreem-rechtse groepen is afgenomen. Daarentegen stijgt het antisemitisme in Nederland. Opvallend is dat slechts een zeer beperkt aantal antisemitische incidenten door allochtone daders wordt veroorzaakt.

Dat blijkt uit het jongste onderzoek van de Universiteit Leiden en de Anne Frank Stichting naar racisme en extreem-rechts geweld in 2002, dat vanmorgen in Amsterdam is gepresenteerd. De onderzoekers Peter Rodrigues van de Anne Frank Stichting en Jaap van Donselaar van de Universiteit Leiden baseren hun conclusies op tal van politiegegevens over racisme en discriminatie, op onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Discriminatie (LECD) van het openbaar ministerie en op de jaarlijkse klachteninventarisatie van de Landelijke Vereniging van Anti-Discriminatie Bureaus en Meldpunten.

,,De afname van delicten tegen moslims en islamitische instellingen is verheugend. Maar de toename van antisemitische geweldplegingen is verontrustend'', zei Peter Rodrigues van de Anne Frank Stichting in een toelichting op de onderzoeksgegevens.

Hij onderstreepte echter dat de gegevens maar ,,een deel van de werkelijkheid'' laten zien. Het OM bijvoorbeeld registreert uitsluitend de strafrechtelijke discriminatieverboden (aanzetten tot haat, racistische beledigingen). Incidenten op scholen bijvoorbeeld vallen buiten het bereik van het OM, aldus Rodriguez. Dat geldt ook voor geweldplegingen als vernielingen en brandstichting. Daarom pleiten Rodriguez en Van Donselaar er voor dat het OM dergelijke vergrijpen voortaan ook in de registratie meeneemt.

Desondanks menen de onderzoekers aan de hand van politiegegevens en landelijke klachten voldoende materiaal in handen te hebben om enkele tendensen te kunnen waarnemen zoals het stijgend antisemitisme en de afname van gewelddadigheden tegen moslims. Zo nam het aantal racistische en extreem-rechtse geweldplegingen af van 317 in 2001 tot 264 geregistreerde gevallen in 2002. Het gaat hierbij om vernielingen, brandstichting, bommeldingen, mondelinge bedreigingen, mishandeling, racisme.

Tegelijkertijd stegen gewelddadigheden tegen joden of joodse instellingen van 18 gevallen in 2001 naar 46 gevallen in 2002. Het totale aantal antisemitische uitingen (scheldpartijen, geweld, bekladdingen) nam toe tot 60 (41 in 2001) ruwweg de helft van zulke uitingen is gerelateerd aan voetbalwedstrijden. In totaal vormt antisemitisme een kwart van alle discriminatiegevallen.

,,Een forse stijging'', zei Van Donselaar, maar hij tekende hierbij aan dat de helft van de gevallen om ,,betrekkelijk lichte vormen van geweld'' betreft, zoals bedreigingen. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om anti-Israëldemonstratie waar geroepen wordt `Sharon kindermoordenaar', dreigbrieven aan joodse instellingen, beledigingen op internet ('smerige kankerjood', en oproepen tot jodenvergassing). In negen gevallen echter werden joden mishandeld. Sommige joden in Amsterdam durven niet meer met hun keppeltje op te lopen uit vrees voor scheldpartijen of mishandelingen.

Opvallend noemde Rodriguez het geringe aantal allochtone daders (5 procent in 2002). Een jaar eerder was dit nog 20 procent. In de overige gevallen van racisme betrof het autochtone daders. Ook blijkt slechts een heel beperkt aantal allochtonen verantwoordelijk te zijn voor de antisemitische incidenten. ,,Het beeld dat vooral bepaalde groepen Marokkaanse jongeren zich schuldig zouden maken aan antisemitisme wordt door de cijfers niet gestaafd'', zei Rodriguez.

Het Europees Racisme Bureau in Wenen signaleerde vorig jaar in een omstreden rapport eveneens in West-Europa een trend van toenemende agressie tegen joden en joodse instellingen. Een belangrijke oorzaak hiervan waren de oplopende spanningen in het Midden-Oosten vorig jaar, die hun weerslag hadden op West-Europa, waar tal van demonstraties tegen de Palestijnenpolitiek van Israël werden gehouden. `Nieuw antisemitisme' wordt dit genoemd.

In Nederland waren van 19 van de 46 antisemitische gewelddadigheden toe te schrijven aan ,,nieuw antisemitisme'', zei Van Donselaar.

Nog in 2001 richtte het overgrote deel (60 procent) van het racistische en extreem-rechtse geweld (317 gevallen) zich in Nederland tegen moslims, moskeeën en islamitische scholen. Dit was het gevolg van de terroristische aanslagen van 11 september dat jaar. Vooral moskeeën, islamitische scholen en vrouwen met hoofddoekjes waren in verschillende steden het doelwit van gewelddadigheden.

In 2002 waren de geregistreerde gewelddadigheden tegen moslims sterk gedaald, van 60 procent naar 26 procent van het totaal. In totaal bestonden 68 van de 264 racistische gevallen uit anti-islamitisch geweld, vooral mishandelingen en bedreigingen. De meeste dreigingen vonden plaats na de moord op de politicus Pim Fortuyn op 6 mei 2002.

De gegevens over het afgelopen jaar zijn nog niet beschikbaar. Het ernstigste voorval betrof brandstichting in een islamitische basisschool in Eindhoven op 15 juni. ,,We hebben niet de indruk dat de omvang van deze problemen in 2003 een radicaal ander beeld te zien geeft'', zei Rodriguez.